Ongelijkheid en beleid (Maatschappijwetenschappen havo), les 2: Examentraining

VERHOUDING · ONTWIKKELINGEN EN BELEID

Examentraining

Ongelijkheid en beleid: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen: een ontwikkeling koppelen aan een concept, een tabel lezen, effecten van beleid beoordelen en een standpunt afleiden uit een bron.

Onderdelen in deze les

VERHOUDING · ONTWIKKELINGEN EN BELEID

Examentraining

Ongelijkheid en beleid: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Bart Molendijk / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0

VERHOUDING · ONTWIKKELINGEN EN BELEID

Wat ga je kunnen?

Ik kan een ontwikkeling of beleid koppelen aan concepten, effecten beoordelen en standpunten afleiden uit een bron.

Deze slide heeft geen instructies

VERHOUDING · ONTWIKKELINGEN EN BELEID

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat vraagt de vraag: noem, leg uit, verklaar of beoordeel? Let op de context: wie en waar?

  • 2. Zoek: welke ontwikkeling, welk instrument of welke stroming zit in de casus of bron? Onderstreep de aanwijzing.

  • 3. Koppel: gebruik het begrip letterlijk en leg het verband naar sociale ongelijkheid uit.

  • 4. Schrijf: begrip, aanwijzing uit de bron, effect op ongelijkheid. Een definitie alleen is te weinig.

Deze slide heeft geen instructies

VERHOUDING · ONTWIKKELINGEN EN BELEID

Vraagtype 1: ontwikkeling koppelen aan een concept

  • Je krijgt een korte casus en moet de ontwikkeling herkennen die ongelijkheid beïnvloedt.

  • Noem de ontwikkeling, de aanwijzing in de casus en het effect op ongelijkheid.

  • Denk aan: globalisering, digitalisering, diploma-inflatie, postindustrialisering.

Deze slide heeft geen instructies

Een fabriek van Marit sluit omdat de productie naar een goedkoper land gaat. Welke ontwikkeling?

A

Diploma-inflatie

B

De digitale kloof

C

Vergrijzing

D

Globalisering

Syllabus 12.2: kapitaal en werkgelegenheid verdwijnen naar het buitenland. Verwachte fout: postindustrialisering of diploma-inflatie.

Yara mist digitale vaardigheden. Welke kloof?

Goed antwoord: de digitale kloof; Yara mist digitale vaardigheden, waardoor ze moeilijker aan werk komt en achterblijft ten opzichte van mensen met sterke posities. Verwachte fout: alleen 'geen computer' noemen zonder koppeling aan vaardigheden en positie.

VERHOUDING · ONTWIKKELINGEN EN BELEID

Vraagtype 2: een tabel lezen

  • Verzonnen voorbeeld Voorbeeldstad. In 2015: 20.000 werkenden, waarvan 4.000 flexwerkers.

  • In 2025: 25.000 werkenden, waarvan 7.500 flexwerkers.

  • Absoluut getal: het aantal. Relatief getal: een aandeel, bijvoorbeeld een percentage.

  • Reken aandeel = flexwerkers : werkenden x 100.

Deze slide heeft geen instructies

Hoe groot is het aandeel flexwerkers in Voorbeeldstad in 2025?

A

20 procent

B

30 procent

C

25 procent

D

7,5 procent

7.500 : 25.000 x 100 = 30 procent. Verwachte fout: 20 procent, het aandeel uit 2015.

Is het aandeel flexwerkers gestegen? Rekenvoorbeeld.

Goed antwoord: ja, van 4.000 : 20.000 = 20 procent in 2015 naar 7.500 : 25.000 = 30 procent in 2025. Verwachte fout: alleen het absolute aantal vergelijken (4.000 naar 7.500) zonder aandeel.

VERHOUDING · ONTWIKKELINGEN EN BELEID

Vraagtype 3: effecten van beleid beoordelen

  • Je krijgt een instrument en moet een positief en een negatief effect noemen.

  • Of iets positief of negatief is, hangt samen met politieke overtuiging.

  • Positief: minder ongelijkheid, meer sociale cohesie. Negatief: hoge lasten, minder prikkel om te werken.

Deze slide heeft geen instructies

De overheid verhoogt de premies voor een werkloosheidsuitkering. Wat is een mogelijk negatief effect?

A

Hogere lasten voor bedrijven en werkenden

B

Meer sociale cohesie in de samenleving

C

Een redelijk bestaansminimum voor werklozen

D

Minder beloningsongelijkheid

Syllabus 13.2: hoge belasting- en premiedruk. De andere drie zijn positieve effecten. Verwachte fout: een positief effect kiezen, omdat de vraag om 'negatief' vraagt.

Voor- en nadeel van een uitkering?

Positief: een redelijk bestaansminimum, minder ongelijkheid en meer cohesie. Negatief: minder prikkel om te gaan werken, of hoge uitgaven en lasten. Verwachte fout: twee keer hetzelfde type effect noemen.

VERHOUDING · ONTWIKKELINGEN EN BELEID

Vraagtype 4: een standpunt afleiden uit een bron

  • Je krijgt een korte uitspraak en moet bepalen bij welke stroming die past.

  • Zoek sleutelwoorden: eigen verantwoordelijkheid, grotere overheidsrol, gespreide verantwoordelijkheid.

  • Noem de stroming en het woord of de zin uit de bron die het bewijst.

Deze slide heeft geen instructies

Een politicus zegt: lagere belastingen en burgers verzekeren zich deels zelf. Welke stroming?

A

Sociaaldemocratische stroming

B

Confessionele stroming

C

Liberale stroming

D

Geen enkele stroming

Syllabus 13.3: liberalen willen lagere belastingen en deels particulier verzekeren. Verwachte fout: confessioneel.

Kerken nemen zorgtaken over. Welke stroming?

Goed antwoord: confessionele stroming, want gespreide verantwoordelijkheid: maatschappelijke organisaties voeren taken uit en de overheid schept de randvoorwaarden. Verwachte fout: liberaal, door eigen initiatief te noemen zonder gespreide verantwoordelijkheid.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Een ontwikkeling koppelen aan een concept

2

Een tabel lezen

3

Effecten van beleid beoordelen

4

Een standpunt afleiden uit een bron

Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen eerst en laat een leerling de vier stappen voordoen.

VERHOUDING · ONTWIKKELINGEN EN BELEID

Tips voor op het examen

  • Gebruik het begrip uit de syllabus letterlijk en koppel het aan een gegeven uit de casus.

  • Bij beleid: noem een positief en een negatief effect en zeg dat het beoordelen afhangt van politieke overtuiging.

  • Bij een tabel: vergelijk aandelen (percentages), niet alleen aantallen.

  • Lees de vraag twee keer: moet je een begrip noemen, uitleggen of beoordelen?

Deze slide heeft geen instructies