5. Geboorte en sterfte in Nederland en Duitsland

Geboorte en sterfte in Nederland en Duitsland
1 / 26
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Geboorte en sterfte in Nederland en Duitsland

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen 
• Je kunt de natuurlijke bevolkingsgroei in Nederland en Duitsland vanaf 1950 beschrijven en verklaren.
• Je kunt verklaren waarom de natuurlijke bevolkingsgroei in Nederland en Duitsland
vanaf 1950 verschillend verliep

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

EXAMENVRAAG

Slide 3 - Slide

maximumscore 2
1 = juist
2 = juist
3 = onjuist
EXAMENVRAAG

Slide 4 - Slide

F
Bevolking in beweging
Bevolkingsontwikkeling = gaat over de verandering van het aantal mensen en over de samenstelling van de bevolking. 
Dus: 
- komen er meer of minder ouderen?
- komen er meer of minder kinderen? 
- komen er meer of minder migranten? 

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Wat is natuurlijke bevolkingsgroei?

Slide 6 - Open question

This item has no instructions

Cijfers over geboorte en sterfte 
Natuurlijke geboortegroei = het verschil tussen geboortes en sterftes. 
Je kijkt naar: 
  • geboortecijfers 
  • sterftecijfers 
Er ontstaat een geboorteoverschot of een sterfteoverschot. 

Geboortecijfer = het aantal levendgeboren per 1000 mensen per jaar. 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Er worden 20 kinderen geboren (per 1000). Het sterftecijfer is 13 (per 1000). Wat is het geboorteoverschot? Schrijf de berekening ook op.

Slide 8 - Open question

This item has no instructions

Afnemende groei in NL en DL
Afnemende groei wil dus zeggen dat de bevolking(als er geen migratie zou zijn) kleiner zou worden? 
Wat zijn de oorzaken van deze afnemende groei? 

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Kan je een oorzaak bedenken waardoor er in NL minder kinderen zijn geboren vanaf 1950

Slide 10 - Open question

This item has no instructions

Oorzaken:
  1. Hoger welvaart 
  • betere gezondheidszorg, eten en hygiene, daardoor minder kindersterfte en worden mensen ouder. 
  1. Positie van de vrouwen
  2. Anticonceptie 
  3. Secularisatie - minder invloed kerk 
Wat betekent levensverwachting? 
Leg uit dat vergrijzing en ontgroening samen gaan? 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Verschil Nederland 
en Duitsland 
In welk land is het geboortecijfer lager? 
In welk jaar ontstaat een sterfteoverschot in Duitsland? 
Wat is het verschil in het geboortecijfer van NL en DL vanaf 2015? En kan je hier een verklaring voor geven? 
Kan je in deze bronnen het gebruik van de pil terug zien? 
Welk land heeft het hoogste sterftecijfer? 

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Hoe goed ken je het nu? 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

EXAMENVRAAG

Slide 14 - Slide

maximumscore 2
1 = juist
2 = juist
3 = onjuist
EXAMENVRAAG

Slide 15 - Slide

F
De bevolking groeit snel door?
A
Laag sterftecijfer, laag geboortecijfer
B
Laag sterftecijfer, hoog geboortecijfer
C
Hoog sterftecijfer, laag geboortecijfer
D
Hoog sterftecijfer, hoog geboortecijfer

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Hoe bereken je het geboortecijfer?
A
bevolkingaantalgeboorten1000
B
vrouwenaantalgeboorten1000
C
aantalgeboorten1000
D
bevokingaantalgeboorten100

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Het geboortecijfer van NL is...
A
7
B
11
C
15
D
19

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

In Nederland is het sterftecijfer 8, het geboortecijfer 10. Heeft Nederland een sterfteoverschot of een geboorteoverschot?
A
Sterfteoverschot
B
Geboorteoverschot

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

In Duitsland is het sterftecijfer 11, het geboortecijfer 8. Is er in Duitsland een sterfteoverschot of een geboorteoverschot?
A
Sterfteoverschot
B
Geboorteoverschot

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Vanaf welk jaartal is in Duitsland het geboorteoverschot een sterfteoverschot geworden?
A
1950
B
1960
C
1970
D
1980

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Waardoor ontstaat vergrijzing?
A
Stijging van het aantal kinderen
B
Daling van de levensverwachting
C
Migratie
D
Stijging van de levensverwachting

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Is vergrijzing en ontgroening hetzelfde?
A
Ja
B
Nee

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Steeds meer basisscholen worden gedwongen om te fuseren, dat is een gevolg van...
A
Ontgroening
B
Vergrijzing

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

De babyboom uit het verleden zorgt nu voor...
A
ontgroening
B
vergrijzing
C
emigratie
D
immigratie

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Wat moet je nu kunnen en kennen? 
Je moet alle begrippen kunnen uitleggen. 
Je moet de lesdoelen kunnen beantwoorden.
Je moet een samenvatting of een mindmap kunnen maken.

Slide 26 - Slide

This item has no instructions