Par 1 De bevolking van Nederland

Par 1 De bevolking van Nederland
1 / 41
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Par 1 De bevolking van Nederland

Slide 1 - Slide

Lezen
Blz 24, stukje is Nederland vol?

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
- Je weet wat de begrippen dunbevolkt, dichtbevolkt en bevolkingsdichtheid betekenen.
- Je kunt uitleggen waarom gebieden in Nederland dun of dichtbevolkt zijn.
- Je weet waar de Randstad ligt en uit welke 4 grote steden deze bestaat.
- Je weet waardoor het aantal mensen in Nederland verandert.
- Je weet wat de begrippen immigratie en emigratie betekenen.
- Je weet wat een geboorteoverschot en vestigingsoverschot betekenen.
- Je kunt uitleggen waarom er in Nederland minder baby’s geboren worden.
- Je kent het begrip vergrijzing.

Slide 3 - Slide

Mindmap
Pen en schrift op tafel, we gaan een mindmap maken over deze paragraaf. 

Slide 4 - Slide

Bevolkingsdichtheid
80% van de Nederlanders woont in dichtbevolkte steden. Buiten de steden is het dunbevolkt.
Bevolkingsdichtheid: aantal mensen per vierkante kilometer. 

Slide 5 - Slide

Bevolkingsspreiding
De bevolkingsspreiding in Nederland is onregelmatig.
In het westen wonen veel meer mensen dan in het noorden van Nederland.
 

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Stedelijk gebied
Als steden dichtbij elkaar liggen noemen we dat stedelijk gebied.
In Nederland hebben we 1 echt stedelijk gebied:
De Randstad.

Slide 9 - Slide

Quiz
Eens kijken wie er goed heeft opgelet..

Slide 10 - Slide


Als in een gebied veel inwoners per km2 wonen, dan noemen we dat?

A
Bevolkingsspreiding.
B
Dichtbevolkt.
C
Dunbevolkt.
D
Een randstad.

Slide 11 - Quiz

De verdeling van mensen over een land of gebied is ...
A
De bevolkingsconcentratie
B
Het bevolkingsaantal
C
De bevolkingsdichtheid
D
De bevolkingsspreiding

Slide 12 - Quiz

Welke uitspraak over Nederland is waar?



A
In het westen van Nederland is een grote bevolkingsconcentratie.
B
De bevolkingsspreiding van Nederland is gelijkmatig.
C
In Nederland wordt de meeste grond gebruikt voor gebouwen.
D
In de Randstad is de bevolkingsdichtheid net zo hoog als in het noorden van Nederland.

Slide 13 - Quiz

In Nederland wonen...miljoen mensen
A
14
B
16
C
15
D
17

Slide 14 - Quiz

En nu?
Check of alle leerdoelen op je mindmap staan.
Maak de vragen van paragraaf 1.
Bekijk de filmpjes over dit onderwerp. 

Slide 15 - Slide

Par 1 De bevolking van Nederland

Slide 16 - Slide

Lezen
Blz 25, stukje de bevolking groeit, minder baby's en meer bejaarden.

Slide 17 - Slide

Leerdoelen
- Je weet wat de begrippen dunbevolkt, dichtbevolkt en bevolkingsdichtheid betekenen.
- Je kunt uitleggen waarom gebieden in Nederland dun of dichtbevolkt zijn.
- Je weet waar de Randstad ligt en uit welke 4 grote steden deze bestaat.
- Je weet waardoor het aantal mensen in Nederland verandert.
- Je weet wat de begrippen immigratie en emigratie betekenen.
- Je weet wat een geboorteoverschot en vestigingsoverschot betekenen.
- Je kunt uitleggen waarom er in Nederland minder baby’s geboren worden.
- Je kent het begrip vergrijzing.

Slide 18 - Slide

Quiz
Maar eerst gaan we kijken wat jullie nog weten van de vorige lessen.. 

Slide 19 - Slide


Als in een gebied weinig inwoners per km2 wonen, dan noemen we dat?

A
Bevolkingsspreiding.
B
Dichtbevolkt.
C
Dunbevolkt.
D
Een randstad.

Slide 20 - Quiz

De verdeling van mensen over een land of gebied is ...
A
De bevolkingsconcentratie
B
Het bevolkingsaantal
C
De bevolkingsdichtheid
D
De bevolkingsspreiding

Slide 21 - Quiz

Welke stad hoort niet bij de Randstad?
A
Amsterdam
B
Eindhoven
C
Utrecht
D
Rotterdam

Slide 22 - Quiz

Welke uitspraak over Nederland is waar?



A
In het westen van Nederland is een grote bevolkingsconcentratie.
B
De bevolkingsspreiding van Nederland is gelijkmatig.
C
In Nederland wordt de meeste grond gebruikt voor gebouwen.
D
In de Randstad is de bevolkingsdichtheid net zo hoog als in het noorden van Nederland.

Slide 23 - Quiz

Mindmap
Pen en schrift op tafel, we gaan een mindmap maken over deze paragraaf. 

Slide 24 - Slide

Herhalen
Dunbevolkt
Dichtbevolkt
Bevolkingsdichtheid
Bevolkingsspreiding

Slide 25 - Slide

Bevolking groeit
Door geboorte, sterfte, immigratie en emigratie verandert het aantal mensen in Nederland.

Slide 26 - Slide

Bevolking groeit
In Nederland: geboortecijfer >
 sterftecijfer = geboorteoverschot.

In Nederland: immigratie >
 emigratie = vestigingsoverschot.

Slide 27 - Slide

Sociale bevolkingsgroei
Dit is het aantal mensen dat in het gebied gaat wonen min het aantal mensen dat vertrekt.
Bijvoorbeeld: Er gaan 10 mensen wonen en er vertrekken er 8.
Sociale bevolkingsgroei van 2.

Slide 28 - Slide

Migratie
Iemand die verhuist naar een andere plek noem je een migrant.
Immigratie min emigratie.
Immigrant.
Emigrant.

Slide 29 - Slide

Migratie
Een immigrant is een nieuwkomer.
Een immigrant vestigt zich in een gebied.
Een emigrant gaat weg.
Een emigrant verlaat een gebied.


Slide 30 - Slide

Natuurlijke bevolkingsgroei
Geboorte min sterfte.
2000 mensen.
15 geboren kinderen.
12 gestorven mensen.
Natuurlijke bevolkingsgroei van 3.

Slide 31 - Slide

Minder baby's
Er worden minder kinderen geboren.
1946: gemiddeld 4 kinderen per vrouw.
2014: gemiddeld 1.7 kinderen per vrouw.
Vrouw in Nederland gemiddeld 29,4 als ze haar eerste kind krijg

Slide 32 - Slide

Vergrijzing
Toename van het aantal 65-plussers in de bevolking.
Hoe komt dat?
Na de Tweede Wereldoorlog was er een geboortegolf.
Die baby’s zijn nu oud.
Mensen leven langer.

Slide 33 - Slide

Bevolkingsopbouw
Een bevolkingspiramide laat de leeftijdsopbouw van de bevolking zien.

Slide 34 - Slide

Quiz
Eens kijken wie er goed heeft opgelet..

Slide 35 - Slide

Als iemand Nederland verlaat, dan is diegene een?
A
Emigrant
B
Immigrant

Slide 36 - Quiz

Als er meer baby's geboren worden dan dat er mensen sterven, dan hebben we een?
A
Geboorte-overschot
B
Sterfteoverschot

Slide 37 - Quiz

Als er meer mensen vertrekken dan dat er zich vestigen in een gebied, dan hebben we een?
A
Vestigingsoverschot
B
Vertrekoverschot

Slide 38 - Quiz

Wat is geen reden voor vergrijzing?
A
Onze zorg is steeds beter
B
Mensen denken beter om hun gezondheid
C
Onze zorg is steeds slechter
D
Er zijn steeds betere medicijnen

Slide 39 - Quiz

Welke uitspraak klopt?
A
Vrouwen krijgen in Nederland op steeds jongere leeftijd kinderen
B
Vrouwen krijgen in Nederland helemaal geen kinderen
C
Vrouwen krijgen in Nederland steeds meer kinderen
D
Vrouwen krijgen in Nederland steeds minder kinderen

Slide 40 - Quiz

En nu?
Check of alle leerdoelen op je mindmap staan.
Maak de vragen van paragraaf 1.
Bekijk de filmpjes over dit onderwerp. 

Slide 41 - Slide