Eindtoets 4 vraag 10, 11 en 12

Kopen of huren: het effect van lenen

1 / 12
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 6

In deze les zitten 12 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 1 min

Onderdelen in deze les

Kopen of huren: het effect van lenen

Mounir en Tristan hebben een discussie over het huren of kopen van een woning. Mounir zegt: “Een huis kopen is goedkoper dan een huis huren. Lenen voor een huis zou daarom gemakkelijker moeten zijn.”

Tristan is het niet met hem eens. Hij zegt: “Als meer mensen gemakkelijker geld kunnen lenen voor de aankoop van een huis, leidt dat tot hogere woonlasten.”

Hieronder staan drie economische verschijnselen over geld lenen en het gevolg voor de woonlasten.

                1      De hoogte van het hypotheekbedrag stijgt.

                2      De prijzen van koophuizen stijgen.

                3      De vraag naar koophuizen stijgt.

In welke regel staan deze verschijnselen zo, dat een logische gedachtegang ontstaat als geld lenen gemakkelijker wordt?

                a      Lenen wordt gemakkelijker. 1 2 3 De woonlasten stijgen.

                b      Lenen wordt gemakkelijker. 2 1 3 De woonlasten stijgen.

                c      Lenen wordt gemakkelijker. 3 2 1 De woonlasten stijgen.

Het gesprek tussen Mounir en Tristan

Mounir vindt kopen goedkoper en pleit voor makkelijker lenen. Tristan denkt dat makkelijker lenen de woonlasten verhoogt.

Wat gebeurt er als lenen makkelijker wordt?

Als banken makkelijker hypotheken verstrekken, kunnen meer mensen een huis kopen. Dit beïnvloedt de markt.

Economische verschijnselen

Er is meer concurrentie, waardoor woningen duurder worden.

2. Prijzen van koophuizen stijgen

Mensen kunnen meer geld lenen voor een huis.

1. Hypotheekbedragen stijgen

Gevolg: vraag naar woningen stijgt

Doordat meer mensen kunnen kopen, stijgt de vraag naar koopwoningen.

Wat betekent dit voor jou?

Niet iedereen profiteert: starters en mensen met lager inkomen krijgen het moeilijker.

Hogere huizenprijzen leiden tot hogere maandlasten.

Stijgende woonlasten

Niet voor iedereen gunstig

Hieronder staan drie economische verschijnselen over geld lenen en het gevolg voor de woonlasten.

                1      De hoogte van het hypotheekbedrag stijgt.

                2      De prijzen van koophuizen stijgen.

                3      De vraag naar koophuizen stijgt.

In welke regel staan deze verschijnselen zo, dat een logische gedachtegang ontstaat als geld lenen gemakkelijker wordt?

a      Lenen wordt gemakkelijker. 1 2 3 De woonlasten stijgen.

b      Lenen wordt gemakkelijker. 2 1 3 De woonlasten stijgen.

c      Lenen wordt gemakkelijker. 3 2 1 De woonlasten stijgen.



Mounir en Tristan besluiten de voor- en nadelen van huren en kopen op een rij te zetten.

Noem één voordeel en één nadeel van een woning huren ten opzichte van een woning kopen.


 

Er zijn in Nederland 8 miljoen woningen.

Bereken het aantal koopwoningen. Geef je berekening.

8 miljoen : 100 = 80.000

80.000 × 56 = 4.480.000 of 4,48 miljoen


Alleen 1p toekennen indien zowel de berekening als het antwoord juist is.

Er zijn meerdere manieren van berekenen mogelijk.