Deze slide heeft geen instructies
Niet door les heen praten
Deze slide heeft geen instructies
Wat gaan we doen vandaag?
Huiswerk. Vragen?
Woorden bij tabellen en diagrammen
Decimale getallen delen
Afsluiten
Deze slide heeft geen instructies
Huiswerk voor de afgelopen week:
Groep 1:
Werkboek 1F tot en met opdracht 14
Groep 2:
Math4all
Tabellen tot en met opgave 6
Deze slide heeft geen instructies
Groep 2
=> Math4all
=> Wiskunde HV => havo a
=> scrol naar beneden tot je ziet:
=> kies voor 1.1 Tabellen
Deze slide heeft geen instructies
Tabellen en diagrammen aflezen
Deze slide heeft geen instructies
Leerdoel
Ik kan informatie in tabellen en eenvoudige diagrammen begrijpen en gebruiken, inclusief rijen, kolommen, kopregels, cellen, legenda’s, pictogrammen, percentages en tarieventabellen.
Deze slide heeft geen instructies
Wat staat op het snijpunt van een rij en een kolom?
kopregel
cel
kolom
tabel
Controleert de kernbegrippen uit de eerste uitleg over tabellen.
Begrippen in een tabel
In een tabel staan gegevens in rijen en kolommen. Bovenaan staat vaak de kopregel. Het vakje waar een rij en kolom elkaar kruisen, heet een cel.
Laat leerlingen de woorden koppelen aan hun plek en functie in de tabel.
Rij, kolom, kopregel en cel
Een tabel is een overzicht waarin gegevens netjes geordend staan.
rij: vakjes naast elkaar
kolom: vakjes onder elkaar
kopregel: bovenste rij met titels
cel: één vakje in de tabel
Benadruk dat leerlingen eerst moeten kijken welke informatie bovenaan en links staat. Zo leren ze gericht zoeken in plaats van willekeurig lezen.
Lucy koopt vier kaartjes voor volwassenen.
In het museumcafé besteld ze een bittergarnituur.
Hoeveel moet ze in totaal betalen?
67 euro
83 euro
26 euro
87,50 euro
Controleert de kernbegrippen uit de eerste uitleg over tabellen.
Gegevens vergelijken in een tabel
Een tabel gebruik je niet alleen om iets op te zoeken, maar ook om te vergelijken.
vergelijk waarden in dezelfde kolom
vergelijk waarden in dezelfde rij
let goed op de kopjes
bepaal wat meer, minder, groter of kleiner is
Wijs op een veelgemaakte fout: leerlingen vergelijken soms getallen uit verschillende kolommen zonder op het kopje te letten.
Aflezen betekent begrijpen
Aflezen is meer dan alleen kijken.
Je leest informatie uit een tabel of diagram en begrijpt wat die informatie betekent. Je gebruikt dus niet alleen getallen, maar ook de plaats, de titel, de kopjes en soms kleuren of symbolen.
Deze slide heeft geen instructies
waar gemiddelde visuele inspanning wordt gedaan. Hoeveel lichtpunten moet hij ophangen?
Ivo heeft verlichting opgehangen in een ruimte van 20
2
5
10.000
10
Controleert de kernbegrippen uit de eerste uitleg over tabellen.
Gegevens invullen in een tabel
Bij het invullen kijk je waar een gegeven hoort.
lees eerst de kopregel
kies de juiste rij
schrijf het gegeven in de goede cel
controleer of rij en kolom kloppen
Deze slide heeft geen instructies
Gegevens invullen in een tabel
Deze slide heeft geen instructies
Eenvoudige diagrammen lezen
Bij eenvoudige diagrammen let je op:
de titel
wat op de as of onderaan staat
getallen of hoeveelheden
kleuren, balken of symbolen
wat het diagram met elkaar vergelijkt
Houd het algemeen en eenvoudig: het doel is dat leerlingen informatie leren aflezen, niet dat ze verschillende soorten diagrammen technisch leren classificeren.
Pictogrammen en symbolen
Soms staan in een diagram pictogrammen of symbolen in plaats van losse getallen.
één afbeelding stelt een vaste hoeveelheid voor
je moet eerst weten hoeveel één symbool waard is
daarna kun je het totaal aflezen of uitrekenen
Deze slide heeft geen instructies
Vaste waarde per symbool
Voorbeeld van aflezen met symbolen:
1 ster is 5 punten
3 sterren betekenen 15 punten
een half symbool betekent de helft van de vaste waarde
Noem expliciet dat de betekenis van het symbool altijd gegeven moet zijn. Zonder die afspraak kun je het diagram niet goed lezen.
Percentages als deel van 100
Een percentage vertelt hoeveel van de 100 delen je hebt.
1% betekent 1 van de 100
50% betekent de helft
100% betekent alles
percentages helpen om delen makkelijk te vergelijken
Deze slide heeft geen instructies
Percentages aflezen
In tabellen en diagrammen kunnen percentages staan.
Dan lees je niet alleen een hoeveelheid, maar een deel van het totaal. Als 25% van een groep iets kiest, betekent dat 25 van de 100, of een kwart van het geheel.
Verbind dit aan pictogrammen door te benoemen dat zowel percentages als symbolen helpen om hoeveelheden overzichtelijk weer te geven.
Wat heb je nodig om een pictogram goed af te lezen?
de titel
de vaste waarde
de kopregel
de breedte
De foutopties komen uit andere onderdelen van diagrammen en tabellen, maar alleen de vaste waarde per symbool is hier beslissend.
Diagrammen, symbolen en percentages
Bij een eenvoudig diagram let je op de titel en op wat kleuren of symbolen betekenen. Bij pictogrammen stelt één symbool een vaste hoeveelheid voor. Een percentage is een deel van 100. Zo kun je hoeveelheden overzichtelijk vergelijken.
Alle woorden komen rechtstreeks uit dit subtopic en toetsen begrip van aflezen, pictogrammen en percentages.
Wat betekent 50%?
een kwart
alles
de helft
één van honderd
Snelle controle of leerlingen percentages als deel van 100 begrijpen.
Wat is een legenda?
Een legenda legt uit wat kleuren, lijnen of symbolen betekenen.
blauw kan één groep voorstellen
groen kan een andere groep voorstellen
een symbool kan een vaste hoeveelheid aangeven
Deze slide heeft geen instructies
Legenda gebruiken bij aflezen
Lees bij een diagram eerst de legenda.
zo weet je wat elke kleur betekent
zo begrijp je wat elk symbool voorstelt
zonder legenda kun je het diagram verkeerd uitleggen
Benadruk dat de legenda een verklaring is, geen extra versiering. Leerlingen slaan dit onderdeel vaak over.
Wat is een tarieventabel?
Een tarieventabel of prijstabel is een tabel met prijzen of tarieven.
je ziet overzichtelijk wat iets kost
je kunt prijzen van keuzes vergelijken
je kunt snel aflezen welk bedrag bij welke situatie hoort
Deze slide heeft geen instructies
Prijzen aflezen in een tabel
Bij een prijstabel zoek je:
wat je kiest of gebruikt
welke rij daarbij hoort
welke kolom het juiste tarief geeft
welk bedrag in de cel staat
Deze slide heeft geen instructies
Tarieven vergelijken
Met een tarieventabel kun je keuzes vergelijken.
welk product is goedkoper?
wanneer betaal je meer?
welk tarief hoort bij welke hoeveelheid of tijd?
Zo gebruik je een tabel om een handige keuze te maken.
Leg de link terug naar het algemene doel: ook een tarieventabel lees je via rij, kolom, kopregel en cel.
Waarom lees je bij een diagram eerst de legenda?
voor de titel
voor de volgorde
voor de uitleg
voor de assen
Legt de nadruk op de functie van de legenda als verklaring van kleuren en symbolen.
Legenda en tarieventabel
Een legenda legt uit wat kleuren en symbolen betekenen. In een tarieventabel zoek je eerst de juiste rij en daarna de goede kolom. Het bedrag dat je afleest, staat in de juiste cel.
Verbindt de laatste twee subonderwerpen met de eerder geleerde tabelbegrippen.
Welk onderdeel helpt jou het meest bij het aflezen?
kopregel
legenda
pictogram
prijscel
Deze slide heeft geen instructies
Welk onderdeel vond jij nog het lastigst?
Mogelijke antwoorden: begrippen uit elkaar houden, legenda niet vergeten, percentages begrijpen, juiste rij en kolom vinden, symbolen omrekenen.
Begrippenlijst
tabel - overzicht waarin gegevens geordend in rijen en kolommen staan
rij - vakjes die naast elkaar staan
kolom - vakjes die onder elkaar staan
kopregel - bovenste rij met titels of namen van kolommen
cel - één vakje op het snijpunt van een rij en een kolom
aflezen - informatie uit een tabel of diagram begrijpen en gebruiken
diagram - overzicht waarin gegevens zichtbaar worden gemaakt
Deze slide heeft geen instructies
Begrippenlijst
pictogram - afbeelding die een vaste hoeveelheid voorstelt
symbool - teken dat een afgesproken betekenis heeft
percentage - deel van 100
legenda - uitleg van kleuren, lijnen of symbolen in een diagram
tarieventabel - tabel waarin tarieven overzichtelijk staan
prijstabel - tabel waarin prijzen overzichtelijk staan
Deze slide heeft geen instructies
Afsluiten:
Opruimen
Op je stoel zitten
lesdoelen bespreken
Telefoons? Stoelen?
en...
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies