Filosofie - Thomas van Aquino

De tijdreis van de filosofie

Thomas

van Aquino

1225 - 1274, Italië

1 / 5
suivant
Slide 1: Slide
newEditor

Cette leçon contient 5 diapositives, avec quiz interactif et diapositives de texte.

Introduction

Deze les is onderdeel van een serie korte filosofielessen. Zij zijn een laagdrempelige manier om de leerlingen kennis te laten maken met de grote filosofen. In de les is dat Thomas van Aquino. Wat was zijn filosofie, welke vragen stelde hij en om welke uitspraken werd hij bekend? De leerlingen maken kennis met filosofische vragen, gaan zelf filosoferen en trekken de uitspraken van oude filosoferen naar het nu. Hoe denken zij erover? Is het nu nog relevant? Laat ze vooral nadenken, twijfelen en ontdekken! In de notities staan bij sommige dia's verdiepende vragen of tips om er een volwaardige les van te maken.

Instructions

Probeer tijdens deze les je leerlingen op weg te helpen met sterke doorvragen.

1. Wat is een filosofische doorvraag
Het is een verdiepende vraag over wat de leerling net zei.
Het doel is niet: de leerling naar het “goede” antwoord leiden, maar om samen te onderzoeken wat de leerling bedoelt, waarom hij dat denkt en hoe hij dat kan onderbouwen. Oftewel:
- Denk niet: “Hoe krijg ik een beter antwoord?”
- Denk wel: “Hoe kan ik het kind helpen in zijn denkproces?"

2. De basis van een goede doorvraag
Goede doorvragen zijn:
Open - nodigen uit tot denken, geen ja/nee
  • Nieuwsgierig - je wilt echt begrijpen wat het kind bedoelt
  • Vertragend - je blijft even bij één gedachte, niet te snel naar de volgende
  • Onderzoekend, niet beoordelend
3. Soorten doorvragen + voorbeeldzinnen
Hieronder vind je categorieën van doorvragen die goed werken bij kinderen (groep 6–8), met concrete voorbeelden die je direct kunt gebruiken in de klas.
  • Verhelderende doorvragen: Helpen om beter te begrijpen wat iemand bedoelt.
    “Wat bedoel je precies met …?”
    “Kun je dat uitleggen in andere woorden?”
    “Kun je een voorbeeld geven?”
    “Hoe weet je dat?”
    “Wat zou je bedoelen met ‘eerlijk’ (of ‘geluk’, ‘vrijheid’, …)?”

    Gebruik bij vage of grote woorden.
  • Onderzoekende doorvragen: Helpen om dieper te denken of een reden te vinden.
    “Waarom denk je dat?"
    "Wat maakt dat belangrijk voor jou?”
    “Zou iemand daar ook anders over kunnen denken?”
    “Wat zou er gebeuren als iedereen dat vond?”
    “Is dat altijd zo, of soms?”

    Gebruik bij overtuigingen of algemene uitspraken.
  • Doorvragen op tegenstellingen of uitzonderingen: Helpen om kritisch te denken en grenzen te verkennen.
    “Kan het ook anders zijn?”
    “Wat zou het tegenovergestelde zijn?”
    “Kun je een situatie bedenken waarin dat niet klopt?”
    “Wanneer zou het moeilijk zijn om dat te doen?”
    Gebruik als iemand iets heel stellig zegt.
  • Doorvragen op betekenis of waarde: Helpen om te onderzoeken waarom iets belangrijk is.
    “Waarom vind je dat belangrijk?”
    “Wat zegt dat over wat jij goed of slecht vindt?”
    “Is dat eerlijk voor iedereen, denk je?”
    “Wanneer is iets écht goed?”
    Gebruik bij morele of existentiële thema’s.
4. Praktische tips voor de docent
  • Luister traag – wacht 3 tellen voordat je reageert. Kinderen hebben tijd nodig om te denken.
  • Herhaal en spiegel – zeg bijvoorbeeld: “Dus jij zegt eigenlijk dat vrijheid betekent dat je zelf mag kiezen?” Dat laat zien dat je luistert en helpt anderen mee te denken.
  • Gebruik “waarom” spaarzaam – te vaak “waarom?” kan als ondervraging voelen. Wissel af met: “Hoe weet je dat?”, “Wat maakt dat zo?” of “Kun je dat uitleggen?”.
  • Blijf neutraal: reageer niet met “goed zo” of “dat klopt niet”, maar met: “Interessant dat je dat zegt, kun je dat toelichten?”
  • Laat leerlingen elkaar doorvragen: geef beurten en modelleer de houding. “Wie kan hierop doorvragen?”
Zo wordt het een écht filosofisch gesprek, geen Q&A met de docent.

5. Samenvattend ezelsbruggetje: “D-E-N-K”
Gebruik dit geheugensteuntje om tijdens een gesprek te onthouden hoe je doorvraagt:
D – Doorvragen: Blijf even bij één gedachte.
E – Exploreren: Onderzoek wat iemand bedoelt.
N – Nieuwsgierig: Stel vragen zonder oordeel.
K – Koppelen: Verbind ideeën van leerlingen met elkaar.

Éléments de cette leçon

De tijdreis van de filosofie

Thomas

van Aquino

1225 - 1274, Italië

Cet élément n'a pas d'instructions

Thomas was een monnik en woonde in een klooster. De kerk vond het lastig zo'n monnik die geloofde, maar zich ook dingen over de wereld afvroeg.

De tijdreis van de filosofie

De Middeleeuwen was een tijd waarin mensen moesten geloven wat in de bijbel stond.


Thomas kan je een verbinder noemen.



Thomas kan je een verbinder noemen. Hij verbond de filosofie met het geloof. Hij las de oude Griekse denkers, zoals Aristoteles, en gebruikte hun ideeën om beter te begrijpen wat het geloof betekent. Veel van zijn gedachten worden nog steeds bestudeerd. Thomas liet zien dat je kunt denken én geloven tegelijk.


Thomas vond dat denken en geloven bij elkaar horen. Hij probeerde te laten zien dat wat je met je verstand ontdekt, niet tegen het geloof hoeft te zijn, maar het juist kan verdiepen.

In de middeleeuwen dacht men dat alles was gemaakt en bepaald door God. Thomas van Aquino wilde de wereld begrijpen met zijn verstand én met zijn geloof.


die geloofde, maar zich ook dingen over de wereld afvroeg. Thomas dacht: Als God ons een verstand heeft gegeven, mogen we ook vragen stellen en nadenken!

Cet élément n'a pas d'instructions

1

De dingen waar we van houden, laten zien wie we zijn

2

Wil je in anderen het goede zien, dan laat dat zien dat je een goed hart hebt

3

Er is niets op aarde dat belangrijker is dan echte vriendschap

Welke uitspraak van Thomas van Aquino vind jij het mooist?

Bespreek met de leerlingen waarom een bepaalde uitspraak hen aanspreekt.
- Wat vinden ze er mooi aan?

- Wat betekent de uitspraak volgens hen?

- Het zijn al hele oude uitspraken. Maar vind je dat ze nog steeds van belang zijn?
- Wat is de betekenis van deze uitspraak in hun eigen leven?

- Pittige vraag: Snap waarom juist deze filosoof deze vraag heeft gesteld?

Wat denk jij?



Wat je altijd alles geloven wat iemand zegt?

Gebaseerd op het gedachtengoed van Thomas van Aquino mogen de leerlingen nadenken over de vraag 'Moet je altijd alles geloven wat iemand zegt?'
Stel vragen aan de leerlingen om het filosofische gesprek met hen aan te gaan. Blijf daar bij opmerkzaam dat je het gesprek niet stuurt, op zoek bent naar specifieke antwoorden of tóch vragen stelt die een goed en/of fout antwoord hebben.

Vragen die je kunnen helpen zijn:

- Wat is 'geloven' eigenlijk? Is het makkelijk om iets te geloven? Als je iets gelooft, is het dan ook zeker de waarheid?

- Kan je iets geloven en er tegelijkertijd aan twijfelen? Wat maakt het makkelijker om iets te geloven?

- Wat gebeurt er als je alles wat je hoort gelooft?

- Geloof jij jezelf altijd? Waarom wel of niet? En wat zegt dat?

- Mag je je geloof veranderen?
Tips:

- Laat de leerlingen eens 1 ding opschrijven waar ze heel sterk in geloven. Wat ís dat geloven dan? Is dat geloven hetzelfde als zeker weten? En kan je iets dan wel geloven als je het niet kan bewijzen?

- Vertel de leerlingen over deze kwal die echt bestat: De onsterfelijke kwal (Turritopsis dohrnii) kan, als hij gewond of oud wordt, zijn cellen terugdraaien naar een jongere staat, alsof hij weer opnieuw geboren wordt. Eigenlijk kan hij dus eeuwig leven!
Pak vervolgens een boek en vertel het levensverhaal van een fictieve persoon.

Welk verhaal zijn de leerlingen geneigd te geloven? Waarom? Maakt uit of iets waar of niet waar is. om te geloven? En...om nog een flinke stap in de filofie te zetten...waarom zou die persoon in dat verhaal niet echt zijn!? (Maar dat is een stap die je leerlingen aan moeten kunnen!)

Thomas

van Aquino

De tijdreis van de filosofie

1225 - 1274, Italië

Klik hier voor meer lessen over filosofie

Cet élément n'a pas d'instructions