Formuleer een doel alsof het al behaald is
NIET goed: Hannah gaat haar boterham smeren
WEL goed: Hannah smeert haar boterham
Formuleer een doel met een actief werkwoord
NIET goed: Hannah kan haar boterham smeren
WEL goed: Hannah smeert haar boterham
Hannah smeert binnen 4 maanden zelfstandig haar boterham tijdens het ontbijt (lang termijn doel)
Mw. S. neemt binnen 3 weken deel aan de zangactiviteiten op dinsdagmiddagen (kort termijn doel)
--> Vanuit deze doelen ga je de rest van de methodische cyclus in: Plan van aanpak maken en evalueren en bijstellen.