Internationale conflicten (Maatschappijwetenschappen vwo), les 3: Terugblik quiz

CONFLICT · INTERNATIONAAL

Quiz

Terugblik: Internationale conflicten

1 / 15
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met een quiz van twaalf vragen over conflicten, samenwerking en het veiligheidsdilemma.

Onderdelen in deze les

CONFLICT · INTERNATIONAAL

Quiz

Terugblik: Internationale conflicten

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: U.S. Department of State / Wikimedia Commons, publiek domein

Wat is een conflict volgens de syllabus?

A

Partijen stemmen hun handelen af op één doel

B

Een gewelddadige botsing tussen twee of meer staten

C

Een meningsverschil dat altijd openlijk zichtbaar is

D

Partijen werken elkaar tegen om eigen doelen te halen

Syllabus 11.1. Verwachte fout: conflict gelijkstellen aan geweld of zichtbaarheid.

Wat is volgens het conflictparadigma vaak een gevolg van conflicten?

A

Een motor van maatschappelijke verandering

B

Een bedreiging die altijd vermeden moet worden

C

Een bewijs dat het systeem goed functioneert

D

Een teken van groeiend onderling vertrouwen

Syllabus 11.1: conflicten zijn niet per definitie negatief maar motor van verandering. Verwachte fout: de eerste foute optie, dat is het functionalisme.

Spanning over een grens, maar geen open acties. Welk conflict?

A

Een manifest conflict

B

Een intrastatelijk conflict

C

Een latent conflict

D

Een conflict op microniveau

Syllabus 11.1: latent is sluimerend, manifest is open met conflictgedrag. Verwachte fout: manifest kiezen omdat er spanning is.

Vul in

Een conflict binnen een staat heet intrastatelijk, een conflict tussen staten interstatelijk.

intrastatelijk
interstatelijk
latent
manifest

Syllabus 11.2. Verwachte fout: de twee omdraaien.

Welk middel gebruiken staten om druk uit te oefenen zonder geweld?

A

Een gewapende interventie

B

Een bewapeningsronde

C

Economische sancties

D

Het inleveren van autonomie

Syllabus 11.2: diplomatieke druk, publieke opinie en soms economische sancties. Verwachte fout: gewapende interventie kiezen, maar dat is geweld.

Kleine landen schikken zich naar een machtige staat. Waarom werken ze samen?

A

Door dwang, via machtsuitoefening

B

Door gedeelde waarden

C

Door gedeelde belangen

D

Door een vrijwillig compromis

Syllabus 11.3: politieke samenwerking kan vrijwillig (gedeelde waarden), uit gedeelde belangen of door dwang (machtsuitoefening). Verwachte fout: gedeelde belangen kiezen.

Wat levert een staat in bij samenwerking?

Goed antwoord: een deel van zijn autonomie. Het is geven en nemen, niet iedereen levert evenveel in. Verwachte fout: 'al zijn doelen' of 'niets' antwoorden.

Welke theorie formuleerde vooral het veiligheidsdilemma?

A

Het functionalisme

B

Het sociaalconstructivisme

C

Het conflictparadigma van Marx

D

De realistische theorie

Syllabus 11.4: vooral formulering door onderzoekers van de realistische theorie. Verwachte fout: conflictparadigma van Marx kiezen vanwege het woord conflict.

Zet het veiligheidsdilemma op volgorde

1

Staat A bewapent zich voor de eigen veiligheid

2

Staat A voelt zich onveiliger en bewapent nog meer

3

Buurstaat B voelt zich bedreigd

4

Het veiligheidsgevoel is op het eind niet toegenomen

5

Staat B bewapent zich ook

Syllabus 11.4: de spiraal van bewapening en onveiligheidsgevoelens, met als uitkomst dat niemand veiliger is.

Wat kan het free-riderprobleem bij internationale veiligheid verhelpen?

A

Meer staten die elkaar niet vertrouwen

B

Een oppermachtige staat die inspanningen coördineert

C

Staten die allemaal op elkaar wachten

D

Een volledig gelijke verdeling van macht

Syllabus 11.4: een oppermachtige staat, zoals de VS na de Tweede Wereldoorlog of in de NAVO. Zonder duidelijke leider is samenwerken moeilijk. Verwachte fout: gelijke macht kiezen.

Welke kanttekening bij het veiligheidsdilemma gaat over kernwapens?

A

Zware bewapening kan afschrikken en zo veiligheid geven

B

Kernwapens verhogen altijd de onveiligheid

C

Kernstaten hoeven nooit meer te onderhandelen

D

Alleen kleine staten ervaren het dilemma

Syllabus 11.4: volgens sommigen leidt zware bewapening bij kernwapens wel tot meer veiligheid omdat een aanval niets oplevert. Presenteer het als visie. Verwachte fout: de eerste foute optie, dat is de gewone redenering van het dilemma.

Hoe raakt een intrastatelijk conflict ook andere landen?

A

Doordat het conflict automatisch interstatelijk wordt

B

Doordat andere landen altijd direct militair ingrijpen

C

Via migratiestromen of de dreiging van terrorisme

D

Doordat buurlanden hun geweldsmonopolie verliezen

Syllabus 11.2: door interdependentie en globalisering hebben deze conflicten gevolgen voor de rest van de wereld, bijvoorbeeld migratiestromen of terrorismedreiging. Verwachte fout: denken dat ingrijpen altijd gebeurt; eerst komen andere middelen.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

CONFLICT · INTERNATIONAAL

Goed gedaan!

Je kunt nu conflicten en samenwerking tussen staten verklaren vanuit paradigma's, internationale conflicten en conflictoplossing ontleden en het veiligheidsdilemma uitleggen. Succes met het examen!

Deze slide heeft geen instructies