Natievorming en staat (Maatschappijwetenschappen vwo), les 1: Uitleg

BINDING · NATIEVORMING

Natievorming en staat

Examenstof maatschappijwetenschappen vwo

1 / 27
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Uitleg voor het vwo-examen maatschappijwetenschappen over natie, essentialisme en modernisme, staatsvorming en natievorming, de rol van de staat bij collectieve actie, globalisering en de binding met de staat en met Europa (syllabus 16.1 t/m 16.4). Met acht checks en een exit.

Onderdelen in deze les

BINDING · NATIEVORMING

Natievorming en staat

Examenstof maatschappijwetenschappen vwo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: D3 (16.1 t/m 16.4). Image credit: Saulius Gruodis, Lithuanian State Central Archives / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

BINDING · NATIEVORMING

Wat ga je kunnen?

Ik kan beredeneren wat natievorming, staatsvorming, collectieve actie en globalisering betekenen voor de politieke binding met de staat en met Europa.

Deze slide heeft geen instructies

Waarom voel jij je verbonden met je land, of juist niet?

Laat leerlingen woorden inbrengen. Verwachte woorden: taal, vlag, volkslied, Koningsdag, voetbal, geschiedenis, school, belasting, de EU. Groepeer op het bord in 'wat binnen de staat bindt' en 'wat daarbuiten bindt'. Blok 1 gaat over de natie en staatsvorming (16.1), blok 2 over staat en natie (16.1), blok 3 over de rol van de staat bij collectieve actie (16.2) en blok 4 over globalisering en binding met de staat en Europa (16.3, 16.4). Het statensysteem, soevereiniteit en fragiele staten zijn al behandeld in de les Mondiale machtsverhoudingen; culturele identiteit en nationale cultuur (17.1, 17.2) volgen in de les Nationale identiteit en multicultuur.

BINDING · NATIEVORMING

De natie

  • Een natie is een groep mensen die zich verbonden voelt door gedeelde geschiedenis, taal en/of cultuur.

  • Uit een gevoel van gedeelde lotsbestemming streeft zij een eigen staat na: politieke soevereiniteit.

  • Sommige naties vormen zich rond een etnische groep (bloedbanden), andere rond gedeelde waarden (burgerschap).

Syllabus 16.1: de natie bestaat uit groepen mensen die zich verbonden voelen vanwege een gedeelde geschiedenis, taal en/of cultuur en die uit een gevoel van gedeelde lotsbestemming een eigen staat nastreven. Binnen die omschrijving zijn invullingen denkbaar: etnisch (bloedbanden) of burgerschap (gedeelde waarden). Veelgemaakte fout: natie en staat als synoniem gebruiken. Een natie is een groep mensen, een staat een politieke eenheid met soevereiniteit (zie de les Mondiale machtsverhoudingen).

BINDING · NATIEVORMING

Hoe ontstaan naties?

  • Essentialisme: naties bestaan van nature en zijn onveranderlijk, met een bloedband of cultuur als kern.

  • Essentialisten voeren de geschiedenis van Europese naties terug tot de middeleeuwen, soms nog verder.

  • Modernisme: de natie is een uitvinding van het 19e-eeuwse nationalisme.

  • Naties krijgen betekenis omdat wij denken dat ze bestaan, dus nationale identiteiten kunnen veranderen.

Syllabus 16.1: een oude wetenschappelijke discussie. Essentialisme: naties zijn oude, organisch gegroeide eenheden. Modernisme: de natie is een uitvinding van het 19e-eeuwse nationalisme en krijgt betekenis doordat mensen haar belangrijk vinden. De wetenschappelijke visies op de Nederlandse nationale identiteit (17.2) horen bij de les Nationale identiteit en multicultuur en worden hier niet uitgewerkt. Veelgemaakte fout: denken dat het modernisme ontkent dat naties echt zijn. Het gaat om de vraag hoe ze ontstaan: de betekenis is gemaakt, daarom kan die veranderen.

De Grote Vergadering van de Staten-Generaal in de Ridderzaal, 1651 (schilderij)

BINDING · NATIEVORMING

Staatsvorming in West-Europa

  • Staatsvorming: de institutionalisering van politieke macht tot een staat.

  • In West-Europa verdween vanaf de middeleeuwen de feodale samenleving en ontstond een modern statensysteem.

  • De vorst had belastingen nodig; adel en burgerij mochten meebesturen en werden beschermd.

  • Standen en statenvergaderingen waren de eerste vorm van representatie en van moderne politieke instituties.

Syllabus 16.1 en 20.1: het ontstaan van de Nederlandse staat hoort bij het proces van staatsvorming in West-Europa. Er ontstonden steeds meer samenhangende politieke eenheden door de wederzijdse afhankelijkheid van de vorst (belastingopbrengsten) en adel en burgerij (inspraak en bescherming). De foto toont de Grote Vergadering van de Staten-Generaal in 1651, een vorm van representatie binnen de premoderne staat. Het statensysteem zelf is behandeld in de les Mondiale machtsverhoudingen. Veelgemaakte fout: staatsvorming zien als iets van de 19e eeuw. Dat is het idee van het modernisme over de natie, niet over de staat. Image credit: Toegeschreven aan Bartholomeus van Bassen / Wikimedia Commons, publiek domein

Een auteur: naties bestaan van nature en zijn onveranderlijk. Welke visie?

A

Modernisme

B

Essentialisme

C

Conflictparadigma

D

Functionalisme

Syllabus 16.1: essentialisten menen dat naties van nature bestaan en onveranderlijk zijn. Verwachte fout: modernisme kiezen, want dat ziet de natie juist als een uitvinding uit de 19e eeuw.

Zet op volgorde, van vroeg naar laat

1

Vorst en burgerij raken van elkaar afhankelijk

2

Standen en statenvergaderingen ontstaan

3

Een modern statensysteem komt tot stand

4

De feodale samenleving verdwijnt langzaam

Syllabus 16.1: de feodale samenleving verdween, door de wederzijdse afhankelijkheid van vorst (belasting) en adel en burgerij (inspraak) ontstonden samenhangende politieke eenheden en de standen of statenvergaderingen, en zo een modern statensysteem. Verwachte fout: de statenvergaderingen voor de afhankelijkheid zetten. De afhankelijkheid is juist de aanleiding.

Molen De Valk in Leiden in de kleuren van de vlag, Koningsdag 2014

BINDING · NATIEVORMING

Eerst de staat, dan de natie

  • In sommige landen ging staatsvorming vooraf: nationale identiteit is dan het gevolg.

  • Natievorming was dan een strategie van elites om de bevolking aan de staat te binden.

  • Middelen: één taal via verplicht onderwijs, vaderlandse geschiedenis op school en nationale feestdagen.

  • Ook nationale symbolen (vlag, volkslied, monumenten) en dienstplicht horen erbij.

Syllabus 16.1: als staatsvorming aan natievorming vooraf ging, is nationale identiteit het gevolg van staatsvorming. Het vormen van een natie was een strategie van politieke elites. De foto toont een molen in de kleuren van de vlag op Koningsdag: een nationaal symbool en een nationale feestdag. Veelgemaakte fout: denken dat nationale identiteit altijd vanzelf ontstaat. Hier is ze het resultaat van beleid. Image credit: Bic / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

De Baltische Keten, een mensenketen langs een weg in Litouwen, 1989

BINDING · NATIEVORMING

Eerst de natie, dan de staat

  • In andere landen ging natievorming vooraf aan staatsvorming.

  • Regionale elites voedden een nationale identiteit om zich van het centrale bestuur af te scheiden.

  • In Oost-Europa leidde dit tot het uiteenvallen van multinationale staten in nieuwe staten.

Syllabus 16.1: de nationale identiteit werd gevoed door regionale politieke en culturele elites die zich wilden afscheiden van het centrale bestuur. De foto toont de Baltische Keten van 1989, een mensenketen in Litouwen: een voorbeeld van een beweging van mensen die zich als eigen volk met een eigen toekomst zagen binnen een groter geheel. De gevolgen voor de culturele identiteit van een volk (17.1) worden in de les Nationale identiteit en multicultuur behandeld. Veelgemaakte fout: denken dat dit proces altijd tot een eigen staat leidt, zie de volgende dia. Image credit: Saulius Gruodis, Lithuanian State Central Archives / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

BINDING · NATIEVORMING

Natiestaat of niet?

  • Een gevormde natie krijgt niet vanzelf een eigen staat.

  • Er zijn naties zonder eigen staat en naties die verspreid wonen over verschillende staten: dat leidt vaak tot spanningen.

  • Staatsvorming is iets anders dan natievorming: de bevolking van een staat hoeft geen natie te vormen.

  • Niet elke staat is een natiestaat: dat is een staat waarvan de grenzen samenvallen met die van de natie.

Syllabus 16.1: we spreken pas van een natiestaat als de grenzen van de natie samenvallen met de grenzen van de staat. Staatsvorming en natievorming lopen lang niet altijd parallel. Veelgemaakte fout: elke staat een natiestaat noemen, of denken dat een natie zonder staat niet bestaat.

Land Z voert één taal, vaderlandse geschiedenis en een volkslied in. Wat is dit?

A

Een natie die een eigen staat afdwingt

B

Een regionale elite die zich wil afscheiden

C

Natievorming door de staat om burgers te binden

D

Een natiestaat die uiteenvalt

Syllabus 16.1: taal, geschiedenisonderwijs en symbolen zijn middelen waarmee een staat via natievorming de bevolking aan zich bindt. Verwachte fout: de afscheidingsoptie kiezen. Dat is natievorming die aan staatsvorming voorafgaat.

Vul in

We spreken van een natiestaat als de grenzen van de natie samenvallen met die van de staat.

natiestaat
natie
etnische groep
staatsvorming

Syllabus 16.1: natiestaat is een staat waarvan de grenzen samenvallen met die van de natie. Verwachte fout: natiestaat gebruiken voor elke staat.

Een klaslokaal in Nederland, begin jaren vijftig

BINDING · NATIEVORMING

Collectieve goederen en het dilemma

  • Collectieve goederen zijn zaken van algemeen belang, zoals veiligheid, infrastructuur, onderwijs, zorg.

  • Markt of burgers leveren ze vaak niet: het dilemma van collectieve actie.

  • Rationele actoren steken niet vrijwillig tijd en geld in gedeelde belangen, zoals een dijk.

  • Ze vrezen free riders: mensen die profiteren zonder mee te betalen of mee te werken.

Syllabus 16.2: collectieve goederen als openbare orde en veiligheid, infrastructuur, onderwijs en volksgezondheid. Uitgaande van rationeel handelende individuen (rationele actor-paradigma) steken mensen niet vrijwillig tijd en geld in gedeelde belangen, uit angst voor free riders. Het begrip free rider komt ook terug in de les Mondiale machtsverhoudingen, dan voor staten. De foto toont een klaslokaal begin jaren vijftig: onderwijs is een collectief goed. Veelgemaakte fout: denken dat mensen niet willen bijdragen omdat ze egoistisch zijn. Het gaat om de afweging dat anderen kunnen meeprofiteren. Image credit: Nationaal Archief / Wikimedia Commons, geen bekende beperkingen

BINDING · NATIEVORMING

De staat dwingt bijdragen af

  • De staat laat zaken van algemeen belang tot stand komen via democratische procedures of door te dreigen met geweld.

  • Zo dwingt de overheid af dat iedereen zijn bijdrage levert, bijvoorbeeld via belasting.

  • Het leveren van collectieve goederen draagt bij aan de legitimiteit van de overheid.

  • Legitimiteit: burgers aanvaarden het gezag van de overheid als rechtmatig.

Syllabus 16.2: de staat kan met democratische procedures of dreiging met geweld zorgen dat collectieve goederen tot stand komen. Dat draagt op zijn beurt bij aan de legitimiteit. Macht en gezag zijn behandeld in de les Macht en gezag. Veelgemaakte fout: de rol van de staat alleen als dwang zien. Het leveren van collectieve goederen versterkt juist het gezag van de overheid.

BINDING · NATIEVORMING

Schaalvergroting en verzorgingsstaat

  • Door staatsvorming en economische modernisering groeide de schaal van het probleem van collectieve actie.

  • Arbeidsonrust, epidemieën en analfabetisme bedreigden de gevestigde burgers en de economische groei.

  • De overheid pakte dit aan met onderwijs, gezondheidszorg, stadsreiniging, drinkwaterbedrijven en uitkeringen.

  • Democratisering (kiesrecht, meer politieke inspraak) leidde tot nieuwe eisen: de verzorgingsstaat ontwikkelde zich.

  • Globalisering en individualisering maken een interventionistische politiek moeilijker of minder wenselijk.

Syllabus 16.2: als gevolg van staatsvorming en economische modernisering groeide de schaal van het probleem. De overheid pakte problemen aan via onderwijs, gezondheidszorg, stadsreiniging, drinkwaterbedrijven en werkloosheidsuitkeringen. Uitbreiding van kiesrecht en democratie (democratisering) leidde tot nieuwe wensen en eisen aan de overheid; de verzorgingsstaat kwam tot ontwikkeling. Individualisering draagt bij aan de roep om minimalisering van de verzorgingsstaat. Veelgemaakte fout: de verzorgingsstaat alleen verklaren uit de wens van burgers. Ook bedreigingen voor gevestigde burgers en economische groei speelden mee.

Alle dorpelingen willen een dijk, maar niemand betaalt. Welk probleem?

A

Het dilemma van collectieve actie

B

Een tekort aan legitimiteit

C

Het verlies van het geweldsmonopolie

D

Een gebrek aan natievorming

Syllabus 16.2: iedereen heeft baat bij een dijk, maar uit angst voor free riders levert niemand uit zichzelf een bijdrage. Verwachte fout: legitimiteit kiezen. Dat is het gevolg van het leveren van collectieve goederen, niet het probleem zelf.

Hoe lost de staat het free-riderprobleem op?

Goed antwoord: de staat dwingt via democratische procedures of dreiging met geweld af dat iedereen bijdraagt, bijvoorbeeld met belasting. Verwachte fout: zeggen dat burgers het vrijwillig oplossen. Syllabus 16.2.

Gebouwen van het Europees Parlement in Brussel

BINDING · NATIEVORMING

Globalisering en de nationale staat

  • Problemen als terrorisme, epidemieën, migratie, klimaat en economische crises worden grensoverschrijdend.

  • De invloed van ngo's, multinationals en intergouvernementele organisaties groeit.

  • Ook internationalisering van militaire, economische en politieke macht en Europese integratie spelen mee.

  • Gevolg: meer afhankelijkheid binnen en buiten de grenzen, dus minder autonomie van de staat.

Syllabus 16.3: globaliseringsprocessen die de autonomie en macht van staten kunnen aantasten. De internationale bindingen worden sterker, wat ten koste gaat van de autonomie van de staat. De foto toont gebouwen van het Europees Parlement in Brussel, een voorbeeld van Europese integratie. Conflicten tussen staten en tussen groepen met gedeelde waarden over de grenzen heen zijn in de les Conflicten en samenwerking uitgewerkt. Veelgemaakte fout: denken dat de staat door globalisering verdwijnt. De syllabus spreekt van aantasting van autonomie en macht. Image credit: FrDr / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

BINDING · NATIEVORMING

Toch blijft de binding met de staat

  • Mensen hechten waarde aan de nationale identiteit en aan de autonomie van de Nederlandse staat.

  • Teken: neo-nationalistisch cultureel verzet tegen globalisering, met nadruk op de nationale cultuur bij sommige partijen en media.

  • Teken: veel steun voor 'typisch Nederlands' beleid, zoals op softdrugs, euthanasie en het homohuwelijk.

  • Teken: veel aandacht voor de nationale politiek in publiek debat en media, en verzet tegen meer macht van de EU.

Syllabus 16.3: de bindingen met de staat en de nationale identiteit verdwijnen niet snel. Het begrip neo-nationalistisch cultureel verzet komt uit de syllabus (term van Achterberg e.a.). Blijf neutraal: de les beschrijft dat deze tekenen er zijn, niet of ze wenselijk zijn. Veelgemaakte fout: denken dat sterke internationale bindingen de nationale binding automatisch vervangen.

Het Berlaymontgebouw in Brussel, zetel van de Europese Commissie, met Europese vlaggen

BINDING · NATIEVORMING

Binding met de staat sterker dan met Europa

  • Taal, geschiedenis op school, dienstplicht en feestdagen binden aan de staat, niet aan Europa.

  • Er is geen breed gedragen gevoel van een gemeenschappelijke lotsbestemming in de EU.

  • Er zijn grote culturele verschillen en landen hebben vaak tegenstrijdige belangen.

  • Er zijn geen gezamenlijke Europese media: nationale media berichten vooral over nationale politiek.

Syllabus 16.4: factoren die bindingen met de nationale staat scheppen zijn grotendeels afwezig op Europees niveau. Europa is wel een macht die de autonomie van de afzonderlijke landen aantast; of dat wenselijk is, is onderwerp van discussie. Presenteer beide kanten gelijkwaardig. De foto toont het Berlaymontgebouw, zetel van de Europese Commissie. Veelgemaakte fout: denken dat weinig binding met Europa betekent dat Europa weinig macht heeft. De syllabus zegt het tegenovergestelde: Europa tast de autonomie van landen wel aan. Image credit: almathias / Wikimedia Commons, CC0

Klimaat en terrorisme houden zich niet aan grenzen. Effect op staten?

A

Staten worden zelfstandiger

B

Staten worden afhankelijker van anderen

C

De nationale identiteit verdwijnt meteen

D

Staten worden natiestaten

Syllabus 16.3: grensoverschrijdende problemen leiden tot toenemende afhankelijkheid en minder autonomie. Verwachte fout: 'de nationale identiteit verdwijnt', terwijl de syllabus juist stelt dat bindingen met de staat niet snel verdwijnen.

Vul in

Het neo-nationalistisch cultureel verzet tegen globalisering en het verzet tegen meer macht van de Europese Unie laten zien dat de nationale identiteit niet snel verdwijnt.

neo-nationalistisch cultureel verzet
Europese Unie
Europese integratie
burgerschapsnationalisme

Syllabus 16.3: de blijvende binding met de staat blijkt onder meer uit neo-nationalistisch cultureel verzet en verzet tegen grotere macht van de EU. Verwachte fout: de gaten verwisselen of Europese integratie invullen.

Wat vond je vandaag het lastigst?

1

Natie, essentialisme en modernisme

2

Staatsvorming en natievorming

3

Collectieve actie en free riders

4

Globalisering en binding met Europa

Gebruik de uitslag om les 2 te starten: begin bij het onderdeel dat de meeste stemmen krijgt.

Wat verandert globalisering voor de staat?

Goed antwoord: de staat wordt afhankelijker van anderen en verliest autonomie en macht door grensoverschrijdende problemen en internationale organisaties, maar de binding met de nationale staat verdwijnt niet snel. Verwachte fout: alleen zeggen dat de staat verdwijnt. Syllabus 16.3.

BINDING · NATIEVORMING

Begrippen (1/2)

  • natie: groep mensen die zich verbonden voelt door gedeelde geschiedenis, taal en/of cultuur en een eigen staat nastreeft

  • essentialisme: visie dat naties van nature bestaan en onveranderlijk zijn

  • modernisme: visie dat de natie een uitvinding is van het 19e-eeuwse nationalisme en dat nationale identiteiten kunnen veranderen

  • staatsvorming: de institutionalisering van politieke macht tot een staat

  • natievorming: het vormen van een natie, bijvoorbeeld door elites om de bevolking aan de staat te binden

Deze slide heeft geen instructies

BINDING · NATIEVORMING

Begrippen (2/2)

  • natiestaat: staat waarvan de grenzen samenvallen met de grenzen van de natie

  • collectieve goederen: zaken van algemeen belang, zoals veiligheid, infrastructuur, onderwijs en volksgezondheid

  • free rider: iemand die profiteert van een collectief goed zonder bij te dragen

  • legitimiteit: aanvaarding door burgers van het gezag van de overheid als rechtmatig

  • neo-nationalistisch cultureel verzet: verzet tegen globalisering met nadruk op de nationale cultuur

Deze slide heeft geen instructies