neurologie week 4 les 2

1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
anatomie, fysiologie en pathologieMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke hersenletsel ken je? of heb je ervaring mee?

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Op de X thorax was er een fractuur te zien.
wat is een Fractuur?
A
scheuring
B
kneuzing
C
verstuiking
D
breuk

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

waarom is een open impressie fractuur niet gunstig?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Het ruggenmerg

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke functie heeft de wervelkolom voor het ruggenmerg?
De wervelkolom ...
A
beschermt het ruggenmerg
B
geeft stevigheid aan het ruggenmerg
C
geeft vorm aan het ruggenmerg
D
geleidt het ruggenmerg

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk ziektebeeld is een voorbeeld van een beschadiging van ruggenmerg?
A
Hernia
B
dwarslaesie
C
lage rugpijn

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je over dementie?

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Dementie
Dementie kent verschillende vormen:

  • Alzheimer
  • Lewy-bodydementie
  • Vasculaire dementie
  • Frontaalkwabdementie

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de meest voorkomende vorm van dementie?
A
Vasculaire dementie
B
Frontaalkwabdementie
C
Alzheimer
D
Lewy-body dementie

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke vorm van dementie begint meestal al op jonge leeftijd.
A
Alzheimer
B
Frontaalkwabdementie
C
Beide
D
Geen van de twee antwoorden is goed

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

stadium 1 
stadium 2
stadium 3
stadium 4
Beginnende dementie

bedreigde ik
Matig ernstige dementie

verdwaalde ik
Ernstige dementie: deels afhankelijk

verborgen ik
Ernstige dementie: helemaal afhankelijk

verzonken ik

Slide 20 - Sleepvraag

Bespreek:
- Per stadium wat de zorgvrager nog wel kan en wat niet.
- Welke begeleiding heeft de zorgvrager per stadium nodig?
Alzheimer
Alzheimer is vorm van dementie
Oorzaak is niet bekend



 Wat weten we wel?
  •  De hersenen van alzheimerpatiënten zijn iets verschrompeld.
  •  In de hersenen worden zogeheten plaques en tangles gevonden: neerslagen van eiwit waardoor zenuwcellen afsterven. 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Alzheimer
Kenmerken:
  • Meestal begint de ziekte na het 70e levensjaar. 
  • Geleidelijke achteruitgang. Binnen acht jaar kan het eindstadium worden bereikt.
  • Eerst verlies van interesse, daarna van inzicht en beoordelingsvermogen, dan van handelen en spraak, en in het eindstadium verlies van spontane activiteiten en beweging. 

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Frontaalkwabdementie
Bij deze vorm van dementie zijn de voorkwab van de hersenen betrokken.

Kenmerken:
  • Begint op jonge leeftijd (meestal tussen 50 en 60 jaar)  
  • Persoonlijkheidsveranderingen (extravert of juist terugtrekken)  
  • Onbeleefd, ongeduldig, egoïstisch of agressief gedrag  
  • Spraakproblemen of geheel verlies van spraak  

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke hersenfunctie gaat bij dementie als eerst achteruit?
A
Het korte termijngeheugen
B
Het lange termijn geheugen

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vasculaire dementie
Wordt veroorzaak door problemen in de doorbloeding van de hersenen. (bijvoorbeeld: na een beroerte)

Kenmerken :
  • Het ziekteverloop gaat in de meeste gevallen in sprongen; bij elk infarct wordt het een stukje slechter
  • Bij vasculaire dementie zijn de symptomen afhankelijk van de gebieden die getroffen zijn
  • Wanneer de vasculaire dementie ernstige vormen aanneemt, lijkt het ziektebeeld op de ziekte van Alzheimer

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lewy-bodydementie
Lewy-bodydementie: Door de gehele hersenen heen worden abnormale eiwitneerslagen gevonden in een typische vorm (lewy -lichaampjes). De arts die deze het eerst beschreven heeft, heette Lewy. 

Verschijnselen:
  • Wisselende verwardheid en hallucinaties  
  • Verschijnselen van de ziekte van Parkinson, zoals tremoren (beven).
  • Depressie 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat bedoelen we met een persoon is gedesoriënteerd in plaats?
A
Een persoon heeft geen tijdsbesef meer en weet niet meer welk jaar het is.
B
Een persoon verdwaalt en kan de weg niet meer vinden.
C
Een persoon herkent familieleden niet meer.

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke vorm van dementie wordt veroorzaak door problemen in de doorbloeding van de hersenen? (bijvoorbeeld: na een beroerte)
A
Vasculaire Dementie
B
Alzheimer
C
Frontaalkwabdementie
D
Lewy-bodydementie

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dementie?
A
Een geheugenstoornis waardoor je niets meer weet.
B
Dementie is een syndroom waardoor je hersenen zorgen dat je gaat trillen en soms agressief gedrag vertoont.
C
Een combinatie van symptomen waardoor de hersenen informatie niet meer goed kunnen verwerken. Het is een verzamelnaam voor ruim 50 ziektes.
D
Dementie is een verzamelnaam voor ziektes die lichamelijke problemen veroorzaken. Je wordt er bijvoorbeeld minder mobiel van.

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies