In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Kwalitatief
Kwantitatief
geslacht
schoenmaat
lengte
woonplaats
inwoneraantal
Slide 1 - Sleepvraag
De variabele 'gele kaarten' is
A
kwalitatief en ordinaal
B
kwalitatief en nominaal
C
kwantitatief en continu
D
kwantitatief en discreet
Slide 2 - Quizvraag
Statistische cyclus
Stap 3:
Data analyseren
Slide 3 - Tekstslide
2.3 Theorie A
Het analyseren van data
Leerdoelen:
Ik kan werken met de centrummaten gemiddelde, modus en mediaan.
Ik kan werken met absolute en relatieve frequenties.
Slide 4 - Tekstslide
Wat hoort waarbij?
Gemiddelde
Mediaan
Modus
Slide 5 - Sleepvraag
Welke centrummaat (modus, mediaan of gemiddelde) wordt beïnvloed door uitschieters?
Slide 6 - Open vraag
Bereken het gemiddelde aantal fietsen per gezin.
Slide 7 - Open vraag
Gemiddelde uitrekenen bij een frequentietabel
Slide 8 - Tekstslide
Bereken de mediaan bij de volgende frequentietabel
aantal
0
1
2
3
4
5
frequentie
5
7
8
2
2
1
Slide 9 - Open vraag
Totale frequentie
Absolute frequentie
Relatieve frequentie
Belangrijke begrippen
Slide 10 - Tekstslide
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Tekstslide
Bereken de relatieve frequentie van het getal 5
A
30,3%
B
15,2%
C
18,2%
D
6,1%
Slide 13 - Quizvraag
Bereken de relatieve frequentie van het getal 5.
Dit betekent dat je de frequentie van het getal 5 gaat bekijken ten opzichte van de totale frequentie.
De totale frequentie is 3 + 5 + 6 + ... + 2 = 33
Het (waarnemings)getal 5 komt twee keer voor, want de frequentie van het aantal 5 is 2. (Er zijn dus 2 gezinnen met 5 fietsen).
De relatieve frequentie is dus
332⋅100=6,0606...≈6,1
%
De tabel geeft per gezin het aantal fietsen weer. Er zijn 33 gezinnen ondervraagd (frequentie is 33) en er zijn 3 gezinnen met 0 fietsen, 5 gezinnen met 1 fiets, etc..
Slide 14 - Tekstslide
In hoeveel procent van de gezinnen was het aantal fietsen minder dan het gemiddelde?
A
42,4%
B
24,2%
C
18,2%
D
%9,0
Slide 15 - Quizvraag
In hoeveel procent van de gezinnen was het aantal fietsen minder dan het gemiddelde?
Gemiddelde = som van alle waarneminggetallen : totale frequentie