EXCURSIE: De Nieuwe Bibliotheek - Van boek tot beeld

VAN BOEK TOT BEELD
1 / 13
next
Slide 1: Slide
KunstKunstzinnige oriëntatieBasisschoolGroep 3

This lesson contains 13 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

VAN BOEK TOT BEELD

Slide 1 - Slide


Lesomschrijving

Tijdens de masterclass van Boek tot beeld gaan de leerlingen op excursie naar de filmzaal in De Nieuwe Bibliotheek. Daar maken ze kennis met verschillende soorten films en leren ze aandachtig kijken naar verschillende filmtechnieken. Met een filmdocent van De Nieuwe Bibliotheek gaan leerlingen in gesprek over de verschillende films en leren ze om hun mening daarover te formuleren.

Duur van de voorbereidende les
50 minuten

Leerdoelen

Leerdoelen:
- De leerlingen leren verschillende manieren kennen om een verhaal te vertellen
- De leerlingen kennen verschillende filmtechnieken
- De leerlingen kunnen hun mening formuleren over een film

De kunstdisciplines die in dit blok worden behandeld
- film 
- literatuur

Voorbereiding
- Neem de woordenlijst door
- Print de lesinstructie

Benodigde materialen voor de voorbereidende les
- Lesinstructie (in de bijlage)

Je hebt de vrijheid om de voorbereidende les naar jouw eigen visie en inzicht uit te breiden.
Groep 3
50 min.
VAN BOEK TOT BEELD

Slide 2 - Slide

Introduceer het thema van dit lesblok: Van boek tot beeld en stel vragen. Waar zou dit lesblok over kunnen gaan?

Vertel in het kort wat de leerlingen kunnen verwachten van de voorbereidende les.

Deze les gaat over verhalen in boeken en in films. 
Er was eens..

Slide 3 - Slide


Voorlezen (5 min.) 
Lees een stukje voor uit Vos en Haas.

Voorbeeld: Bij Vos en Haas redden het bos  pagina 7 tot en met de eerste alinea van pagina 12.: ‘En VEEL leuker dan een modderbad,’ moppert hij. Laat nog geen illustraties uit het boek zien zodat de kinderen hun fantasie kunnen gebruiken en zo het verschil met het verhaal met beeld kunnen ervaren. 

Ga naar de volgende slide voor een gesprek over wat jullie hebben gelezen. 

Nieuw woord:
personage 

Slide 4 - Slide

Gesprek (5 min)
Bespreek met de leerlingen wat jullie hebben gelezen. Om wie ging het in het verhaal? Figuren zoals Vos en haas die in een verhaal spelen noem je ‘personages’.

Nieuw woord: personages
 De figuren die in een verhaal spelen noem je ‘personages’. Dat kan in een film zijn, maar bijvoorbeeld ook in een boek of in een toneelstuk. 

Wie waren dan de personages in het boek? bespreek hun relatie met elkaar.
Stel vragen als: 

● Wie zijn er vrienden?
● wat vind je van de personages? Vind je ze lief, grappig, mooi, een beetje gek?

Vraag de leerlingen of ze nog andere personages uit verhalen/boeken/tv series/games kennen. kies bijvoorbeeld een tv serie/film/boek die jullie met de klas hebben gezien/gelezen of die de kinderen kennen.

voorbeelden:
- Minions (Kevin) 
- Nijntje 
 - Frozen (Elza, Olaf, Anna)
- Mario en luigi 
- Assepoester
-- Pokemon (Ash, Pikachu)  
- Donald Duck
- Spongebob 


tekenopdracht 1
Teken een personage uit het verhaal

Slide 5 - Slide

Korte tekenopdracht (5 min) 

Laat de kinderen een personage uit Vos en Haas in het bos tekenen. Benoem dat ze 5 minuten de tijd hebben. 

Laat de kinderen na 5 minuten kijken bij elkaar. Hoe zien de personages eruit voor de kinderen en zijn er verschillen in tekeningen van bijvoorbeeld hetzelfde personage?  

Slide 6 - Slide

Kijk het fragment Vos en Haas genaamd Verjaardag. Duur 10 minuten. (Tip: open de link in een nieuw tabblad)

Bespreek met de volgende slide het fragment. 

Slide 7 - Slide

bespreek de film. Vraag de leerlingen wat er anders is nu we beeld hebben bij een verhaal in plaats van alleen maar een verhaal horen. 

Wat is het verschil tussen naar een verhaal luisteren en een verhaal zien?

Zien Vos en Haas er hetzelfde uit als dat jullie hadden bedacht? 


Nieuw woord:
Film 

Slide 8 - Slide

We hebben net een film gezien. 

Nieuw woord: Film  
 Een film is een verhaal dat wordt uitgebeeld door bewegende beelden. Er zijn verschillende soorten films, bijvoorbeeld speelfilms of tekenfilms. Tekenfilms noemen mensen ook wel animatie. 

soms bestaat het verhaal van een film al, dan is het bijvoorbeeld eerst geschreven als boek. Net als Vos en de haas.

Een speelfilm is met echte mensen. Een animatiefilm is getekend en gemaakt met de computer. wat voor film was Vos en Haas? 

Wat voor soorten films kennen jullie nog meer? 
voorbeelden: Anime, reclame, documentaire

Nieuw woord:
Filmhuis 
De Nieuwe Bibliotheek

Slide 9 - Slide

Vraag aan de leerlingen wat ze denken dat een filmhuis is.

 Nieuw woord: filmhuis  
Een filmhuis is een plek waar je naar films kan kijken.  

Nieuw woord:
Scène 

Slide 10 - Slide

Vraag of de leerlingen weten wat een scène is. 

Nieuwe woord: scène
 Een Scène is een stukje film is waarin iets gebeurt. Meestal speelt een scène zich op één plek af. Een film bestaat dus uit meerdere, verschillende scènes. Met welke scène was de film over de Vos en de Haas ook al weer begonnen? 

Nieuw woord:
Mening 
Ik vind..

Slide 11 - Slide

Bespreek met de leerlingen wat zij denken dat een mening is. 

nieuw woord: mening
Een mening is hoe je ergens over denkt en wat je ergens van vindt. Meningen kunnen verschillen, dus niet iedereen heeft dezelfde mening. 

Vraag de leerlingen hun mening over de filmdie jullie hebben gekeken van Vos en haas.

Opdrachtoptie: laat alle kinderen staan. Noem stellingen als:
- ik vind het leuker om een verhaal te horen/lezen
- ik vind het leuker om een verhaal in een film te zien
- ik vind de Film Vos en Haas een leuke film
- ik vind Haas het leukste personage
- ik vind Vos het leukste personage 

Als de kinderen het eens zijn met deze mening mogen ze blijven staan. Zijn ze het oneens, hebben ze dus een andere mening, dan mogen ze zitten. 

 Vraag de kinderen wat ze de leukste scène vonden uit de film.

tekenopdracht 2
Teken de scène die je het leukst vindt

Slide 12 - Slide

tekenopdracht: teken een scène uit het verhaal van Vos en Haas. Noem voorbeeld zoals toen de dieren aan tafel zaten met taart, toen Haas in bed lag.   tijd: 5 a 10 minuten.  

 Loop rond en kijk wat de leerlingen hebben gekozen. Vraag na het tekenen aan de leerlingen of iemand wat over zijn tekening wil vertellen. 

opdracht optie:

- Laat de kinderen de verschillende scenes op volgorde leggen 


personages
Film
Scène
Mening
Filmhuis

Slide 13 - Slide

Sluit de les af door de leerlingen te vragen wat ze tijdens deze les hebben geleerd en herhaal de nieuwe woorden: Personages, film, scène, filmhuis en mening. 

Blik vooruit op de masterclass. Jullie gaan naar het Filmhuis in de Nieuwe Bibliotheek. Daar gaan jullie verschillende korte films zien en gaan daarover in gesprek met een filmdocent als echte filmrecensenten.

Wat kunnen ze verwachten van de masterclass:
- Introductie van de kunstenaar
- Terugkoppeling naar de voorbereidende les
- Uitleg van de kunstenaar wat ze gaan doen
- Aan de slag met de kunstenaar
- Afsluiten masterclass

Wat wordt er van de docent verwacht:
- De docent moet te alle tijden bij de masterclass aanwezig blijven.
- De docent assisteert de kunstenaar waar nodig. De kunstenaar zal dit aan het begin van de les afstemmen met de docent.
- De docent zorgt dat materialen die op school zijn geleverd of die van de school worden gebruikt klaar liggen.