Recept schrijven (instructie)

Hoe schrijf ik een recept?
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsNT2ISK

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Hoe schrijf ik een recept?

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?
  • Hoe is het met je? Wie is er wel en wie niet?
  • Afspraken
  • Lesdoel 
  • Uitleg - Herhaling
  • Instructie
  • Samen oefenen
  • Aan het werk
  • Terugkijken

Slide 2 - Tekstslide


Hoe zit jij er nu bij?

Slide 3 - Poll



  • 👂 Luisteren
    Ik luister als iemand praat.
    Ik kijk naar de spreker.
    Ik praat niet door anderen heen.
  • ✍️ Meedoen
    Ik werk aan de opdracht die op het bord staat.
    Ik probeer eerst zelf.
    Ik stop als de docent dat zegt.


  • Fouten
    Fouten maken mag.
    We lachen niet om fouten.
  • 🤝 Samen
    Ik geef feedback.
    Ik ben rustig en respectvol.
  • 🗣️ Als je het niet snapt
    ✋ Hand omhoog
    💬 Vraag stellen mag altijd
Zo werken we nu: Onze afspraken

Slide 4 - Tekstslide

       Leerdoelen
Aan het eind van de les kan ik:
  • zelf een recept schrijven,
  • signaalwoorden gebruiken,
  • gebiedende wijs toepassen,
  • feedback geven en ontvangen
  • mijn eigen recept aanpassen.

Slide 5 - Tekstslide

               Denk allemaal even na...
             
  • Wat weet je nog over de opbouw van een recept?
  • Welke woorden helpen om stappen in de juiste volgorde te zetten?
  • Waar staat het werkwoord?

Slide 6 - Tekstslide

          Een recept schrijven 
  • Titel: Wat ga je maken?
  • Ingrediënten: Wat heb je nodig?
  • Stappenplan: Wat moet je doen?
  • Schrijf korte en duidelijke zinnen.
  • Begin elke zin met een werkwoord (gebiedende wijs).
  • Zet de zinnen in de juiste volgorde.
  • Gebruik signaalwoorden

Slide 7 - Tekstslide


Gebiedende wijs?
  • Giet - Roer
  • Meng - Kneed
  • Doe - Pak
  • Maak - Neem
  • Zet - Leg
  • Snijd - Kook
  • Smelt - Bak

Signaalwoorden?
  • Eerst
  • Dan
  • Daarna
  • Ten slotte
Herhaling

Slide 8 - Tekstslide




Is de instructie (het recept) duidelijk?
Staat er een titel bij het recept?
Zijn het korte zinnen?
Staat alles wat je nodig hebt ook bij wat je moet doen?
Klopt de volgorde van de zinnen?
Beginnen de zinnen met een werkwoord?
Staan de stappen in de gebiedende wijs?
Beginnen alle zinnen met een hoofdletter en eindigen ze met een punt?
Is de spelling in orde?
Waar geef je feedback op?

Slide 9 - Tekstslide


Ben je klaar voor een korte quiz?

Slide 10 - Poll

Stap 1: Je start met ....
Stap 2: Je gaat verder met ...
Stap 3: Dan doe je ...
Stap 4: Daarna ga je ...
Stap 5: Als laatste wil je ...
Hoe maak je het beslag?
Doe eerst het meel met het zout en de helft van de melk in een kom.
Roer het meel, het zout en de melk door elkaar.
Doe dan de eieren één voor één bij het beslag.
Giet daarna langzaam de rest van de melk erbij.
Roer ten slotte alles goed door elkaar en dan is het beslag klaar.

Slide 11 - Sleepvraag

Pannenkoeken
Wat heb je nodig?
  • 250 gram meel
  • 2 eieren
  • 0,5 liter melk
  • boter
  • zout
Hoe maak je het beslag?
  • Doe eerst het meel met het zout en de helft van de melk
      in een kom.
  • Roer het meel, het zout en de melk door elkaar.
  • Doe dan de eieren één voor één bij het beslag.
  • Giet daarna langzaam de rest van de melk erbij.
  • Roer ten slotte alles goed door elkaar en dan is het beslag klaar.

Slide 12 - Tekstslide



Wat is geen signaalwoord?
A
Daarna
B
Eerst
C
Ten slotte
D
Volgorde

Slide 13 - Quizvraag



Waar zie je de ingrediënten?
A
Wat heb je nodig?
B
Wat ga je maken?
C
Wat moet je doen?
D
Hoeveel tijd kost het?

Slide 14 - Quizvraag



Welk werkwoord staat niet in de gebiedende wijs?
A
Snijd
B
Roer
C
Kookt
D
Bak

Slide 15 - Quizvraag

                  Instructie
• Wat?            Eerst recept schrijven (10 zinnen) met je ingrediënten 
                        en werkwoorden. Daarna feedback geven. Ten slotte
                         je recept aanpassen.
• Hoe?             Zelfstandig (alleen): in stilte. Op je werkblad.
• Hulp?            Opzoeken in het woordenboek en/of docent vragen.
• Tijd?              20 min schrijven, 10 min feedback + aanpassen.
• Uitkomst?    Recept gaan we mondeling gebruiken tijdens                                           gesprekken in het taaldorp.
• Klaar?           Controleer je recept met het feedbackformulier.
                         


Slide 16 - Tekstslide

                 Samen oefenen
We schrijven samen een fictief recept
  • Schrijf mee op je werkblad en gebruik je woordenlijst.
  • Welk ingrediënt van jouw woordenlijst kies je?
  • Welk werkwoord past erbij? Hoe begint deze stap?
  • Welk signaalwoord gebruiken we in deze zin?
  • Is de stap goed zo? Dan kiezen we een ander werkwoord en maken de volgende zin.

Slide 17 - Tekstslide

        Aan het werk
• Wat?          Eerst recept schrijven (10 zinnen) met je ingrediënten
                      en werkwoorden. Daarna feedback geven. Ten slotte
                      je recept aanpassen.


• Hoe?          Zelfstandig (alleen): in stilte. Op je werkblad.
• Hulp?         Opzoeken in het woordenboek en/of docent vragen.
• Uitkomst? Recept gaan we gebruiken bij het taaldorp.
• Klaar?        Controleer je recept met het feedbackformulier.
                         



timer
20:00

Slide 18 - Tekstslide




Is de instructie (het recept) duidelijk?
Staat er een titel bij het recept?
Zijn het korte zinnen?
Staat alles wat je nodig hebt ook bij wat je moet doen?
Klopt de volgorde van de zinnen?
Beginnen de zinnen met een werkwoord?
Staan de stappen in de gebiedende wijs?
Beginnen alle zinnen met een hoofdletter en eindigen ze met een punt?
Is de spelling in orde?





Bekijk de feedback en pas je recept aan waar nodig.
Lever dan je eigen recept en het feedbackformulier in.
Geef feedback aan elkaar
timer
10:00

Slide 19 - Tekstslide

       Terugkijken op
        de leerdoelen
Is het je gelukt om:
  • zelf een recept te schrijven?
  • signaalwoorden te gebruiken?
  • gebiedende wijs toe te passen?
  • feedback te geven en te ontvangen?
  • jouw eigen recept aan te passen?

Slide 20 - Tekstslide

         Sneeuwballen
             reflectie

  • Denk even na over de vragen
  • Schrijf je antwoord op de achterzijde
  • Maak een sneeuwbal van je papier
  • We gooien samen door de klas
  • Pak een papiertje en lees het
  • Geldt dit ook voor jou?
timer
2:00

Slide 21 - Tekstslide

       Vooruitblik op
     de volgende les

  • Wat gaan jullie doen?
  • Wat moeten jullie voorbereiden?
  • Wat verwacht ik van jullie?
  • Welk doel werken we naar toe?

Slide 22 - Tekstslide