Inleiding Natuurkunde klas 1 H0, H1 & H2

TEX, klas 1

1 / 36
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNatuurkundeMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

TEX, klas 1

H0: Wetenschappelijke notatie

  • Grote of kleine getallen worden in de wetenschap ordelijk genoteerd.

a,bc . 10d




Voorbeeld:

45678 = 4,5678 . 104

0,00256 = 2,56 . 10-3

H0: Wetenschappelijke notatie

  • Je kan ook met de komma schuiven


komma naar links dan wordt de exponent +

Voorbeeld: 45678 = 4,5678 . 10+4




H0: Wetenschappelijke notatie

  • Je kan ook met de komma schuiven


komma naar rechts dan wordt de exponent -

Voorbeeld: 0,00452 = 4,52 . 10-3



Oefening: schrijf het volgende getal in de wetenschappelijke notatie: 

45

Oefening: schrijf het volgende getal in de wetenschappelijke notatie: 

0,45

Oefening: schrijf het volgende getal in de wetenschappelijke notatie:  1234000

Oefening: schrijf het volgende getal in de wetenschappelijke notatie:  0,00023

Oefening: schrijf het volgende getal in de wetenschappelijke notatie: 

0,12 . 10 2

Oefening: schrijf het volgende getal in de wetenschappelijke notatie: 

739,3 . 10 -12

H0: Significantie

  • Is 0,500 kg. hetzelfde als 0,5 kg.?





Nee. Met de extra 2 nullen achter de 5 geef je aan dat je extra nauwkeurig hebt gemeten. Het getal staat ook zo op de balans

0,5 kg. = 500 g.

De 0’en achter de 5 bepalen de significantie

H0: Significantie


  • 12,3000 heeft 6 significante cijfers


  • 0,00123 heeft 3 significante cijfers


  • 1,20 . 104 heeft 3 significante cijfers

Naloop nullen tellen WEL mee in de significatie

Voorloop nullen tellen NIET mee in de significantie

Oefening: bepaal van de volgende metingen het aantal significante cijfers 

3 cm

Oefening: bepaal van de volgende metingen het aantal significante cijfers 

84840596 km

Oefening: bepaal van de volgende metingen het aantal significante cijfers 

1,0000 . 10 -6 mol

Oefening: bepaal van de volgende metingen het aantal significante cijfers 

49 mA

Oefening: bepaal van de volgende metingen het aantal significante cijfers 

0,036 V

Oefening: bepaal van de volgende metingen het aantal significante cijfers 

0,0100 µmol

H0: Significantie


  • Regels bij het optellen en aftrekken:


  • De nauwkeurigheid van het antwoord is gelijk aan de nauwkeurigheid van de minst nauwkeurige meting.


Bijv: 1,3 + 0,2534 = 1,5534 ? Nee. Dit wordt:

1,3 + 0,2534 = 1,6



Oefening: bereken op de juiste nauwkeurigheid (mag met je rekenmachine)

12,23 + 12,2 + 12

Oefening: bereken op de juiste nauwkeurigheid (mag met je rekenmachine)

0,023 - 0,0004

Oefening: bereken op de juiste nauwkeurigheid (mag met je rekenmachine)

183,5 + 0,5 - 142

Oefening: bereken op de juiste nauwkeurigheid (mag met je rekenmachine)

(32,45 + 6,0) - (3 + 9,003764)

H0: Significantie


  • Regels bij het vermenigvuldigen en delen:


  • De nauwkeurigheid van het antwoord is gelijk aan de nauwkeurigheid van de minst nauwkeurige meting.


Bijv: 2,4 x 1,5678 = 3,76272? Nee. Dit wordt:

2,4 x 1,5678 = 3,8


Oefening: bereken met de juiste significantie (mag met je rekenmachine)

2,5 x 34,009

Oefening: bereken met de juiste significantie (mag met je rekenmachine)

0,0001 x 100000

Oefening: bereken met de juiste significantie (mag met je rekenmachine)

(1,68 x 10-6 x 145) / 0,005

Oefening: bereken met de juiste significantie (mag met je rekenmachine)

2,00000 / (3,0 x 103 x 9,01010)

H2: massa, zwaartekracht en gewicht

Massa: dit is de maat voor de hoeveelheid materie: kilogram.

  • Wat is zwaartekracht?

    • De kracht waarmee (meestal) planeten aan alle voorwerpen in de buurt trekt.


  • Welke wetenschapper “ontdekte” zwaartekracht?

    • Isaac Newton


  • Wat is de basiseenheid van zwaartekracht (Fz)?

    • Newton (N)


H2: massa, zwaartekracht en gewicht

H2: massa, zwaartekracht en gewicht

Zwaartekracht:

dit is afhankelijk van de massa van een voorwerp.


Op een voorwerp van 1,00 kg werkt een zwaartekracht

van 9,81 N (Newton) Op 2 kg: 2 * 9,81 = 19,62 N


Zwaartekracht: Fz = m x 9,81

9,81 = zwaarteveldsterkte of gravitatieversnelling (g)


Fz = m x g

H2: massa, zwaartekracht en gewicht

Zwaartekracht:

Fz = m x g


Fz = de zwaartekracht (N)

m = de massa waarop de zwaartekracht werkt (kg)

g = de zwaarteveldsterkte van de aarde (=9,81 N.kg-1)



Isaac Newton


g-krachten

  • Wat is gewicht (G)?

    • De kracht die een voorwerp uitoefent op ondersteunend oppervlak (dat gene wat onder het voorwerp zit).


  • Wat is de basiseenheid van gewicht (G)?

    • Newton (N), want het is een kracht.


  • Gewicht lijkt erg veel op zwaartekracht, maar is toch net anders. Hoe zit dat?

    • Zwaartekracht heeft alleen betrekking op stilstaande voorwerpen. Bij gewicht houden we ook rekening met de beweging van het voorwerp.

H2: massa, zwaartekracht en gewicht