Break-even en winstverdeling (Bedrijfseconomie vwo), les 3: Terugblik quiz

Gevel van ijsfabriek De Noordpool, Breda (2019) (foto: G.Lanting, CC BY 4.0)

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Quiz

Terugblik: Break-even en winstverdeling

1 / 15
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met een quiz van twaalf vragen over break-even, resultaat voor belasting, dividend, cashflow en waardering van activa.

Onderdelen in deze les

Gevel van ijsfabriek De Noordpool, Breda (2019) (foto: G.Lanting, CC BY 4.0)

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Quiz

Terugblik: Break-even en winstverdeling

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

De break-even omzet is € 30.000, de dekkingsbijdrage 25% van de omzet. Hoe hoog zijn de constante kosten?

A

€ 7.500

B

€ 120.000

C

€ 22.500

D

€ 30.000

Syllabus 30.4.1. Constante kosten = break-even omzet x perunage = 30.000 x 0,25 = 7.500. Afleiders: delen door 0,25 (120.000), de variabele kosten (22.500), de omzet zelf (30.000).

Bakkerij Haver: wat is volgens de grafiek de break-even omzet?

A

€ 7.200

B

€ 24.000

C

€ 12.000

D

€ 600

Syllabus 30.4.3. Het snijpunt ligt bij 600 broden op een hoogte van 12.000 (controle: 7.200 / (20 min 8) = 600; 600 x 20 = 12.000). Afleiders: de constante kosten (7.200), de bovenkant van de as (24.000), de afzet (600). Image credit: Eigen figuur

Sneeuwwit verlaagt de prijs van € 8 naar € 7,20 (variabele kosten € 3,20, constante kosten € 12.000). Hoeveel stijgt de break-even afzet?

A

250 bakken

B

1.000 bakken

C

500 bakken

D

400 bakken

Syllabus 30.4.1 en 30.4.3. Nieuwe dekkingsbijdrage 7,20 min 3,20 = 4,00; 12.000 / 4 = 3.000 (voorheen 2.500). Stijging 500. Afleiders: 10% van 2.500 (250), een verdubbeling van de stijging (1.000), 400.

Vul in

De bv houdt dividendbelasting in op het uitgekeerde dividend; het niet uitgekeerde deel is de reservering en komt bij het eigen vermogen.

dividendbelasting
reservering
vennootschapsbelasting
inkomstenbelasting

Syllabus 30.5. Dividendbelasting wordt ingehouden op het dividend; wat niet wordt uitgekeerd is de reservering.

Zet de resultaatverdeling van een bv op volgorde.

1

Preferent dividend uitkeren

2

Vennootschapsbelasting aftrekken

3

Dividend op gewone aandelen vaststellen

4

Resultaten optellen tot resultaat voor belasting

5

Rest naar de reserves (reservering)

Syllabus 30.5. Eerst het resultaat voor winstbelasting (bedrijfsactiviteiten, financieringsresultaat en incidenteel resultaat), dan vennootschapsbelasting, dan eerst het vaste preferente dividend en daarna het dividend op gewone aandelen; wat overblijft is de reservering.

Vlinder B.V.: gewone activiteiten € 180.000, interestopbrengsten € 6.000, interestkosten € 21.000, boekwinst pand € 55.000. Resultaat voor winstbelasting?

A

€ 220.000

B

€ 165.000

C

€ 262.000

D

€ 235.000

Syllabus 30.5. 180.000 + (6.000 min 21.000) + 55.000 = 220.000. Afleiders: boekwinst vergeten (165.000), alle interest optellen (262.000), financieringsresultaat vergeten (235.000).

Wie betaalt belasting over het resultaat van een vof?

A

De vof zelf, als vennootschapsbelasting

B

De firmanten, als vennootschapsbelasting

C

De vof zelf, als inkomstenbelasting

D

De firmanten zelf, als inkomstenbelasting

Syllabus 30.5. Een vof betaalt geen vennootschapsbelasting: de firmanten betalen inkomstenbelasting over hun deel van het resultaat. Verwachte fout: vennootschapsbelasting kiezen.

Een nv heeft € 250.000 preferent kapitaal (vast dividend 4%, gegeven). Gewoon dividend: € 1,60 per aandeel op 50.000 aandelen. Totaal dividend?

A

€ 80.000

B

€ 90.000

C

€ 10.000

D

€ 330.000

Syllabus 30.5. Preferent 4% x 250.000 = 10.000; gewoon 1,60 x 50.000 = 80.000; samen 90.000. Afleiders: het preferente dividend vergeten (80.000), alleen preferent (10.000), het preferente kapitaal optellen in plaats van het dividend (330.000).

De cashflow van een bv is € 250.000, de afschrijvingen zijn € 90.000. Hoe hoog is het resultaat?

A

€ 160.000

B

€ 340.000

C

€ 250.000

D

€ 90.000

Syllabus 30.6.1. Cashflow = resultaat + afschrijvingen, dus resultaat = 250.000 min 90.000 = 160.000. Afleiders: optellen (340.000), de cashflow zelf, de afschrijvingen.

Een gebouw (boekwaarde € 800.000) wordt herwaardeerd naar € 950.000. Wat gebeurt er met het resultaat?

A

Het resultaat stijgt met € 150.000

B

Het resultaat daalt met € 150.000

C

Niets, € 150.000 gaat naar de herwaarderingsreserve

D

De winstbelasting stijgt met € 150.000

Syllabus 30.6.2. De waardestijging van een herwaardering komt in de herwaarderingsreserve (eigen vermogen), niet in het resultaat. Verwachte fout: de stijging als resultaat zien.

Wie draagt de dividendbelasting echt?

Syllabus 30.5 (dividendbelasting). Een goed antwoord: de aandeelhouder. De bv houdt de dividendbelasting in op het bruto dividend en draagt die af aan de Belastingdienst; de aandeelhouder ontvangt het netto dividend. Daarom verandert de reservering van de bv er niet door. Verwachte fout: zeggen dat de bv de belasting betaalt uit de reserves.

Waaraan zie je de dekkingsbijdrage per product in de break-evengrafiek?

A

Hoogte van het snijpunt van de twee lijnen

B

Verschil in helling van opbrengsten- en kostenlijn

C

Afstand van de kostenlijn tot de horizontale as

D

Helling van de lijn van de totale kosten

Syllabus 30.4.3 (grafische weergave toepassen en uitleggen). De opbrengstenlijn stijgt met de verkoopprijs per product, de kostenlijn met de variabele kosten per product: het verschil in helling is de dekkingsbijdrage (Sneeuwwit: 8 min 3,20 = 4,80). Afleiders: de hoogte van het snijpunt is de break-even omzet, de afstand bij afzet nul zijn de constante kosten, de helling van de kostenlijn zijn de variabele kosten per product.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Goed gedaan!

Je kunt nu break-even afzet en omzet berekenen en aflezen, een resultaat verdelen over belasting, dividend en reservering en uitleggen hoe cashflow, afschrijving en waardering het beeld veranderen.

Deze slide heeft geen instructies