Rekonomie (3e) H3. Indexcijfers

Week 35 (vanaf 24 augustus 2026)
Hoofdstuk 3. Indexcijfers
  • actualiteit
  • leerdoelen
  • instructie
  • weektaak: opdracht 3.1 t/m 3.3 en 3.5 t/m 3.8
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 24 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Week 35 (vanaf 24 augustus 2026)
Hoofdstuk 3. Indexcijfers
  • actualiteit
  • leerdoelen
  • instructie
  • weektaak: opdracht 3.1 t/m 3.3 en 3.5 t/m 3.8

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen H3. Indexcijfers
  • Ik kan procentuele veranderingen omzetten in indexcijfers.
  • Ik kan indexcijfers berekenen met verschillende basisjaren.

Slide 2 - Tekstslide

Indexcijfers
Een indexcijfer is een getal dat de verhouding uitdrukt van een grootheid tot een referentiewaarde (basisjaar!). De referentiewaarde is het basisjaar, waarin het indexcijfer altijd 100 is! Je vergelijkt getallen onderling met elkaar.
   
Zo kan men aan de hand van de indexcijfers op uniforme wijze een overzicht krijgen van de ontwikkeling of verdeling van die grootheid. Wikipedia (NL)

Wat betekent het indexcijfer 103?
  • een stijging van 3% t.o.v. het basisjaar
Wat betekent het indexcijfer 94?
  • een daling van 6% t.o.v. het basisjaar



Slide 3 - Tekstslide

Indexcijfer (CPI) en Big Mac Index
De Consumenten Prijs Index (CPI) is een indexcijfer (links). Het geeft hier de verhouding weer t.o.v. basisjaar 2015.

De Big Mac Index (rechts) is een wat vreemd indexcijfer. Het geeft geen verhouding weer t.o.v. een basis(jaar) van 100, maar vergelijkt de prijs van een Big Mac t.o.v. een dollar ($).

Slide 4 - Tekstslide

AEX Index
De AEX Index (afgeleid van Amsterdam Exchange Index) is de belangrijkste Nederlandse beursindex. De index geeft het beeld weer van de koersontwikkeling van de 30 aandelen met de grootste marktkapitalisatie op de Amsterdamse effectenbeurs.

Slide 5 - Tekstslide

Indexcijfer en procentuele verandering
  • Een indexcijfer is geen percentage!
  • Indexcijfer 103 is een stijging van 3% t.o.v. het basisjaar.
  • Het basisjaar is het uitgangspunt waarmee je alle andere getallen mee vergelijkt.



  • Met indexcijfers kun je ook de procentuele verandering uitrekenen.
IndexCijfer=​WaardeBasis(Jaar)​​WaardeHuidig(Jaar)​​⋅100
ProcentueleVerandering=​Oud​​(Nieuw−Oud)​​⋅100

Slide 6 - Tekstslide

Oefening CPI
1. Met hoeveel procent is het CPI gestegen in juli 2024 t.o.v. het basisjaar?
  • 31,85%
2. Bereken het indexcijfer juli 2024 met als basismaand januari 2024 en de procentuele verandering.
  • indexcijfer = (waarde huidige maand / waarde basis maand) x 100
  • indexcijfer = 1(31,85 / 127,11) * 100 = 103,73
  • dat is een stijging van 3,73% t.o.v. januari 2024
  • procentuele verandering = ((N - O) / O) x 100% = ((131,85 - 127,11) / 127,11) x 100% = 3,73%  
3. Bereken het indexcijfer november 2023 met als basismaand oktober 2023 en de
     procentuele verandering.
  • indexcijfer = (waarde huidige maand / waarde basis maand) x 100
  • indexcijfer = (126,40 / 127,73) * 100 = 98,96
  • dat is een daling van 1,04% t.o.v. oktober 2023
  • procentuele verandering = ((N - O) / O) x 100% = ((126,40 - 127,73) / 127,73) x 100% = -1,04% 
timer
3:00

Slide 7 - Tekstslide

Oefening Big Mac Index
De Big Mac Index is een wat vreemd indexcijfer. Het vergelijkt immers niet met een
basis(jaar) 100 maar met een dollar ($). We kunnen er wel een indexcijfer met een
basis 100 van maken.

1. Bereken het indexcijfer van de Big Mac in Zwitserland t.o.v. basis Verenigd
    Koninkrijk en het procentuele verschil.
  • indexcijfer = (waarde / waarde basis) x 100
  • indexcijfer = (6,98 / 4,82) * 100 = 144,8
  • dat is 44,8% meer t.o.v. de prijs in het Verenigd Koninkrijk
  • procentuele verschil = ((N - O) / O) x 100% = ((6,98 - 4,82) / 4,82) x 100% = 44,8%  
2. Bereken het indexcijfer van de Big Mac in Rusland t.o.v. basis Nederland.
  • indexcijfer = (waarde / waarde basis) x 100
  • indexcijfer = (1,74 / 4,95) * 100 = 35,2
  • dat is 64,8% minder t.o.v. de prijs in Nederland
  • procentuele verschil = ((N - O) / O) x 100% = ((1,74 - 4,95) / 4,95) x 100% = -64,8%
timer
3:00

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Les en Weektaak

  • wat: opdracht 3.1 t/m 3.3 (pagina 19) in de les
  • hoe: fluisterend overleg met buurman / buurvrouw mag
  • hulp: buurman / buurvrouw of steek je vinger op
  • tijd: tot 1 minuut voor einde les
  • uitkomst: zo ver mogelijk
  • klaar: ga verder met je weektaak opdracht 3.1 t/m 3.3 en 3.5 t/m 3.8

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht 3.2
a. Bereken de indexcijfer met 2013 als basisjaar.
  • 2013 = 100
  • 2015 = 178,2 / 130,3 x 100 = 136,8
  • 2017 = 225,0 / 130,3 x 100 = 172, 7
  • 2019 = 232,7 / 130,3 x 100 = 178,6
  • 2021 = 236,7 / 130,3 x 100 = 181,7
b. Bereken de indexcijfer met 2017 als basisjaar.
  • 2013 = 130,3 / 225,0 x 100 = 57,9
  • 2015 = 178,2 / 225,0 x 100 = 79,2
  • 2017 = 100
  • 2019 = 232,7 / 225,0 x 100 = 103,4, 2021 = 236,7 / 225,0 x 100 = 105,2

Slide 12 - Tekstslide

Week 36 (vanaf 31 augustus 2026)
Hoofdstuk 3. Indexcijfers
  • actualiteit (Van bijna gratis naar miljarden extra: Nederland betaalt 17 miljard meer rente)
  • herhaling vorige les (indexcijfers)
  • leerdoelen
  • instructie
  • weektaak: opdracht 3.9 t/m 3.24

Slide 13 - Tekstslide

Herhaling vorige les (indexcijfers)
  • Een indexcijfer is geen percentage!
  • Indexcijfer 103 is een stijging van 3% t.o.v. het basisjaar.
  • Het basisjaar is het uitgangspunt waarmee je alle andere getallen mee vergelijkt.



  • Met indexcijfers kun je ook de procentuele verandering uitrekenen.
IndexCijfer=​WaardeBasis(Jaar)​​WaardeHuidig(Jaar)​​⋅100
ProcentueleVerandering=​Oud​​(Nieuw−Oud)​​⋅100

Slide 15 - Tekstslide

Leerdoelen H3. Indexcijfers
  • Ik kan procentuele veranderingen omzetten in indexcijfers.
  • Ik kan indexcijfers berekenen met verschillende basisjaren.
  • Ik kan indexcijfers omzet, afzet en prijs berekenen.
  • Ik kan nominale en reële indexcijfers berekenen.

Slide 16 - Tekstslide

Indexcijfer van de afzet en omzet
Wat is afzet en omzet?
 - afzet = hoeveelheid verkochte goederen (q)
 - omzet = prijs x afzet (p x q)




Voorbeeld: mijn prijzen zijn 3% gestegen en mijn afzet 2%, hoeveel is mijn omzet gestegen?
  • let op: niet met 5%!
  • IndexCijferOmzet = (IndexCijferPrijs x IndexCijferAfzet) / 100
  • IndexCijferOmzet = (103 x 102) / 100 = 105,06, mijn omzet is dus met 5,06% gestegen
IndexCijferOmzet=​100​​IndexCijferPrijs⋅IndexCijferAfzet​​
IndexCijferAfzet=​IndexCijferPrijs​​IndexCijferOmzet​​⋅100

Slide 17 - Tekstslide

Opdracht 3.12 (pagina 22)
a. Bereken de 3 ontbrekende indexcijfers.
  • indexcijfer omzet (jaar 1) = (indexcijfer afzet x indexcijfer verkoopprijs) / 100
  • indexcijfer omzet (jaar 1) = (95,0 x 88,0) / 100 = 83,6 dus?
  • in jaar 1 is de omzet 16,4% lager dan in jaar 2
  • indexcijfer afzet (jaar 3) = (indexcijfer omzet / indexcijfer verkoopprijs) x 100
  • indexcijfer afzet (jaar 3) = (106,1 / 104,0) x 100 =  102,0 dus?
  • in jaar 3 is de afzet 2% hoger dan in jaar 2
  • indexcijfer verkoopprijs (jaar 4) = (indexcijfer omzet / indexcijfer afzet) x 100
  • indexcijfer verkoopprijs (jaar 4) = (113,4 / 105,0) x 100 = 108,0 dus?
  • in jaar 4 is de verkoopprijs 8% hoger dan in jaar 2
timer
3:00

Slide 18 - Tekstslide

Opdracht 3.12 (pagina 22)
De omzet in jaar 1 bedraagt € 234 miljoen.
b. Bereken de omzet in jaar 4.
  • omzet (jaar 1) = € 234 miljoen
  • indexcijfer omzet (jaar 1) = 83,6
  • indexcijfer omzet (jaar 4) = 113,4
  • omzet (jaar 4) = € 234 miljoen / 83,6 x 113,4 = 317,4 miljoen
timer
3:00

Slide 19 - Tekstslide

Nominaal en reëel indexcijfer
Je nominale inkomen is je inkomen gemeten in geld, dat wat je op je bankrekening gestort krijgt.
Je reële inkomen is je inkomen gemeten in wat je ervoor kunt kopen (= koopkracht). Het reële
inkomen is dus gecorrigeerd met de prijsstijgingen (= inflatie) of prijsdalingen (= deflatie).

De procentuele veranderingen van het reële inkomen berekenen we via indexcijfers
met de formule:


  • Nominaal IndexCijfer (NIC) = verandering van het geldbedrag in procenten
        t.o.v. het basisjaar
  • Prijs IndexCijfer (PIC) = verandering van het gemiddeld prijsniveau in
        procenten t.o.v. basisjaar.
  • Reëel IndexCijfer (RIC) = verandering van de hoeveelheid goederen die
        met een bedrag gekocht kan worden in procenten t.o.v. het basisjaar (koopkracht)
ReeelIndexCijfer(RIC)=​PrijsIndexCijfer(PIC)​​NominaalIndexCijfer(NIC)​​⋅100

Slide 20 - Tekstslide

Nominaal en reëel indexcijfer
Voorbeeld:
- Ik verdiende € 400 per maand, nu verdien ik €500 per maand.
- Mijn nominale inkomen is dus 25% gestegen, Nominaal IndexCijfer (NIC) = 125.
- De prijzen in de winkels met 5% gestegen, PrijsIndexCijfer (PIC) = 105 (CPI of inflatie).
- Met hoeveel procent verandert je reële inkomen (koopkracht)?

  • Reëel IndexCijfer (RIC) berekenen!
  • RIC = NIC / PIC x 100
  • RIC = 125 / 105 x 100 = 119,05
  • Je koopkracht is met 19,05% gestegen!



ReeelIndexCijfer=​PrijsIndexCijfer​​NominaalIndexCijfer​​⋅100

Slide 21 - Tekstslide

Opdracht 3.14 (pagina 22)
a. Bereken met hoeveel procent het nominale inkomen van Herman is gestegen.
  • procentuele verandering = (nieuw - oud) / oud x 100%
  • procentuele verandering = (€ 1.848 - € 1.500) / € 1.500 x 100% = 23,2%
b. Bereken de procentuele stijging van het aantal broden dat Herman kan kopen.
  • aantal broden (oud) = € 1.500 / € 2,50 = 600
  • aantal broden (nieuw) = € 1.848 / € 2,80 = 660
  • procentuele verandering = (nieuw - oud) / oud x 100%
  • procentuele verandering = (660 - 600) / 600 x 100% = 10%
c. Met hoeveel procent is het reële inkomen veranderd.
  • de verandering van het reële inkomen is gelijk aan de stijging van het aantal broden, dus?
  • een stijging van 10%
timer
3:00

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Les en Weektaak

  • wat: opdracht 3.15 (pagina 23) in de les
  • hoe: fluisterend overleg met buurman / buurvrouw mag
  • hulp: buurman / buurvrouw of steek je vinger op
  • tijd: tot 1 minuut voor einde les
  • uitkomst: zo ver mogelijk
  • klaar: ga verder met je weektaak opdracht 3.9 t/m 3.24

Slide 24 - Tekstslide