TEX, klas 1
TEX, klas 1
H0: Wetenschappelijke notatie
Grote of kleine getallen worden in de wetenschap ordelijk genoteerd.
a,bc . 10d
Voorbeeld:
45678 = 4,5678 . 104
0,00256 = 2,56 . 10-3
H0: Wetenschappelijke notatie
Je kan ook met de komma schuiven
komma naar links dan wordt de exponent +
Voorbeeld: 45678 = 4,5678 . 10+4
H0: Wetenschappelijke notatie
Je kan ook met de komma schuiven
komma naar rechts dan wordt de exponent -
Voorbeeld: 0,00452 = 4,52 . 10-3
Oefening: schrijf het volgende getal in de wetenschappelijke notatie:
45
Oefening: schrijf het volgende getal in de wetenschappelijke notatie:
0,45
Oefening: schrijf het volgende getal in de wetenschappelijke notatie: 1234000
Oefening: schrijf het volgende getal in de wetenschappelijke notatie: 0,00023
Oefening: schrijf het volgende getal in de wetenschappelijke notatie:
0,12 . 10 2
Oefening: schrijf het volgende getal in de wetenschappelijke notatie:
739,3 . 10 -12
H0: Significantie
Is 0,500 kg. hetzelfde als 0,5 kg.?
Nee. Met de extra 2 nullen achter de 5 geef je aan dat je extra nauwkeurig hebt gemeten. Het getal staat ook zo op de balans
0,5 kg. = 500 g.
De 0’en achter de 5 bepalen de significantie
H0: Significantie
12,3000 heeft 6 significante cijfers
0,00123 heeft 3 significante cijfers
1,20 . 104 heeft 3 significante cijfers
Naloop nullen tellen WEL mee in de significatie
Voorloop nullen tellen NIET mee in de significantie
Oefening: bepaal van de volgende metingen het aantal significante cijfers
3 cm
Oefening: bepaal van de volgende metingen het aantal significante cijfers
84840596 km
Oefening: bepaal van de volgende metingen het aantal significante cijfers
1,0000 . 10 -6 mol
Oefening: bepaal van de volgende metingen het aantal significante cijfers
49 mA
Oefening: bepaal van de volgende metingen het aantal significante cijfers
0,036 V
Oefening: bepaal van de volgende metingen het aantal significante cijfers
0,0100 µmol
H0: Significantie
Regels bij het optellen en aftrekken:
De nauwkeurigheid van het antwoord is gelijk aan de nauwkeurigheid van de minst nauwkeurige meting.
Bijv: 1,3 + 0,2534 = 1,5534 ? Nee. Dit wordt:
1,3 + 0,2534 = 1,6
Oefening: bereken op de juiste nauwkeurigheid (mag met je rekenmachine)
12,23 + 12,2 + 12
Oefening: bereken op de juiste nauwkeurigheid (mag met je rekenmachine)
0,023 - 0,0004
Oefening: bereken op de juiste nauwkeurigheid (mag met je rekenmachine)
183,5 + 0,5 - 142
Oefening: bereken op de juiste nauwkeurigheid (mag met je rekenmachine)
(32,45 + 6,0) - (3 + 9,003764)
H0: Significantie
Regels bij het vermenigvuldigen en delen:
De nauwkeurigheid van het antwoord is gelijk aan de nauwkeurigheid van de minst nauwkeurige meting.
Bijv: 2,4 x 1,5678 = 3,76272? Nee. Dit wordt:
2,4 x 1,5678 = 3,8
Oefening: bereken met de juiste significantie (mag met je rekenmachine)
2,5 x 34,009
Oefening: bereken met de juiste significantie (mag met je rekenmachine)
0,0001 x 100000
Oefening: bereken met de juiste significantie (mag met je rekenmachine)
(1,68 x 10-6 x 145) / 0,005
Oefening: bereken met de juiste significantie (mag met je rekenmachine)
2,00000 / (3,0 x 103 x 9,01010)
H2: massa, zwaartekracht en gewicht
Massa: dit is de maat voor de hoeveelheid materie: kilogram.
Wat is zwaartekracht?
De kracht waarmee (meestal) planeten aan alle voorwerpen in de buurt trekt.
Welke wetenschapper “ontdekte” zwaartekracht?
Isaac Newton
Wat is de basiseenheid van zwaartekracht (Fz)?
Newton (N)
H2: massa, zwaartekracht en gewicht
H2: massa, zwaartekracht en gewicht
Zwaartekracht:
dit is afhankelijk van de massa van een voorwerp.
Op een voorwerp van 1,00 kg werkt een zwaartekracht
van 9,81 N (Newton) Op 2 kg: 2 * 9,81 = 19,62 N
Zwaartekracht: Fz = m x 9,81
9,81 = zwaarteveldsterkte of gravitatieversnelling (g)
Fz = m x g
H2: massa, zwaartekracht en gewicht
Zwaartekracht:
Fz = m x g
Fz = de zwaartekracht (N)
m = de massa waarop de zwaartekracht werkt (kg)
g = de zwaarteveldsterkte van de aarde (=9,81 N.kg-1)
Isaac Newton
g-krachten
Wat is gewicht (G)?
De kracht die een voorwerp uitoefent op ondersteunend oppervlak (dat gene wat onder het voorwerp zit).
Wat is de basiseenheid van gewicht (G)?
Newton (N), want het is een kracht.
Gewicht lijkt erg veel op zwaartekracht, maar is toch net anders. Hoe zit dat?
Zwaartekracht heeft alleen betrekking op stilstaande voorwerpen. Bij gewicht houden we ook rekening met de beweging van het voorwerp.
H2: massa, zwaartekracht en gewicht