2.3 Vertragen versnellen

Soorten bewegingen
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavo, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Soorten bewegingen

Slide 1 - Tekstslide

Hoe reken je m/s om naar km/h?
A
x 1000
B
: 1000
C
x 3,6
D
: 3,6

Slide 2 - Quizvraag

Wat is de formule om gemiddelde snelheid uit te rekenen
A
Vgem = s x t
B
Vgem = s : t
C
Vgem = t x s
D
Vgem = t : s

Slide 3 - Quizvraag

Waar staat de grootheid (letter) s voor in de formule Vgem = s : t
A
Gemiddelde snelheid
B
Snelheid
C
Tijd
D
Afstand

Slide 4 - Quizvraag

Je rijdt 30 kilometer in een half uur.
Wat is je snelheid?
A
30 km/h
B
30 m/s
C
60 km/h
D
60 m/s

Slide 5 - Quizvraag

Ik loop met een snelheid van 5 m/s. Ik loop voor 10 seconde. Welke afstand leg ik af?
A
5 meter
B
20 meter
C
50 meter
D
80 meter

Slide 6 - Quizvraag

Welke grafiek geeft een constante snelheid weer?
A
Tabel A
B
Tabel B
C
Tabel C
D
Tabel D

Slide 7 - Quizvraag

In de afbeelding zie je de beweging van een fietser. Waar staat de fietser stil bij een stoplicht?
A
2
B
3
C
4
D
5

Slide 8 - Quizvraag

Een sprinter legt de 100 meter af in 10 seconden.
Bereken zijn gemiddelde snelheid in km/h.
Albert legt de 100 meter af in 10 seconden.  Bereken zijn gemiddelde snelheid in km/h.
A
10
B
36
C
3,6
D
1000

Slide 9 - Quizvraag

Leerdoelen

  • Je kunt in een afstand, tijd-diagram herkennen wanneer er sprake is van versnellen, vertragen, stilstaan of constante snelheid.
  • Je kunt uit een recht stuk van een afstand, tijd-grafiek bepalen hoe groot de snelheid is.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

In een afstand, tijd-diagram loopt de grafiek horizontaal. Dit wil zeggen...
A
Het staat stil.
B
De snelheid neemt af.
C
De snelheid blijft hetzelfde.
D
De snelheid neemt toe.

Slide 12 - Quizvraag

In een afstand, tijd-diagram loopt de grafiek met een rechte schuine lijn omhoog. Dit wil zeggen...
A
Het staat stil.
B
De snelheid neemt af.
C
De snelheid blijft hetzelfde.
D
De snelheid neemt toe.

Slide 13 - Quizvraag

versnellen
versnellen is het toenemen 
van de snelheid

Slide 14 - Tekstslide

versnellen
In de rechter (v,t)-diagram zie je een eenparige versnelling.
Versnelling: als de snelheid toeneemt.
Eenparig versnellen: als de snelheid elke seconde
met dezelfde hoeveelheid      toeneemt. 


Slide 15 - Tekstslide

Op welk punt is de fietser aan het versnellen?
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 16 - Quizvraag

Om een voorwerp te versnellen is een nettokracht nodig
A
Waar
B
Niet waar

Slide 17 - Quizvraag

vertragen
vertragen is het afnemen 
van de snelheid

Slide 18 - Tekstslide

vertragen
In de rechter (v,t)-diagram zie je een eenparige vertraging.
Vertraging: als de snelheid afneemt.
Eenparige vertraging: als de snelheid elke seconde met dezelfde hoeveelheid afneemt.

Slide 19 - Tekstslide

Als de nettokracht kleiner is dan nul, vertraag je.
A
waar
B
niet waar

Slide 20 - Quizvraag

Aan het werk!
Maken opdracht 24 t/m 28

Slide 21 - Tekstslide