Structurele groei (Economie vwo), les 2: Examentraining

WELVAART EN GROEI · GROEI

Examentraining

Structurele groei: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen: waarden aflezen, afnemende meeropbrengsten, beweging of verschuiving en instituties in een casus. Met een stappenplan; de docent kan vraagtypen herhalen.

Onderdelen in deze les

WELVAART EN GROEI · GROEI

Examentraining

Structurele groei: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: A ansems / Wikimedia Commons, publiek domein

WELVAART EN GROEI · GROEI

Wat ga je kunnen?

Ik kan met grafieken van de productiefunctie redeneren over K, L en A en de gevolgen voor Y.

Deze slide heeft geen instructies

WELVAART EN GROEI · GROEI

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: welke grafiek of tabel, wat staat op de assen en wat is constant (L, K of A)?

  • 2. Kies: beweging langs de lijn (K of L verandert) of verschuiving van de lijn (A verandert)?

  • 3. Lees af: schrijf de waarden van Y en K of L uit de grafiek op.

  • 4. Beantwoord: reken met die waarden en geef een korte onderbouwing.

Deze slide heeft geen instructies

WELVAART EN GROEI · GROEI

Productie Y bij oplopende arbeid L in Zonnedal

Vraagtype 1: waarden aflezen

  • Zonnedal: kapitaal is constant, de grafiek laat Y zien bij oplopende arbeid L.

  • Lees Y af met de stippellijnen: ga vanaf L omhoog en dan naar links.

  • Reken met verschillen: nieuwe waarde min oude waarde.

Zonnedal: Y = 16, 32, 48, 64, 80 bij L = 4, 16, 36, 64, 100. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

Zonnedal (zie grafiek): hoeveel is Y bij L = 36?

A

36

B

32

C

64

D

48

Af te lezen: 48. Verwachte fouten: 36 (de L-waarde zelf), 32 (Y bij L = 16) en 64 (Y bij L = 64).

Y bij L = 36 en L = 64: hoeveel stijgt Y?

Y gaat van 48 naar 64: een stijging van 16. Verwachte fout: 28 (het verschil in L) antwoorden.

WELVAART EN GROEI · GROEI

Productie Y bij oplopend kapitaal K (arbeid constant)

Vraagtype 2: afnemende meeropbrengsten

  • Kijk naar de helling van de lijn: hoe vlakker, hoe minder extra Y per extra K.

  • Vergelijk steeds dezelfde stijging van Y: hoeveel extra K is daarvoor nodig?

  • Noem het begrip: afnemende meeropbrengsten, en vermeld dat Y blijft stijgen.

Dezelfde grafiek als in de uitleg: Y 40, 60, 80, 100 bij K 16, 36, 64, 100. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

Zie de grafiek. Welke uitspraak over de productiefunctie klopt?

A

Hoe hoger K, hoe minder extra K nodig is voor dezelfde stijging van Y

B

Hoe hoger K, hoe meer extra K nodig is voor dezelfde stijging van Y

C

Y daalt zodra K hoger is dan 64

D

Extra K levert bij elke K evenveel extra Y op

Voor Y +20 is eerst 20, dan 28, dan 36 extra K nodig. Verwachte fout: denken dat de lijn lineair is of dat Y daalt.

Extra K voor Y van 60 naar 80: hoeveel?

K gaat van 36 naar 64: 28 extra K. Verwachte fout: 20 (het verschil in Y) antwoorden.

WELVAART EN GROEI · GROEI

Productiefunctie voor en na innovatie

Vraagtype 3: beweging of verschuiving

  • Verandert K of L? Dan beweeg je langs de lijn.

  • Verandert A? Dan verschuift de hele lijn.

  • Procentuele mutatie: (nieuw min oud) gedeeld door oud, maal 100%. Deel door de oude waarde.

Productiefunctie voor en na innovatie: bij K = 36 is Y 60 voor en 90 na innovatie (L constant). Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

Bij K = 36 stijgt Y door een innovatie van 60 naar 90. Hoeveel % is Y gestegen?

A

50%

B

30%

C

33%

D

150%

(90 min 60) gedeeld door 60 is 0,5, dus 50%. Verwachte fouten: 30% (het verschil als procent), 33% (delen door 90) en 150% (de verhouding 90 tegen 60 als stijging).

De lijn verschuift omhoog terwijl L gelijk blijft. Welke oorzaak past?

A

Er is meer kapitaal gekomen, dus K stijgt

B

Er komen afnemende meeropbrengsten

C

Een nieuwe productiemethode: A stijgt

D

De economie beweegt langs de lijn naar rechts

Alleen een hogere A verschuift de lijn bij gelijke L. Meer K is een beweging langs de lijn. Verwachte fout: meer K kiezen.

WELVAART EN GROEI · GROEI

De Hoge Raad der Nederlanden in Den Haag

Vraagtype 4: instituties in een casus

  • Instituties zijn spelregels: rechtsstaat, eigendomsrechten, eerlijke mededinging.

  • Redeneer in stappen: betere instituties, meer vertrouwen en nieuwe ideeën, hogere A.

  • Eindig bij de productiefunctie: de lijn verschuift omhoog en de potentiële productie stijgt.

Redeneerketen: instituties, durven proberen en investeren, A hoger, productiefunctie omhoog, potentiële productie hoger. Image credit: Fred Romero / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Land Z beschermt eigendomsrechten beter en versterkt de rechtsstaat. Wat past hierbij?

A

K stijgt direct, want er komt extra land bij

B

A stijgt: bij gelijke K en L neemt Y toe

C

L stijgt direct, want iedereen gaat meer werken

D

A daalt, want de overheid bemoeit zich meer met bedrijven

Betere instituties verhogen A. Verwachte fout: kiezen voor K of L, maar daar verandert niets aan door deze maatregel.

Zet op volgorde: van oorzaak naar gevolg

1

Eigendomsrechten worden beter beschermd

2

De totale factorproductiviteit (A) stijgt

3

De potentiële productie neemt toe

4

De productiefunctie verschuift omhoog

5

Ondernemers durven nieuwe ideeën uit te proberen

Van oorzaak naar gevolg zoals in de uitleg. Verwachte fout: de verschuiving van de productiefunctie voor de stijging van A zetten.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Waarden aflezen

2

Afnemende meeropbrengsten

3

Beweging of verschuiving

4

Instituties in een casus

Deze slide heeft geen instructies

WELVAART EN GROEI · GROEI

Tips voor op het examen

  • Schrijf bij elke grafiek eerst op wat constant is: L, K of A.

  • Bij 'langs de lijn' of 'verschuift de lijn': noem expliciet K, L of A.

  • Procentuele mutatie: altijd delen door de oude waarde.

  • Afnemende meeropbrengsten betekent niet dat Y daalt, maar dat Y minder snel stijgt.

Deze slide heeft geen instructies