Voor- en nacalculatie (Bedrijfseconomie vwo), les 1: Uitleg

Een poedel wordt getrimd, Pennsylvania, 2010 (foto: daveynin, CC BY 2.0)

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · VERSCHILLENANALYSE

Voor- en nacalculatie

Examenstof bedrijfseconomie vwo

1 / 22
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Uitleg over voor- en nacalculatie, verkoopresultaat, budgetresultaat en de verschillenanalyse met prijs-, efficiency- en bezettingsresultaat (syllabus 31.1, 31.1.1, 31.1.2), met een doorlopend rekenvoorbeeld van een dienstverlener. 3 blokken met checks en 1 exit. De formules staan in Bijlage 4 en worden in het examen niet gegeven.

Onderdelen in deze les

Een poedel wordt getrimd, Pennsylvania, 2010 (foto: daveynin, CC BY 2.0)

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · VERSCHILLENANALYSE

Voor- en nacalculatie

Examenstof bedrijfseconomie vwo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: F2 31, 31.1, 31.1.1, 31.1.2. Image credit: daveynin / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · VERSCHILLENANALYSE

Wat ga je kunnen?

Ik kan een voor- en nacalculatie opstellen en het verschil in resultaat verklaren met een verschillenanalyse.

Deze slide heeft geen instructies

Een hovenier rekent vooraf een tuinbeurt uit. Achteraf blijkt het anders. Welke woorden horen daarbij?

Syllabus 31.1: verwachte woorden zijn begroting, verwachting, resultaat, verschil, uren, uurloon, kosten, afwijking. Koppel ze: vooraf, standaard, begroot hoort bij de voorcalculatie, achteraf, werkelijk, gerealiseerd bij de nacalculatie en verschil verklaren bij de verschillenanalyse.

Tuinmannen knippen een heg, Vaticaanstad, 1937

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · VERSCHILLENANALYSE

Voor- en nacalculatie

  • De voorcalculatie rekent vooraf met standaardhoeveelheden, standaardprijzen en de begrote afzet.

  • De nacalculatie rekent achteraf met wat echt gebeurde: werkelijke afzet, uren en prijzen.

  • Voorcalculatorisch is begroot of standaard, nacalculatorisch is gerealiseerd of werkelijk.

  • Het verschil tussen de twee resultaten verklaar je met een verschillenanalyse.

Syllabus 31.1: de voorcalculatorische en nacalculatorische resultatenrekening opstellen en de verschillen uitleggen. In de les gebruiken we de dienstverlener Groenhof, een tuinonderhoudsbedrijf, als doorlopend voorbeeld. Het examen gebruikt de woorden voorcalculatorisch en nacalculatorisch, de oude formulering met toegestane grootheden is vervallen. Veelgemaakte fout: standaardgegevens en werkelijke gegevens door elkaar halen. Image credit: Willem van de Poll / Nationaal Archief via Wikimedia Commons, CC0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · VERSCHILLENANALYSE

De standaardkostprijs

  • Groenhof onderhoudt tuinen. De afzet is het aantal tuinbeurten, de verkoopprijs is € 150 per beurt.

  • Standaard per beurt: 3 uur arbeid x € 32 = € 96 variabele kosten.

  • Constante kosten begroot: € 36.000 per jaar. Normale bezetting (N): 1.200 beurten per jaar.

  • Constante kosten per beurt = C / N = € 36.000 / 1.200 = € 30.

  • Standaardkostprijs = € 96 + € 30 = € 126 per beurt, dus € 24 verwacht resultaat per beurt.

Syllabus 31.1. De kostprijsberekening zelf hoort bij het onderwerp kostensoorten en kostprijs en wordt hier als gegeven gebruikt. Reken na: 3 x 32 = 96, 36.000 / 1.200 = 30, 96 + 30 = 126, 150 - 126 = 24. Veelgemaakte fout: de constante kosten per beurt vergeten, of delen door de werkelijke in plaats van de normale bezetting.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · VERSCHILLENANALYSE

De voorcalculatie van Groenhof

  • Begroot: 1.200 beurten (B = N). Omzet = 1.200 x € 150 = € 180.000.

  • Arbeid = 1.200 x 3 uur x € 32 = € 115.200.

  • Constante kosten = € 36.000.

  • Voorcalculatorisch resultaat = 180.000 - 115.200 - 36.000 = € 28.800.

  • Controle met de standaardkostprijs: 1.200 x (€ 150 - € 126) = € 28.800.

Syllabus 31.1. Reken na: 180.000 - 115.200 = 64.800, minus 36.000 = 28.800. En 1.200 x 24 = 28.800. De voorcalculatie is het plan: wat verwacht je te verdienen als alles volgens standaard verloopt. Veelgemaakte fout: omzet en resultaat door elkaar halen.

Welke gegevens horen in een nacalculatorische resultatenrekening?

A

Werkelijke afzet, werkelijke uren en werkelijke prijzen

B

Begrote afzet, standaardhoeveelheid en standaardprijs

C

Normale bezetting en standaardkostprijs per beurt

D

Alleen de verwachte omzet en de verwachte kosten

Syllabus 31.1. De nacalculatie gebruikt wat er in de periode echt gebeurde. De andere opties zijn onderdelen van de voorcalculatie. Verwachte fout: normale bezetting kiezen omdat die ook in de kostprijs zit.

Vul in

Een voorcalculatie gebruikt standaardgegevens en wordt vooraf gemaakt. De nacalculatie gebruikt de gegevens van wat echt gebeurde.

voorcalculatie
vooraf
nacalculatie
verschillenanalyse
achteraf

Syllabus 31.1. Verwachte fout: voorcalculatie en nacalculatie omdraaien, of verschillenanalyse invullen: dat is het verklaren van het verschil, niet een rekening.

Yogastudio, Alphen aan den Rijn, 2022 (foto: Donald Trung Quoc Don, CC BY-SA 4.0)

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · VERSCHILLENANALYSE

Nacalculatie Groenhof

  • Gerealiseerd: 1.100 beurten voor € 150 per beurt, omzet € 165.000.

  • Arbeid: 3.500 uur x € 33 werkelijk uurloon = € 115.500.

  • De constante kosten waren € 37.500. Gerealiseerd resultaat = € 12.000.

  • De voorcalculatie gaf € 28.800: het resultaat valt € 16.800 lager uit.

Syllabus 31.1 en 31.1.1. Reken na: 1.100 x 150 = 165.000; 3.500 x 33 = 115.500; kosten 115.500 + 37.500 = 153.000; resultaat 165.000 - 153.000 = 12.000. Verschil met de voorcalculatie: 12.000 - 28.800 = -16.800. De foto toont een yogastudio: ook een dienstverlener, waar de bezetting (aantal deelnemers) belangrijk is. Image credit: Donald Trung Quoc Don / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · VERSCHILLENANALYSE

Verkoop- en budgetresultaat

  • Verkoopresultaat = afzet x (verkoopprijs - kostprijs), met de gerealiseerde afzet en de standaardkostprijs.

  • Budgetresultaat = gerealiseerde afzet x kostprijs - werkelijke kosten (standaardkosten min echte kosten).

  • Groenhof: verkoopresultaat = 1.100 x (€ 150 - € 126) = € 26.400.

  • Budgetresultaat = 1.100 x € 126 - € 153.000 = € 138.600 - € 153.000 = -€ 14.400.

  • Gerealiseerd resultaat = verkoopresultaat + budgetresultaat = € 26.400 - € 14.400 = € 12.000.

Syllabus 31.1.2 en Bijlage 4 (deze twee formules krijg je niet in de examenopgave). Reken na: 1.100 x 24 = 26.400; 1.100 x 126 = 138.600; 138.600 - 153.000 = -14.400; 26.400 - 14.400 = 12.000. Gebruik de verkoopprijs die je werkelijk ontving en de standaardkostprijs. Veelgemaakte fout: de begrote afzet gebruiken in plaats van de gerealiseerde, of het teken van het budgetresultaat omdraaien (standaardkosten min werkelijke kosten, niet andersom).

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · VERSCHILLENANALYSE

Van begroot naar werkelijk

  • Voorcalculatorisch resultaat € 28.800, gerealiseerd € 12.000: verschil -€ 16.800, nadelig.

  • Deel 1: er werd minder afgezet. Verkoopresultaat € 26.400 in plaats van € 28.800: -€ 2.400.

  • Deel 2: de kosten vielen hoger uit dan standaard, het budgetresultaat is -€ 14.400.

  • Samen -€ 2.400 en -€ 14.400 is -€ 16.800. Negatief is nadelig, positief is voordelig.

Syllabus 31.1.1: het verschil tussen het voorcalculatorische en het gerealiseerde resultaat berekenen en uitleggen. Reken na: verkoopresultaat 26.400 - voorcalculatorisch resultaat 28.800 = -2.400 (100 beurten minder x 24 marge), budgetresultaat -14.400, samen -16.800. Hier is de begrote bezetting gelijk aan de normale bezetting (B = N), anders valt het begrote bezettingsresultaat ook in het voorcalculatorische resultaat.

Verkoopresultaat € 9.000, budgetresultaat -€ 2.500. Wat is het gerealiseerde resultaat?

A

€ 11.500

B

€ 2.500

C

€ 6.500

D

€ 9.000

Syllabus 31.1.1. Gerealiseerd resultaat = verkoopresultaat + budgetresultaat = 9.000 - 2.500 = 6.500. Fouten: optellen zonder teken (11.500), alleen het budgetresultaat of alleen het verkoopresultaat nemen.

Standaardkostprijs € 80, 400 diensten, werkelijke kosten € 33.200. Budgetresultaat?

A

€ 1.200

B

€ 65.200

C

-€ 1.200

D

-€ 33.200

Syllabus 31.1.2. Budgetresultaat = 400 x 80 - 33.200 = 32.000 - 33.200 = -1.200. Fouten: het teken omdraaien (1.200), standaardkosten en werkelijke kosten optellen (65.200), alleen de werkelijke kosten nemen.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · VERSCHILLENANALYSE

Formules verschillenanalyse

  • Deze formules staan in Bijlage 4 en worden niet gegeven in de examenopgave: je moet ze zelf kennen.

  • efficiencyresultaat = (sh - wh) x sp en prijsresultaat = (sp - wp) x wh

  • sh = standaardhoeveelheid bij de gerealiseerde afzet, wh = werkelijke hoeveelheid, sp = standaardprijs, wp = werkelijke prijs

  • gerealiseerd bezettingsresultaat = (W - N) x C/N en begroot bezettingsresultaat = (B - N) x C/N

  • prijsresultaat constante kosten = Cb - Cw (W, B, N: werkelijke, begrote, normale bezetting; C, Cb, Cw: constante kosten)

Syllabus 31.1.2 en Bijlage 4 (Resultaat en Verschillenanalyse): verkoopresultaat, budgetresultaat, efficiencyresultaat, prijsresultaat, gerealiseerd en begroot bezettingsresultaat en het prijsresultaat constante kosten staan in de lijst standaardformules: ze worden niet gegeven. Alleen de somformule van een meetkundige reeks wordt gegeven, en die komt in dit onderwerp niet voor. Veelgemaakte fouten: sh berekenen voor de begrote in plaats van de gerealiseerde afzet, en sp en wp verwisselen.

Zelfbedieningswasserette, Jeju, Zuid-Korea, 2024 (foto: Sgroey, CC BY-SA 4.0)

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · VERSCHILLENANALYSE

Efficiency en prijs

  • Groenhof: standaard 3 uur per beurt, dus sh = 1.100 x 3 = 3.300 uur. Werkelijk wh = 3.500 uur.

  • Efficiencyresultaat = (3.300 - 3.500) x € 32 = -€ 6.400: 200 uur extra nodig.

  • Prijsresultaat = (€ 32 - € 33) x 3.500 uur = -€ 3.500: het uurloon was € 1 hoger.

  • Samen -€ 6.400 en -€ 3.500 is -€ 9.900 op de arbeidskosten.

Syllabus 31.1.2. Reken na: 1.100 x 3 = 3.300; (3.300 - 3.500) x 32 = -6.400; (32 - 33) x 3.500 = -3.500; samen -9.900. Verklaren: een negatief efficiencyresultaat wijst op meer uren dan standaard (bijvoorbeeld inwerken, slechte planning, reistijd), een negatief prijsresultaat op een hoger uurloon dan standaard. Passende maatregelen volgen de oorzaak: betere planning of training bij efficiency, afspraken over het uurloon bij prijs. Veelgemaakte fout: sh berekenen met 3 uur in plaats van 3.300 uur. Image credit: Sgroey / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Fietsenverhuur, Schiermonnikoog, 2008 (foto: StevenL, CC BY-SA 3.0)

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · VERSCHILLENANALYSE

Bezetting en alles samen

  • Bezettingsresultaat = (W - N) x C/N = (1.100 - 1.200) x € 30 = -€ 3.000.

  • Prijsresultaat constante kosten = Cb - Cw = € 36.000 - € 37.500 = -€ 1.500.

  • Begroot bezettingsresultaat: B = N = 1.200, dus (B - N) x C/N = € 0.

  • Alle delen: -€ 6.400, -€ 3.500, -€ 3.000 en -€ 1.500 samen -€ 14.400: het budgetresultaat.

Syllabus 31.1.2. Reken na: (1.100 - 1.200) x 30 = -3.000; 36.000 - 37.500 = -1.500; -6.400 - 3.500 - 3.000 - 1.500 = -14.400, gelijk aan het budgetresultaat. Het bezettingsresultaat is positief als de werkelijke bezetting boven de normale ligt (W groter dan N). Controleer altijd of de delen samen het budgetresultaat geven. Veelgemaakte fout: (N - W) in plaats van (W - N) rekenen, waardoor het teken omdraait. Image credit: StevenL / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

2 uur standaard per opdracht, 800 opdrachten, 1.700 uur, sp € 30. Efficiencyresultaat?

A

-€ 3.000

B

€ 3.000

C

-€ 50.940

D

-€ 100

Syllabus 31.1.2. sh = 800 x 2 = 1.600 uur; (1.600 - 1.700) x 30 = -3.000. Fouten: het teken omdraaien (3.000), sh = 2 uur zonder maal 800 (-50.940), de verschiluren niet met sp vermenigvuldigen (-100).

Zet de stappen van de verschillenanalyse op volgorde

1

Bereken verkoop- en budgetresultaat

2

Controleer: delen samen = budgetresultaat

3

Stel voor- en nacalculatie op

4

Splits het budgetresultaat in deelresultaten

Syllabus 31.1.1 en 31.1.2. Eerst de twee rekeningen, dan de twee hoofdresultaten, dan de splitsing, en tot slot de controle.

Wat vond je het lastigst in deze les?

1

Voor- en nacalculatie onderscheiden

2

Verkoop- en budgetresultaat

3

Efficiency- en prijsresultaat

4

Bezettingsresultaat en alle delen

Kijk welk blok het meest wordt gekozen en laat leerlingen dat deel opnieuw op papier uitrekenen met de Groenhof-getallen.

Wanneer is het bezettingsresultaat positief?

Syllabus 31.1.2. Een goed antwoord: als de werkelijke bezetting hoger is dan de normale bezetting (W groter dan N), want dan haal je meer constante kosten terug dan begroot. Verwachte fout: als de constante kosten laag zijn.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · VERSCHILLENANALYSE

Begrippen (1/2)

  • voorcalculatie: vooraf berekend resultaat met standaardgegevens en begrote afzet

  • nacalculatie: achteraf berekend resultaat met de werkelijke gegevens

  • verschillenanalyse: verklaren van het verschil tussen voorcalculatorisch en gerealiseerd resultaat

  • verkoopresultaat: afzet x (verkoopprijs - kostprijs)

  • budgetresultaat: gerealiseerde afzet x kostprijs - werkelijke kosten

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · VERSCHILLENANALYSE

Begrippen (2/2)

  • prijsresultaat: (sp - wp) x wh, het deel door afwijkende prijzen

  • efficiencyresultaat: (sh - wh) x sp, het deel door afwijkend gebruik van uren

  • bezettingsresultaat: (W - N) x C/N, het deel door afwijkende bezetting

  • normale bezetting (N): Bijlage 4: de bezetting waarmee de constante kosten per eenheid (C/N) zijn berekend

  • standaardhoeveelheid (sh): Bijlage 4: de standaardhoeveelheid, berekend voor de gerealiseerde afzet

Deze slide heeft geen instructies