Werkplaats van een fietsenmaker
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BEGROTINGEN
Begrotingen opstellen
Examenstof bedrijfseconomie havo
Werkplaats van een fietsenmaker
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BEGROTINGEN
Begrotingen opstellen
Examenstof bedrijfseconomie havo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: F1 23.4-23.5. Image credit: Alextredz / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BEGROTINGEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan een beginbalans, exploitatiebegroting, liquiditeitsbegroting en geprognosticeerde eindbalans opstellen en hun samenhang uitleggen.
Deze slide heeft geen instructies
Samira start een fietsenzaak. Wat wil ze vooraf weten over haar geld?
Verwachte woorden: kosten, opbrengsten, geld op de bank, lening, resultaat, kunnen betalen, begroting. Zet ze later in de les bij de exploitatiebegroting (resultaat) of de liquiditeitsbegroting (geld). Syllabus 23.4 en 23.5.
Werkplaats van een fietsenmaker
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BEGROTINGEN
Samira begroot kwartaal 1
Samira start een fietsenzaak. Voor haar eerste kwartaal stelt ze vooraf vier overzichten op.
Een begroting is een berekening vooraf: je schat wat er gaat gebeuren.
Dit is interne verslaggeving: overzichten voor de ondernemer zelf, om de zaak te sturen.
De vier: beginbalans, exploitatiebegroting, liquiditeitsbegroting en geprognosticeerde eindbalans.
Syllabus 23.4: beginbalans, liquiditeitsbegroting, exploitatiebegroting en geprognosticeerde eindbalans opstellen ten dienste van de interne verslaggeving. De hele les volgt een kwartaal van Samira, in hele euro's en exclusief btw (de btw laten we weg). Welke gevolgen financiële feiten hebben voor balans en resultaat en het verschil tussen periodetoerekening en kasstelsel zit in de les Financiële feiten en overzichten; hier stel je de overzichten op. Veelgemaakte fout: denken dat een begroting een controle achteraf is. Image credit: Alextredz / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BEGROTINGEN
De beginbalans
De beginbalans toont op 1 januari links wat Samira bezit (activa) en rechts hoe dat is betaald (passiva).
Vaste activa: inventaris € 8.000. Vlottende activa: voorraad € 4.000 en liquide middelen € 8.000.
Totaal activa: € 20.000.
Passiva: eigen vermogen € 14.000 en lening € 6.000 (vreemd vermogen). Totaal passiva: € 20.000.
Op elke balans is totaal activa gelijk aan totaal passiva.
Syllabus 23.4: beginbalans. Teken de balans links en rechts op het bord. Veelgemaakte fout: de lening bij de activa zetten omdat het geld binnenkwam: het geld staat bij de liquide middelen, de schuld aan de bank bij de passiva.
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BEGROTINGEN
Gegevens over het kwartaal
Verkoop € 30.000: € 24.000 contant en € 6.000 op rekening. Die klanten (debiteuren) betalen pas volgend kwartaal.
Inkoop van goederen € 15.000: € 10.000 contant en € 5.000 op rekening. Die leveranciers (crediteuren) krijgen later geld.
Contant betaald: loon € 4.000, huur € 1.500, overige kosten € 1.000 en interest € 120.
Verder: afschrijving inventaris € 500, aflossing lening € 1.000 en privéopname € 2.000. De voorraad blijft gelijk.
Alle bedragen zijn exclusief btw.
Syllabus 23.4: financiële feiten als basis voor de begrotingen (inkoop en verkoop contant en op rekening, aflossen, interest, afschrijving op basis van aanschafwaarde, privéuitgaven). Debiteuren zijn klanten die nog moeten betalen, crediteuren zijn leveranciers die nog betaald moeten worden. Afschrijving op basis van aanschafwaarde: inventaris € 8.000, levensduur 4 jaar, geen restwaarde, dus € 2.000 per jaar en € 500 per kwartaal. Interest: 8% per jaar over € 6.000 is € 480 per jaar, dus € 120 per kwartaal. Veelgemaakte fout: alles bij elkaar optellen zonder te letten op contant of op rekening.
Een beginbalans heeft € 25.000 aan activa en € 9.000 vreemd vermogen. Hoe hoog is het eigen vermogen?
€ 34.000
€ 9.000
€ 16.000
€ 25.000
Syllabus 23.4. Uitwerking: totaal passiva is gelijk aan totaal activa, dus € 25.000. Eigen vermogen = € 25.000 min € 9.000 = € 16.000. Verwachte fouten: optellen (€ 34.000), alleen het vreemd vermogen noemen of het totaal noemen.
Vul in
De beginbalans toont links de activa en rechts de passiva, en beide kanten hebben hetzelfde totaal.
Syllabus 23.4. Verwachte fout: kosten en opbrengsten, die horen bij de exploitatiebegroting.
Kassa's in een winkel
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BEGROTINGEN
De exploitatiebegroting
De exploitatiebegroting zet verwachte opbrengsten en kosten van het kwartaal onder elkaar.
Opbrengsten: verkoop € 30.000. Kosten: ingekochte goederen € 15.000, loon, huur en overig € 6.500.
Afschrijving (€ 500) en interest (€ 120) zijn ook kosten. Totale kosten: € 22.120.
Resultaat (winst) = opbrengsten min kosten = € 30.000 min € 22.120 = € 7.880.
Syllabus 23.4: exploitatiebegroting. Uitwerking: kosten = 15.000 + 4.000 + 1.500 + 1.000 + 500 + 120 = 22.120; resultaat = 30.000 min 22.120 = 7.880. Ook de verkoop op rekening (€ 6.000) is al een opbrengst: de periode waarin je verkoopt telt. Veelgemaakte fout: alleen de contante verkoop als opbrengst nemen. Image credit: Marlith / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BEGROTINGEN
De liquiditeitsbegroting
De liquiditeitsbegroting is het overzicht van ontvangsten en uitgaven: wat komt er echt binnen en gaat er echt uit?
Ontvangsten: alleen de contante verkoop, € 24.000. De € 6.000 op rekening komt pas volgend kwartaal binnen.
Uitgaven: inkoop contant € 10.000, loon € 4.000, huur € 1.500, overig € 1.000 en interest € 120.
Aflossing € 1.000 en privéopname € 2.000 zijn ook uitgaven. Totaal uitgaven: € 19.620.
Saldo: € 24.000 min € 19.620 = € 4.380. Liquide middelen: € 8.000 + € 4.380 = € 12.380.
Syllabus 23.4: liquiditeitsbegroting en overzicht ontvangsten en uitgaven. Uitwerking: uitgaven = 10.000 + 4.000 + 1.500 + 1.000 + 120 + 1.000 + 2.000 = 19.620; saldo = 24.000 min 19.620 = 4.380; eindsaldo liquide middelen = 8.000 + 4.380 = 12.380. Veelgemaakte fout: de afschrijving als uitgave opnemen (er gaat geen geld weg) of de aflossing en privéopname vergeten.
Euromunten en eurobiljetten
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BEGROTINGEN
Resultaat en geld
Resultaat € 7.880, maar het geld neemt maar met € 4.380 toe: een verschil van € 3.500.
Afschrijving is kost, geen uitgave: + € 500. Verkoop op rekening nog niet ontvangen: - € 6.000.
Inkoop op rekening is nog niet betaald: + € 5.000. Aflossing en privéopname gaan weg: - € 3.000.
Controle: € 7.880 + € 500 - € 6.000 + € 5.000 - € 3.000 = € 4.380.
Syllabus 23.5: samenhang tussen exploitatiebegroting en liquiditeitsbegroting. Uitwerking: 7.880 + 500 = 8.380; min 6.000 = 2.380; plus 5.000 = 7.380; min 3.000 = 4.380. Laat leerlingen zelf per post benoemen waarom het geld afwijkt van het resultaat. Veelgemaakte fout: denken dat een positief resultaat altijd meer geld op de bank betekent. Image credit: Avij / Wikimedia Commons, publiek domein
Welke post van Samira is een uitgave in de liquiditeitsbegroting, maar geen kost?
De privéopname van € 2.000
De afschrijving van € 500
De interest van € 120
De huur van € 1.500
Syllabus 23.4 en 23.5. De privéopname is geld dat Samira voor zichzelf opneemt: een uitgave, maar geen kost van het bedrijf; het eigen vermogen daalt. Afschrijving is een kost maar geen uitgave; interest en huur zijn kost én uitgave. Verwachte fout: afschrijving, omdat die ook tussen kosten en geld in zit.
Vul in
De exploitatiebegroting rekent met opbrengsten en kosten, de liquiditeitsbegroting met ontvangsten en uitgaven.
Syllabus 23.4 en 23.5. Verwachte fout: de twee kanten door elkaar halen.
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BEGROTINGEN
Geprognosticeerde eindbalans
De geprognosticeerde eindbalans is de balans die je vooraf opstelt voor het einde van de periode (31 maart).
Je start bij de beginbalans en verwerkt per post wat er in het kwartaal verandert.
Activa: inventaris € 7.500 (€ 8.000 min € 500 afschrijving), voorraad € 4.000 en debiteuren € 6.000.
De liquide middelen (€ 12.380) neem je uit de liquiditeitsbegroting. Totaal activa: € 29.880.
Debiteuren zijn klanten die nog moeten betalen, crediteuren zijn leveranciers die nog betaald moeten worden.
Syllabus 23.4 en 23.5: geprognosticeerde eindbalans, gegeven de beginbalans. Uitwerking activa: 7.500 + 4.000 + 6.000 + 12.380 = 29.880. Veelgemaakte fout: de inventaris op € 8.000 laten staan, of de liquide middelen overnemen van de beginbalans.
Medewerkers van de Kamer van Koophandel in Haarlem
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BEGROTINGEN
Passiva en balanscontrole
Eigen vermogen: € 14.000 + resultaat € 7.880 min privéopname € 2.000 = € 19.880.
Lening: € 6.000 min aflossing € 1.000 = € 5.000. Crediteuren: € 5.000 (nog te betalen).
Totaal passiva: € 19.880 + € 5.000 + € 5.000 = € 29.880, gelijk aan totaal activa.
Sluit de balans niet? Dan zit er een fout in een van de begrotingen.
Syllabus 23.4 en 23.5. Uitwerking: eigen vermogen 14.000 + 7.880 min 2.000 = 19.880; passiva 19.880 + 5.000 + 5.000 = 29.880; activa 29.880. Veelgemaakte fout: het resultaat vergeten bij het eigen vermogen of de privéopname er niet af halen. Image credit: Fotopersbureau de Boer / Wikimedia Commons, CC0
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BEGROTINGEN
De samenhang in één blik
De begrotingen hangen aan elkaar via de beginbalans en de geprognosticeerde eindbalans.
Exploitatiebegroting: het resultaat wordt bij het eigen vermogen van de beginbalans opgeteld.
Liquiditeitsbegroting: het saldo wordt opgeteld bij de liquide middelen van de beginbalans.
Verkoop of inkoop op rekening staat niet in het geld, maar als debiteuren en crediteuren op de eindbalans.
Afschrijving verlaagt de inventaris en het resultaat, maar niet de liquide middelen.
Syllabus 23.5: de samenhang tussen exploitatiebegroting, geprognosticeerde eindbalans en liquiditeitsbegroting, gegeven de beginbalans. Laat leerlingen met pijlen tussen de vier overzichten tekenen wat waar naartoe gaat. Veelgemaakte fout: denken dat het resultaat zelf op de bank staat.
Welke begroting levert het bedrag voor de liquide middelen op de geprognosticeerde eindbalans?
De exploitatiebegroting
De beginbalans
Het eigen vermogen
De liquiditeitsbegroting
Syllabus 23.5. Het saldo van de liquiditeitsbegroting plus de liquide middelen van de beginbalans geeft het bedrag op de eindbalans. Verwachte fout: exploitatiebegroting, omdat het resultaat daar staat.
Vul in
Het resultaat uit de exploitatiebegroting wordt bij het eigen vermogen opgeteld en een privéopname gaat er weer af.
Syllabus 23.5. Verwachte fout: aflossing of afschrijving: die raken de lening en de inventaris, niet het eigen vermogen.
Welk onderdeel vond je het lastigst?
De beginbalans
De exploitatiebegroting
De liquiditeitsbegroting
De eindbalans en de samenhang
Gebruik de uitslag om te kiezen welk blok je nog een keer met de cijfers van Samira doorloopt.
Wat vind je lastig aan resultaat en geld?
Goede antwoorden noemen afschrijving, verkoop of inkoop op rekening, aflossing of privéopname. Gebruik ze als start van de training.
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BEGROTINGEN
Begrippen (1/2)
begroting: Een berekening vooraf: je schat wat er gaat gebeuren.
interne verslaggeving: Overzichten voor de ondernemer zelf, om de zaak te sturen.
beginbalans: Wat de ondernemer bezit en hoe dat is betaald, aan het begin.
exploitatiebegroting: Verwachte opbrengsten en kosten, met het resultaat.
liquiditeitsbegroting: Overzicht van ontvangsten en uitgaven en het saldo.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BEGROTINGEN
Begrippen (2/2)
overzicht ontvangsten en uitgaven: Wat er echt binnenkomt en uitgaat aan geld.
geprognosticeerde eindbalans: De balans die je vooraf opstelt voor het einde van de periode.
debiteuren: Klanten die nog moeten betalen.
crediteuren: Leveranciers die nog betaald moeten worden.
resultaat: Opbrengsten min kosten (winst).
Deze slide heeft geen instructies