In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
H 2.3 Massa en volume uitwerkingen
Slide 1 - Tekstslide
Kies in elke zin het juiste woord.
Als je iets wilt afmeten, gebruik je bij een vaste stof een maatcilinder/weegschaal. Voor een vloeistof gebruik je dan een maatcilinder/weegschaal.
Slide 2 - Open vraag
1 kg is:
A
10 g
B
100 g
C
1000 g
D
10 000 g
Slide 3 - Quizvraag
De ruimte die een hoeveelheid vloeistof inneemt, noem je:
A
de massa
B
Het gewicht
C
Het volume
Slide 4 - Quizvraag
1 L is :
A
10 mL
B
100 mL
C
1000 mL
D
10 000 mL
Slide 5 - Quizvraag
Bij vaste stoffen gebruik je niet de eenheid 'liter' (L), maar 'kubieke decimeter' (dm3). 1 dm3 is:
A
0,1 L
B
1 L
C
10 L
D
100 L
Slide 6 - Quizvraag
1000 cm3 is:
A
0,1 dm3
B
1 dm3
C
10 dm3
D
100 dm3
Slide 7 - Quizvraag
a. Vul in. Massa meet je in ....... of ....... Voor het meten van massa gebruik je een ..........
Slide 8 - Open vraag
b. Volume meet je in ....... of ........ Voor het meten van het volume van een vloeistof gebruik je een ...........
Slide 9 - Open vraag
cMet welke formule kun je het volume van een rechthoekig voorwerp berekenen?
A
volume = lengte + breedte + hoogte
B
volume = lengte - breedte - hoogte
C
volume = lengte × breedte × hoogte
D
volume = lengte : breedte : hoogte
Slide 10 - Quizvraag
d Vul in. Het volume van een onregelmatig voorwerp kun je bepalen met behulp van de ....... methode.
Slide 11 - Open vraag
e 1 kilogram (kg) = ........... gram (g) f 1 liter (L) = .................milliliter (mL)
Slide 12 - Open vraag
a Welk meetinstrument gebruik je in de keuken om een hoeveelheid melk precies af te meten? een ........
Slide 13 - Open vraag
b En welk meetinstrument gebruik je om een hoeveelheid bakmeel precies af te meten? een
Slide 14 - Open vraag
Een voorwerp is 10 cm lang, 4 cm breed en 1 cm hoog. Hoe groot is het volume van dit voorwerp?
A
0,4 cm3
B
4 cm3
C
40 cm3
Slide 15 - Quizvraag
1 kg
0,5 kg
0,25 kg
0,1 kg
1000 gram =
500 gram =
250 gram =
100 gram =
Slide 16 - Sleepvraag
De maatbeker die je thuis gebruikt, heeft twee schaalverdelingen: één in liter en één in milliliter. Dit kun je zien in afbeelding 10.
aVul in. 1/2 liter = mL
1/4 liter = mL
1/8 liter = mL
Slide 17 - Open vraag
Ravi doet 650 mL melk in de maatbeker.
b Teken met blauw de hoogte van de vloeistof.
Isis doet 3/4 liter bessensap in de maatbeker.
c Teken met rood de hoogte van de vloeistof.
Zet een x in het invulvak om je afbeelding na te kunnen kijken.
Slide 18 - Open vraag
a Bereken het volume van elk blokje.
Zie de vaardigheid Werken met formules.
Slide 19 - Open vraag
a Bereken het volume van elk blokje.
Zie de vaardigheid Werken met formules.
Slide 20 - Open vraag
a Bereken het volume van elk blokje.
Zie de vaardigheid Werken met formules.
Slide 21 - Open vraag
a Bereken het volume van elk blokje.
Zie de vaardigheid Werken met formules.
Slide 22 - Open vraag
a Bereken het volume van elk blokje.
Zie de vaardigheid Werken met formules.
Slide 23 - Open vraag
Bepaal met behulp van de tekeningen in afbeelding 12 het volume van de steen. Schrijf de volledige berekening op.
Slide 24 - Open vraag
a Bekijk het staafje in afbeelding 13. Bereken het volume van het staafje.
Slide 25 - Open vraag
b Anita doet het staafje in de maatcilinder. Bereken hoe hoog het water zal komen te staan.
Slide 26 - Open vraag
Erik dompelt een kiezelsteen onder in water. Dan ontdekt hij dat hij de beginstand niet heeft genoteerd. Wesley zegt: “Dat is niet erg, dan noteer je nu eerst de eindstand. De beginstand lees je zo meteen af als je de steen er weer uit hebt gehaald.” Leg uit waarom de meting dan niet nauwkeurig is.
Slide 27 - Open vraag
Vroeger werd de massa niet gemeten in kilogram, maar in pond.
a Wat was het grootste nadeel van deze oude maat voor massa?
Slide 28 - Open vraag
Vroeger werd de massa niet gemeten in kilogram, maar in pond.
b Op welke manier is dit probleem in 1820 opgelost?
Slide 29 - Open vraag
Gebruik bij deze opdracht de volgende rekenregels:
1 stone (st) = 14 pound (lb)
1 pound (lb) = 16 ounce (oz)
De Engelse lifestyle vlogger Tanya Burr zegt in een van haar video’s dat ze 9 st en 13 lb weegt.
Hoeveel kg is dat? Rond af op één cijfer achter de komma.