Seizoensinvloeden en prognoses

Seizoensinvloeden en prognoses
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Seizoensinvloeden en prognoses

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag allemaal doen?
  • voorkennis testen
  • uitleg nieuwe kennis H7
  • aan de slag met de sommen 

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
Aan het einde van de les kan de student:

  1. omzet verdelen over perioden met behulp van indexcijfers;
  2. vloerproductiviteit, conversie, APT en IPT berekenen;
  3. op basis van afzet, personeel of kengetallen een omzetprognose maken;
  4. uitleggen waarom deze kengetallen nuttig zijn voor een ondernemer.

Slide 3 - Tekstslide

Voorkennis!

Slide 4 - Tekstslide

Een kledingwinkel vergelijkt de verkoopprijs van een spijkerbroek.

Basisjaar 2024 = 100

Prijs 2024: €80
Prijs 2026: €92

Wat is het prijsindexcijfer van 2026?
A
112
B
115
C
120
D
92

Slide 5 - Quizvraag

Een sportwinkel verkocht in het basisjaar 2024 5.000 artikelen.

2024 = index 100

In 2026 is het hoeveelheidsindexcijfer 116.

Hoeveel artikelen zijn er in 2026 verkocht?
A
5.116
B
5.500
C
5.800
D
6.160

Slide 6 - Quizvraag

Een telefoon kostte in het basisjaar 2023 €600.

In 2026 is het prijsindexcijfer 108.

De winkel verkoopt in 2026 1.250 telefoons.

Wat is de omzet in 2026?
A
€750.000
B
€780.000
C
€810.000
D
€875.000

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Tekstslide

Seizoenspatroon
Een seizoenspatroon betekent dat de omzet niet gelijkmatig over het jaar verdeeld is.

Om die verdeling aan te geven gebruiken bedrijven indexcijfers.
Hoog indexcijfer = relatief hoge omzet
Laag indexcijfer = relatief lage omzet

Belangrijk: hier gaat het dus niet om een basisjaar = 100 zoals bij de prijsindex die je eerder hebben gehad. Je gebruikt de indexpunten hier om de jaaromzet te verdelen.

Slide 9 - Tekstslide

Oefenen met indexpunten
Omzet per indexpunt = jaaromzet ÷ totaal indexpunten
Omzet periode = indexcijfer × omzet per indexpunt

Slide 10 - Tekstslide

Een sportwinkel verwacht een jaaromzet van €240.000.

Het totaal van de maandelijkse indexcijfers is 1.200.
De sportwinkel heeft in juli indexcijfer 135.

Wat is de verwachte omzet in juli?
A
€22.500
B
€24.000
C
€27.000
D
€32.400

Slide 11 - Quizvraag

Kengetallen
Hoe kun je omzet nog meer voorspellen?

1. Vloeroppervlakte
2. Bezoekers en klanten
3. Afzet en transacties
4. Personeel

Slide 12 - Tekstslide

Vloercapaciteit
Vloerproductiviteit = omzet per m² verkoopvloer

Bijvoorbeeld:
Een winkel heeft 80 m² verkoopvloer.
Gemiddelde omzet in deze branche = €8.000 per m².
Verwachte omzet:
80 × €8.000 = €640.000

Let op: paskamers, magazijn, kantine enz. tellen niet automatisch mee als verkoopvloeroppervlakte.

Slide 13 - Tekstslide

Conversie
Nu naar bezoekers en klanten. 

Conversie = welk percentage van de bezoekers / klanten koopt daadwerkelijk iets?

Bijvoorbeeld:
1.000 bezoekers
250 transacties
250 ÷ 1.000 × 100% = 25% conversie

Slide 14 - Tekstslide

Average Purchase Transaction
Leuk dat iemand iets koopt, maar hoeveel besteedt die klant?

APT = Average Purchase/Transaction → gemiddeld bestedingsbedrag per transactie
Formule:
APT = omzet ÷ aantal transacties
Voorbeeld:
Omzet = €30.000
Transacties = 1.200
APT = €30.000 ÷ 1.200 = €25
Dus: gemiddeld wordt per aankoop €25 uitgegeven.

Slide 15 - Tekstslide

Bezoekers → conversie → transacties → APT → omzet
Een webshop verwacht:
10.000 bezoekers
Conversie = 5%
APT = €60
Hoeveel omzet verwacht de webshop?

Eerst: 10.000 × 5% = 500 transacties
Daarna: 500 × €60 = €30.000 omzet

Slide 16 - Tekstslide

IPT en afzet
IPT = Items Per Transaction
Oftewel:
Hoeveel artikelen koopt een klant gemiddeld per aankoop?

Formule:
IPT = afzet ÷ aantal transacties
Voorbeeld:
12.000 producten verkocht
4.000 transacties
12.000 ÷ 4.000 = 3 producten per transactie

Slide 17 - Tekstslide

Afzet → omzet
Als je de afzet én gemiddelde verkoopprijs weet:

Omzet = afzet × gemiddelde verkoopprijs
Voorbeeld:
Afzet = 20.000 artikelen
Gemiddelde prijs = €15
Verwachte omzet = €300.000

Meerdere routes naar omzet zijn:
bezoekers → conversie → transacties → APT → omzet
of:
transacties → IPT → afzet → gemiddelde prijs → omzet

Slide 18 - Tekstslide

Personeel
FTE = Fulltime-equivalent
1 FTE = één volledige arbeidsplaats.

Bijvoorbeeld:
40 uur = 1 FTE
20 uur = 0,5 FTE
30 uur = 0,75 FTE

Slide 19 - Tekstslide

Arbeidsproductiviteit
Je kunt omzet ook koppelen aan personeel.
Bijvoorbeeld:
Omzet = €900.000
Aantal FTE = 6
Omzet per FTE:
€900.000 ÷ 6 = €150.000
Andersom:
8 FTE × €175.000 gemiddelde omzet per FTE
= €1.400.000 verwachte omzet

Slide 20 - Tekstslide

Eindcheck begrippen

Slide 21 - Tekstslide

Aan de slag!
Maak: 7.16 / 7.19/ 7.20 / 7.21 / 7.22 / 7.23

Slide 22 - Tekstslide