Identiteit en multicultuur (Maatschappijwetenschappen vwo), les 3: Terugblik quiz

BINDING · MULTICULTUUR

Quiz

Terugblik: Identiteit en multicultuur

1 / 15
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met een quiz van twaalf vragen over naties en staten, wetenschappelijke visies, bindingen in de multiculturele samenleving, de WRR en partijstandpunten.

Onderdelen in deze les

BINDING · MULTICULTUUR

Quiz

Terugblik: Identiteit en multicultuur

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Michielverbeek / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Wat is een natiestaat?

A

Een staat waarin zich één natie heeft gevormd

B

Een staat waarin verschillende naties samenleven

C

Een natie die in verschillende staten leeft

D

Een staat zonder enige regionale verschillen

Syllabus 17.1. Verwachte fout: de tweede optie, dat is de multinationale staat.

Vul in

Bij diepgaande culturele scheidslijnen is de loyaliteit aan de eigen godsdienstgroep of taalgroep groter dan aan de staat.

scheidslijnen
godsdienstgroep
wetgeving
handelsverkeer

Syllabus 17.1.

Wat benadrukken onderzoekers van cultuuruniversalisme?

A

Dat culturen unieke fenomenen zijn

B

Dat samenleven met andere culturen onmogelijk is

C

Dat culturen nooit beoordeeld mogen worden

D

Universele waarden die in alle culturen voorkomen

Syllabus 17.4. Verwachte fout: de tweede of derde optie; die horen bij sommige uitwerkingen van het relativisme.

Beelden als 'koopman en dominee' zijn volgens modernisten...

A

tijdloze eigenschappen die al eeuwen onveranderd zijn

B

vooral stereotypen die de samenhang versterken

C

onwaarheden zonder enige herkenbaarheid

D

bewijs van een ononderbroken lijn naar de Republiek

Syllabus 17.2: eerder een stereotype dan een onwaarheid; we herkennen er veel in. Verwachte fout: 'onwaarheden', omdat modernisten het beeld bekritiseren.

Wat gebeurde er na de jaren '60 met de Nederlandse samenleving?

A

Ze werd snel geseculariseerd en geïndividualiseerd

B

Ze werd gezagsgetrouwer en confessioneler

C

Ze bleef een sterk christelijke publieke moraal houden

D

Gematigdheid werd de belangrijkste waarde

Syllabus 17.3. Verwachte fout: gematigdheid, die volgens de syllabus juist plaatsmaakt voor massaconsumptie en hedonisme.

Met welk bestuur voelen burgers zich volgens de syllabus het sterkst verbonden?

A

Provincie en Europese Unie

B

Alleen de Europese Unie

C

Gemeente en rijk

D

Alleen de provincie

Syllabus 17.3: sterkere binding met gemeente en rijk dan met provincie en EU, zichtbaar in de opkomst bij verkiezingen.

Een werkgever wijst sollicitanten met een buitenlandse naam af. Welke oorzaak van achterstand?

A

Positieverwerving, door het handelen van de sollicitant

B

Positietoewijzing, door de samenleving

C

Sterke binding met de eigen etnische groep

D

Cultuurrelativisme bij de sollicitant

Syllabus 17.4: oorzaken aan de kant van de samenleving heten positietoewijzing. Verwachte fout: positieverwerving.

Waarom wilde de WRR in 2007 niet meer uitgaan van 'de' nationale identiteit?

A

Er bestaat volgens de WRR geen Nederlandse cultuur

B

Migranten wilden zich niet identificeren met Nederland

C

De Europese Unie eiste een nieuwe benadering

D

Een statische benadering leidt tot wij-zij denken

Syllabus 18.2. Verwachte fout: de eerste optie; de WRR ontkent de cultuur niet maar de vaststaande, homogene identiteit.

Veel mensen voelen dat hun opvattingen in het debat niet gehoord worden en trekken zich terug. Welke dimensie?

A

Functionele identificatie

B

Emotionele identificatie

C

Positieverwerving

D

Normatieve identificatie

Syllabus 18.2: normatieve identificatie gaat over de mogelijkheid eigen normen en opvattingen in te brengen; zonder open debat kunnen mensen zich terugtrekken.

Wat adviseerde de WRR in 2018 in plaats van burgerschap in culturele termen te definiëren?

A

Burgerschap vooral definiëren via gedeelde waarden

B

Publieke familiariteit en bestrijding van achterstand

C

Een vaste canon van Nederlandse waarden vastleggen

D

Minder aandacht voor sociale cohesie

Syllabus 18.2. De eerste twee opties beschrijven juist de culturalisering waartegen de WRR stelling neemt.

Waarom kwam er meer aandacht voor identiteit?

Syllabus 18.1. Goed antwoord: een van de oorzaken: globalisering, toenemende migratie, mondialisering van de media, de Europese Unie die door sommigen als bedreiging wordt gezien, of het integratievraagstuk dat een identiteitsvraagstuk werd. Verwachte fout: één partij of persoon als oorzaak noemen.

Wat zegt de samenlevingsprobleem-visie?

Syllabus 18.1. Goed antwoord: het identiteitsvraagstuk is geen integratieprobleem van migranten maar een probleem van de hele samenleving waarin ook mensen zonder migratieachtergrond zich niet altijd thuis voelen. Verwachte fout: zeggen dat migranten het probleem veroorzaken; dat is de andere visie.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

BINDING · MULTICULTUUR

Goed gedaan!

Een volk, een staat en een identiteit vallen niet vanzelf samen, en over beleid is gedegen verschil van mening mogelijk: onderscheid de visies en leg uit wat ze doen met de bindingen.

Deze slide heeft geen instructies