VERHOUDING · ONTWIKKELINGEN EN BELEID
Examentraining
Ongelijkheid en beleid: zo pak je examenvragen aan
VERHOUDING · ONTWIKKELINGEN EN BELEID
Examentraining
Ongelijkheid en beleid: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Bart Molendijk / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
VERHOUDING · ONTWIKKELINGEN EN BELEID
Wat ga je kunnen?
Ik kan een ontwikkeling of beleid koppelen aan concepten, effecten beoordelen en standpunten afleiden uit een bron.
Deze slide heeft geen instructies
VERHOUDING · ONTWIKKELINGEN EN BELEID
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat vraagt de vraag: noem, leg uit, verklaar of beoordeel? Let op de context: wie en waar?
2. Zoek: welke ontwikkeling, welk instrument of welke stroming zit in de casus of bron? Onderstreep de aanwijzing.
3. Koppel: gebruik het begrip letterlijk en leg het verband naar sociale ongelijkheid uit.
4. Schrijf: begrip, aanwijzing uit de bron, effect op ongelijkheid. Een definitie alleen is te weinig.
Deze slide heeft geen instructies
VERHOUDING · ONTWIKKELINGEN EN BELEID
Vraagtype 1: ontwikkeling koppelen aan een concept
Je krijgt een korte casus en moet de ontwikkeling herkennen die ongelijkheid beïnvloedt.
Noem de ontwikkeling, de aanwijzing in de casus en het effect op ongelijkheid.
Denk aan: globalisering, digitalisering, diploma-inflatie, postindustrialisering.
Deze slide heeft geen instructies
Een fabriek van Marit sluit omdat de productie naar een goedkoper land gaat. Welke ontwikkeling?
Diploma-inflatie
De digitale kloof
Vergrijzing
Globalisering
Syllabus 12.2: kapitaal en werkgelegenheid verdwijnen naar het buitenland. Verwachte fout: postindustrialisering of diploma-inflatie.
Yara mist digitale vaardigheden. Welke kloof?
Goed antwoord: de digitale kloof; Yara mist digitale vaardigheden, waardoor ze moeilijker aan werk komt en achterblijft ten opzichte van mensen met sterke posities. Verwachte fout: alleen 'geen computer' noemen zonder koppeling aan vaardigheden en positie.
VERHOUDING · ONTWIKKELINGEN EN BELEID
Vraagtype 2: een tabel lezen
Verzonnen voorbeeld Voorbeeldstad. In 2015: 20.000 werkenden, waarvan 4.000 flexwerkers.
In 2025: 25.000 werkenden, waarvan 7.500 flexwerkers.
Absoluut getal: het aantal. Relatief getal: een aandeel, bijvoorbeeld een percentage.
Reken aandeel = flexwerkers : werkenden x 100.
Deze slide heeft geen instructies
Hoe groot is het aandeel flexwerkers in Voorbeeldstad in 2025?
20 procent
30 procent
25 procent
7,5 procent
7.500 : 25.000 x 100 = 30 procent. Verwachte fout: 20 procent, het aandeel uit 2015.
Is het aandeel flexwerkers gestegen? Rekenvoorbeeld.
Goed antwoord: ja, van 4.000 : 20.000 = 20 procent in 2015 naar 7.500 : 25.000 = 30 procent in 2025. Verwachte fout: alleen het absolute aantal vergelijken (4.000 naar 7.500) zonder aandeel.
VERHOUDING · ONTWIKKELINGEN EN BELEID
Vraagtype 3: effecten van beleid beoordelen
Je krijgt een instrument en moet een positief en een negatief effect noemen.
Of iets positief of negatief is, hangt samen met politieke overtuiging.
Positief: minder ongelijkheid, meer sociale cohesie. Negatief: hoge lasten, minder prikkel om te werken.
Deze slide heeft geen instructies
De overheid verhoogt de premies voor een werkloosheidsuitkering. Wat is een mogelijk negatief effect?
Hogere lasten voor bedrijven en werkenden
Meer sociale cohesie in de samenleving
Een redelijk bestaansminimum voor werklozen
Minder beloningsongelijkheid
Syllabus 13.2: hoge belasting- en premiedruk. De andere drie zijn positieve effecten. Verwachte fout: een positief effect kiezen, omdat de vraag om 'negatief' vraagt.
Voor- en nadeel van een uitkering?
Positief: een redelijk bestaansminimum, minder ongelijkheid en meer cohesie. Negatief: minder prikkel om te gaan werken, of hoge uitgaven en lasten. Verwachte fout: twee keer hetzelfde type effect noemen.
VERHOUDING · ONTWIKKELINGEN EN BELEID
Vraagtype 4: een standpunt afleiden uit een bron
Je krijgt een korte uitspraak en moet bepalen bij welke stroming die past.
Zoek sleutelwoorden: eigen verantwoordelijkheid, grotere overheidsrol, gespreide verantwoordelijkheid.
Noem de stroming en het woord of de zin uit de bron die het bewijst.
Deze slide heeft geen instructies
Een politicus zegt: lagere belastingen en burgers verzekeren zich deels zelf. Welke stroming?
Sociaaldemocratische stroming
Confessionele stroming
Liberale stroming
Geen enkele stroming
Syllabus 13.3: liberalen willen lagere belastingen en deels particulier verzekeren. Verwachte fout: confessioneel.
Kerken nemen zorgtaken over. Welke stroming?
Goed antwoord: confessionele stroming, want gespreide verantwoordelijkheid: maatschappelijke organisaties voeren taken uit en de overheid schept de randvoorwaarden. Verwachte fout: liberaal, door eigen initiatief te noemen zonder gespreide verantwoordelijkheid.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Een ontwikkeling koppelen aan een concept
Een tabel lezen
Effecten van beleid beoordelen
Een standpunt afleiden uit een bron
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen eerst en laat een leerling de vier stappen voordoen.
VERHOUDING · ONTWIKKELINGEN EN BELEID
Tips voor op het examen
Gebruik het begrip uit de syllabus letterlijk en koppel het aan een gegeven uit de casus.
Bij beleid: noem een positief en een negatief effect en zeg dat het beoordelen afhangt van politieke overtuiging.
Bij een tabel: vergelijk aandelen (percentages), niet alleen aantallen.
Lees de vraag twee keer: moet je een begrip noemen, uitleggen of beoordelen?
Deze slide heeft geen instructies