Wie is de mol? 4H

Welkom bij Wie is de Mol!
Je bent uitverkoren om dit spel vol spanning en sensatie zelf te beleven. Samen met jullie klas moeten verschillende opdrachten worden afgerond om punten te verdienen voor de pot. Maar onder jullie bevindt zich een saboteur: de MOL. Hij of zij zal er alles aan doen om de opdrachten te laten mislukken. Wie? Tja, dat is nu juist de vraag!
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Welkom bij Wie is de Mol!
Je bent uitverkoren om dit spel vol spanning en sensatie zelf te beleven. Samen met jullie klas moeten verschillende opdrachten worden afgerond om punten te verdienen voor de pot. Maar onder jullie bevindt zich een saboteur: de MOL. Hij of zij zal er alles aan doen om de opdrachten te laten mislukken. Wie? Tja, dat is nu juist de vraag!

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

klaar voor de test?
Pak je rekenmachine erbij en je BINAS

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Link

De opdracht
Maak met zijn allen de volgende 14 meerkeuze vragen binnen de tijd. Je mag elkaar natuurlijk helpen. Jullie hebben hier 10 minuten voor. 
1 leerling noteert de antwoorden A/B/C of D op het white board.  

Als alles goed is, gaan er 10 atomen in de pot. Bij 1 fout 9, 2 fout 8 etc. Bij 10 fout is het op. 
  

Slide 5 - Tekstslide

De mol is ........
A
.... een vrouw
B
..... een man
C
..... een aantal
D
..... een chemische formule

Slide 6 - Quizvraag

Welk getal komt overeen met mol?
A
6,2 * 10^23
B
6,0 * 10^23
C
1,6 * 10^-27
D
1,7 * 10^-24

Slide 7 - Quizvraag

Naar wie is het getal 'mol' vernoemd?
A
Newton
B
Van der Waal
C
Bohr
D
Avogadro

Slide 8 - Quizvraag

Hoeveel zuurstof atomen zitten er in 1 mol watermoleculen?
A
1
B
1 mol
C
2
D
2 mol

Slide 9 - Quizvraag

Van mol naar gram doe je...
A
Keer dat grote getal
B
Gedeeld door dat grote getal
C
Keer de molecuulmassa
D
Gedeeld door de molecuulmassa

Slide 10 - Quizvraag

van kg naar mol moet je....
A
gedeeld door 1000 en dan gedeeld door de molecuulmassa
B
gedeeld door 1000 en dan keer de molecuulmassa
C
keer 1000 en dan gedeeld door de molecuulmassa
D
keer 1000 en dan keer de molecuulmassa

Slide 11 - Quizvraag

Bereken: 400,8 gram calcium komt overeen met:
A
10 mol calcium
B
1,0 mol calcium
C
10 mol kalium
D
1,0 mol kalium

Slide 12 - Quizvraag

Bereken: 5,80 mol bariumnitraat (BaN2O6)komt overeen met (niet op significantie letten):
A
994 gram
B
1.516 gram
C
1.208 gram
D
1.354 gram

Slide 13 - Quizvraag

Bereken: 10,0 gram alcohol (C2H5OH)) komt overeen met...
A
0,217 mol
B
0,312 mol
C
0,167 mol
D
0,0555 mol

Slide 14 - Quizvraag

In een toetsvraag wordt gevraagd hoeveel mol zout er in de zee zit....
A
Dat is een makkie!
B
Dat is een lastige opdracht!
C
Dat is een mollenstreek!
D
Dat is goed te doen!

Slide 15 - Quizvraag

In een toetsvraag wordt gevraagd hoeveel mol zout er zit in een liter zeewater.
A
Makkie! Staat in BINAS
B
Goed te doen! BINAS 64A en effe rekenen!
C
Dat is wéér een mollenstreek!
D
Alleen voor Einstein! BINAS 64A en uren rekenen!

Slide 16 - Quizvraag

De molaire massa van ijzer(III)oxide (Fe2O3) is...
A
71,844 g/mol
B
231,53 g/mol
C
159,69 g/mol
D
106,87 g/mol

Slide 17 - Quizvraag

Bereken: Het massa% ijzer in ijzer(III)oxide (Fe2O3) is...
A
69,9 %
B
60,0 %
C
40,0 %
D
70,0 %

Slide 18 - Quizvraag

Wie is de Mol?
A
De scheikunde-docent
B
6,02 * 10^23
C
De drukste leerling
D
de roostermaker

Slide 19 - Quizvraag