De tijdreis van de filosofie
Thomas
van Aquino
1225 - 1274, Italië
De tijdreis van de filosofie
Thomas
van Aquino
1225 - 1274, Italië
Cet élément n'a pas d'instructions
Thomas was een monnik en woonde in een klooster. De kerk vond het lastig zo'n monnik die geloofde, maar zich ook dingen over de wereld afvroeg.
De tijdreis van de filosofie
De Middeleeuwen was een tijd waarin mensen moesten geloven wat in de bijbel stond.
Thomas kan je een verbinder noemen.
Thomas kan je een verbinder noemen. Hij verbond de filosofie met het geloof. Hij las de oude Griekse denkers, zoals Aristoteles, en gebruikte hun ideeën om beter te begrijpen wat het geloof betekent. Veel van zijn gedachten worden nog steeds bestudeerd. Thomas liet zien dat je kunt denken én geloven tegelijk.
Thomas vond dat denken en geloven bij elkaar horen. Hij probeerde te laten zien dat wat je met je verstand ontdekt, niet tegen het geloof hoeft te zijn, maar het juist kan verdiepen.
In de middeleeuwen dacht men dat alles was gemaakt en bepaald door God. Thomas van Aquino wilde de wereld begrijpen met zijn verstand én met zijn geloof.
die geloofde, maar zich ook dingen over de wereld afvroeg. Thomas dacht: Als God ons een verstand heeft gegeven, mogen we ook vragen stellen en nadenken!
Cet élément n'a pas d'instructions
De dingen waar we van houden, laten zien wie we zijn
Wil je in anderen het goede zien, dan laat dat zien dat je een goed hart hebt
Er is niets op aarde dat belangrijker is dan echte vriendschap
Welke uitspraak van Thomas van Aquino vind jij het mooist?
Bespreek met de leerlingen waarom een bepaalde uitspraak hen aanspreekt.
- Wat vinden ze er mooi aan?
- Wat betekent de uitspraak volgens hen?
- Het zijn al hele oude uitspraken. Maar vind je dat ze nog steeds van belang zijn?
- Wat is de betekenis van deze uitspraak in hun eigen leven?
- Pittige vraag: Snap waarom juist deze filosoof deze vraag heeft gesteld?
Wat denk jij?
Wat je altijd alles geloven wat iemand zegt?
Gebaseerd op het gedachtengoed van Thomas van Aquino mogen de leerlingen nadenken over de vraag 'Moet je altijd alles geloven wat iemand zegt?'
Stel vragen aan de leerlingen om het filosofische gesprek met hen aan te gaan. Blijf daar bij opmerkzaam dat je het gesprek niet stuurt, op zoek bent naar specifieke antwoorden of tóch vragen stelt die een goed en/of fout antwoord hebben.
Vragen die je kunnen helpen zijn:
- Wat is 'geloven' eigenlijk? Is het makkelijk om iets te geloven? Als je iets gelooft, is het dan ook zeker de waarheid?
- Kan je iets geloven en er tegelijkertijd aan twijfelen? Wat maakt het makkelijker om iets te geloven?
- Wat gebeurt er als je alles wat je hoort gelooft?
- Geloof jij jezelf altijd? Waarom wel of niet? En wat zegt dat?
- Mag je je geloof veranderen?
Tips:
- Laat de leerlingen eens 1 ding opschrijven waar ze heel sterk in geloven. Wat ís dat geloven dan? Is dat geloven hetzelfde als zeker weten? En kan je iets dan wel geloven als je het niet kan bewijzen?
- Vertel de leerlingen over deze kwal die echt bestat: De onsterfelijke kwal (Turritopsis dohrnii) kan, als hij gewond of oud wordt, zijn cellen terugdraaien naar een jongere staat, alsof hij weer opnieuw geboren wordt. Eigenlijk kan hij dus eeuwig leven!
Pak vervolgens een boek en vertel het levensverhaal van een fictieve persoon.
Welk verhaal zijn de leerlingen geneigd te geloven? Waarom? Maakt uit of iets waar of niet waar is. om te geloven? En...om nog een flinke stap in de filofie te zetten...waarom zou die persoon in dat verhaal niet echt zijn!? (Maar dat is een stap die je leerlingen aan moeten kunnen!)
Thomas - hier en nu
Stel je voor dat de Thomas uit de middeleeuwen opeens in onze tijd zou rondlopen. Hij zou zijn ogen uitkijken, maar hij zou ook direct vragen gaan stellen over alles wat hij ziet. Stel hij ziet een fatbike rijden. Dan zou hij zich verwonderen en afvragen door welke kracht dit apparaat werd gemaakt. Volgens Thomas heeft alles in de wereld een beginpunt en dat punt noemde hij God.
Natuurlijk zou Thomas ook met jou willen praten en vragen willen stellen. Beantwoord zijn vraag op de volgende slide.
Hij zou ook naar het nieuws kijken en nare dingen zien. Hij zou het erg vinden, maar ook hoop hebben. Volgens Thomas vinden die nare dingen plaats op plekken waar het donker is. Er is op die plekken even geen licht, omdat 'het goede' er niet schijnt. Thomas zou ons uitdagen om er zelf het licht aan te zetten.
Cet élément n'a pas d'instructions
Vraag van Thomas van Auquino aan jou:
Thomas zag het kwade niet als een eigen kracht, maar als een plek waar iets goeds ontbreekt. Hij zou je dus kunnen vragen:
Als er ruzie is in de wereld, welk stukje 'goedheid' ontbreekt daar dan, volgens jou? En hoe zou jij dat kunnen opvullen?
"Als je naar iets naars kijkt in de wereld, welk stukje 'goedheid' ontbreekt daar dan volgens jou, en hoe zou jij dat gat zelf kunnen opvullen?"
Waarom deze vraag?
Thomas zou deze vraag stellen omdat hij geloofde dat het kwaad geen eigen kracht is, maar een tekort aan iets anders. Hij zou de kinderen niet willen laten schrikken van het nieuws, maar hen de rol van 'reparateur' geven.
De achterliggende gedachte: Net zoals een gat in een sok geen 'ding' is maar een plek waar de wol mist, is ruzie een plek waar vriendschap mist.
Het doel: Hij wil dat kinderen niet machteloos toekijken, maar gaan nadenken over actie. Als er honger is, ontbreekt er rechtvaardigheid (eten delen). Als er ruzie is, ontbreekt er geduld.
Zo maakt Thomas van het nare nieuws een startpunt voor een filosofisch gesprek over hoe je zelf de wereld weer "heel" kunt maken.
Thomas
van Aquino
De tijdreis van de filosofie
Klik hier voor meer lessen over filosofie
1225 - 1274, Italië
Cet élément n'a pas d'instructions