HAH4 les 7 lineaire formules opstellen

Welke stelling hoort niet bij de volgende functies: f:y=0,5x+3 en g:y=0,5x+2?
A
Deze grafieken lopen evenwijdig
B
De richtingscoëfficiënt van de grafiek bij f is 0,5
C
Het snijpunt met de y-as van de grafiek bij g is (0,2)
D
het snijpunt met de y-as van de grafiek bij f is (3,0)
1 / 12
next
Slide 1: Quiz
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slide.

Report this lesson

Items in this lesson

Welke stelling hoort niet bij de volgende functies: f:y=0,5x+3 en g:y=0,5x+2?
A
Deze grafieken lopen evenwijdig
B
De richtingscoëfficiënt van de grafiek bij f is 0,5
C
Het snijpunt met de y-as van de grafiek bij g is (0,2)
D
het snijpunt met de y-as van de grafiek bij f is (3,0)

Slide 1 - Quiz

hoe bereken je b als de rc 2 is en de lijn door (3,4) gaat?
A
2⋅3+b=4
B
3⋅4+b=2
C
2⋅3+4=b
D
2⋅4+b=3

Slide 2 - Quiz

Stel de formule op van de lijn met richtingscoëfficiënt -2, die door het punt (2, 5) gaat.
A
y = -2x + 9
B
y = 2x + 7
C
y= 2x + 2
D
y = -2x - 5

Slide 3 - Quiz

Hoe bereken je de richtingscoëfficiënt als je twee punten hebt
A
verschil van de x-coörd. gedeeld door verschil van de y-coörd.
B
verschil van de y-coörd. gedeeld door verschil van de x-coörd.
C
A en B allebei goed
D
A en B allebei niet goed

Slide 4 - Quiz

Hoe bereken je de rc door de punten (3,1) en (8,27)
A
rc=​8−3​​27−1​​
B
rc=​27−1​​8−3​​

Slide 5 - Quiz

Hoe bereken je de rc door de punten (5,7) en (10,3)
A
rc=​10−5​​7−3​​
B
rc=​5−10​​7−3​​

Slide 6 - Quiz

hoe bereken je de rc door de punten (2,1) en (5,7)
A
rc=​5−7​​2−1​​
B
rc=​1−7​​2−5​​
C
rc=​2−5​​1−7​​
D
rc=​5−2​​1−7​​

Slide 7 - Quiz

hoe bereken je de rc door de punten (2,-1) en (-5,7)
A
rc=​2−5​​−1−7​​
B
rc=​2−−5​​−1−7​​
C
rc=​2−5​​7−1​​
D
rc=​2−−5​​1−7​​

Slide 8 - Quiz

Wat is de richtingscoëfficiënt a van de lijn door de punten C (-3, 8) en D (9, 2)?
A
a=​2−8​​9−−3​​=​−6​​12​​=−2
B
a=​9−−3​​2−8​​=−​12​​6​​=−0,5
C
a=​9−−3​​8−2​​=​12​​6​​=0,5
D
a=​8−2​​−3−9​​=−​6​​12​​=−2

Slide 9 - Quiz

Bram laat een ballon los vanaf het dak van een gebouw. t seconden na het loslaten is de ballon h meter boven de grond. Zie de figuur hiernaast.​
 Stel de formule op van h.​

Slide 10 - Slide

Bram laat een ballon los vanaf het dak van een gebouw. t seconden na het loslaten is de ballon h meter boven de grond. Zie de figuur hiernaast.​
Stel de formule op van h.​

Slide 11 - Open question

Er gaat een rechte lijn door de punten (1, 2) en (5, 10).
Geef de richtingscoëfficiënt van de lijn.
A
1
B
5
C
2x
D
2

Slide 12 - Quiz