ORGANISME · VERTERING
Vertering en opname
Examenstof biologie havo
ORGANISME · VERTERING
Vertering en opname
Examenstof biologie havo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: O1.4 (B3.4), specificatie 1 t/m 4. Image credit: Mikael Häggström / Wikimedia Commons, CC0
ORGANISME · VERTERING
Wat ga je kunnen?
Ik kan beschrijven waar en hoe voedingsstoffen worden verteerd en opgenomen in het verteringsstelsel van de mens.
Deze slide heeft geen instructies
Wat gebeurt er met een boterham nadat je hem hebt doorgeslikt?
Verwacht: maag, darmen, poep, zuur, opnemen in het bloed. Koppel de woorden aan de begrippen van de les: vertering, enzymen, resorptie. Veelgemaakte misvatting: eten gaat direct in het bloed; het moet eerst verteerd en dan geresorbeerd worden.
Het spijsverteringsstelsel van de mens met de klieren die erbij horen
ORGANISME · VERTERING
Het verteringsstelsel
Weg van het voedsel: mond, slokdarm, maag, twaalfvingerige darm, dunne darm, dikke darm, endeldarm.
In de mond maken de speekselklieren speeksel; tanden en tong verkleinen het voedsel.
De lever maakt gal, de galblaas bewaart gal en de alvleesklier maakt alvleessap.
De twaalfvingerige darm is het eerste stuk van de dunne darm: daar komen gal en alvleessap binnen.
Syllabus O1.4 specificatie 1: (spijs)vertering, speekselklier, slokdarm, maag, twaalfvingerige darm, alvleesklier, lever, galblaas, dunne darm, dikke darm, endeldarm. Laat leerlingen de weg op het schema met een vinger volgen. Lever, galblaas en alvleesklier liggen langs de buis: het voedsel loopt er niet doorheen, de sappen komen via buisjes in de darm. Veelgemaakte fout: denken dat het voedsel door de lever of alvleesklier gaat. Image credit: Mariana Ruiz, bewerkt door Joaquim Alves Gaspar en Jmarchn / Wikimedia Commons, publiek domein; Nederlandse labels toegevoegd
Darmperistaltiek: kringspieren en lengtespieren duwen de voedselbrok voort
ORGANISME · VERTERING
Spieren in de darmwand
De wand van de buis heeft kringspieren (om de buis heen) en lengtespieren (langs de buis).
Achter het voedsel trekken kringspieren samen, ervoor ontspannen ze: het voedsel wordt voortgeduwd.
Dit samentrekken in een golf heet darmperistaltiek.
Zulke golven zitten ook in de slokdarm: daarom kun je ook in een handstand slikken.
Syllabus O1.4 specificatie 1: kringspier, lengtespier, darmperistaltiek. Een kringspier die samentrekt maakt de buis smaller; een lengtespier die samentrekt maakt het stuk buis korter. De golf beweegt in een richting door afwisseling van samentrekken en ontspannen. Veelgemaakte fout: denken dat zwaartekracht het voedsel naar beneden laat zakken. Image credit: LessonUp Studio, eigen illustratie
ORGANISME · VERTERING
Bouw en functie van de organen
Slokdarm: een buis met een spierwand die het voedsel naar de maag duwt.
Maag: de spierwand kneedt het voedsel en de maagwand maakt maagsap.
Dunne darm: lang, met darmsap en darmvlokken; hier vindt de meeste vertering en opname plaats.
Dikke darm: neemt water op uit de resten; de rest gaat naar de endeldarm en verlaat je lichaam als ontlasting.
Bij elk orgaan past de bouw bij de functie: dat is vorm-functiedenken (A11).
Syllabus O1.4 specificatie 1 en 2: relatie tussen bouw en functie. Vraag bij elk orgaan: welke bouw zie je en welke functie hoort daarbij? Voorbeelden: spierwand bij voortduwen en kneden, veel oppervlak bij opname. Veelgemaakte fout: de dikke darm voor het belangrijkste verteringsorgaan houden.
Wat doen de kringspieren achter een voedselbrok?
Ze ontspannen zodat de brok achterblijft
Ze maken verteringssap voor de brok
Ze nemen de brok op in het bloed
Ze trekken samen en duwen de brok voort
Achter de brok trekken de kringspieren samen, ervoor ontspannen ze. Zo wordt de brok voortgeduwd (darmperistaltiek). Verwachte fout: denken dat ontspannen spieren duwen.
Zet op volgorde: de weg van het voedsel
Mond, slokdarm, maag, dunne darm (met de twaalfvingerige darm vooraan), dikke darm. Verwachte fout: de dikke darm voor de dunne darm zetten.
ORGANISME · VERTERING
Voedingsstoffen en vertering
Voedingsstoffen zijn koolhydraten, eiwitten, vetten, vitamines, mineralen en water.
Koolhydraten, eiwitten en vetten zijn te groot om op te nemen: ze moeten eerst worden verteerd.
Mechanische vertering verkleint het voedsel zonder dat de stoffen veranderen: kauwen en kneden door de maag.
Bij chemische vertering breken enzymen voedingsstoffen af tot kleine verteringsproducten.
Enzymen zitten in verteringssappen: speeksel, maagsap, alvleessap en darmsap.
Syllabus O1.4 specificatie 3: voedingsstof, mechanische vertering, chemische vertering, verteringssap, verteringsproduct. Vitamines, mineralen en water zijn al klein genoeg en hoeven niet verteerd te worden. Voor de werking van een enzym (enzym-substraatcomplex, optimale pH): verwijs naar de les Enzymen en biotechnologie. Veelgemaakte fout: denken dat kauwen chemische vertering is.
Verteringssappen: waar ze vandaan komen en wat ze doen
ORGANISME · VERTERING
Enzymen in de verteringssappen
Enzymen voor koolhydraatvertering (amylase), eiwitvertering (pepsine) en vetvertering (lipase).
Elk enzym past op één soort voedingsstof, net als in de les over het enzym-substraatcomplex.
Koolhydraten worden glucose, eiwitten worden aminozuren, vetten worden glycerol en vetzuren.
Maagsap is zuur, darmsap licht basisch: elk enzym heeft een eigen optimale pH.
Syllabus O1.4 specificatie 3: enzymen voor koolhydraatvertering, eiwitvertering en vetvertering, verteringsproduct, factoren die vertering beïnvloeden (zoals de pH en de aanwezigheid van het sap). Amylase in speeksel en alvleessap breekt zetmeel af tot maltose; in de dunne darm maken darmenzymen de afbraak af tot glucose. Koppel de pH aan de optimumkromme uit de les Enzymen en biotechnologie. Veelgemaakte fout: denken dat alle enzymen bij dezelfde pH werken. Image credit: LessonUp Studio, eigen illustratie
Gal emulgeert vet, lipase breekt het daarna af
ORGANISME · VERTERING
Gal en vetvertering
De lever maakt gal; de galblaas bewaart gal. Via de galgang komt gal in de twaalfvingerige darm.
Gal bevat geen enzymen: gal emulgeert vet en maakt van grote vetdruppels veel kleine.
Door emulgeren is het oppervlak groter, zodat lipase uit het alvleessap sneller kan werken.
Emulgeren is geen chemische vertering: het vet blijft vet tot lipase het afbreekt.
Syllabus O1.4 specificatie 3: emulgeren, gal, enzymen voor vetvertering. Het totale volume vet blijft gelijk, maar kleine druppels hebben samen een groter oppervlak, zodat meer lipase tegelijk kan aangrijpen. Veelgemaakte fout: denken dat gal vet afbreekt tot glycerol en vetzuren. Image credit: LessonUp Studio, eigen illustratie
Waarom is gal belangrijk voor de vetvertering?
Het breekt vet chemisch af tot glycerol en vetzuren
Kleine vetdruppels geven lipase meer oppervlak
Het bevat enzymen voor koolhydraatvertering
Het maakt de darminhoud zuur voor de enzymen
Gal emulgeert vet: veel kleine druppels hebben samen meer oppervlak. De afbraak zelf doet lipase. Verwachte fout: gal als enzym zien.
Vul in
Mechanische vertering verkleint het voedsel; bij chemische vertering breken enzymen stoffen af.
Mechanisch: de stoffen veranderen niet. Chemisch: enzymen breken stoffen af. Verwachte fout: kauwen en emulgeren als chemische vertering zien.
Een darmvlok met haarvatennet en lymfevat
ORGANISME · VERTERING
Resorptie in de dunne darm
Resorptie is de opname van verteringsproducten uit de darm in het bloed of de lymfe.
Dit gebeurt vooral in de dunne darm, die aan de binnenkant vol zit met darmvlokken.
Een darmvlok heeft een wand van één cellaag, een haarvatennet en een lymfevat.
Glucose en aminozuren gaan het bloed in; glycerol en vetzuren gaan naar het lymfevat.
Syllabus O1.4 specificatie 4: resorptie, darmvlok. Water, mineralen en vitamines worden ook opgenomen, vooral in de dunne darm; de dikke darm neemt water op. Vetten komen via het lymfevat in het lichaam. Veelgemaakte fout: denken dat alle verteringsproducten in het bloed komen, of dat verteren en resorberen hetzelfde zijn. Image credit: LessonUp Studio, eigen illustratie
Darmvlokken van de dunne darm onder de microscoop (dwarsdoorsnede)
ORGANISME · VERTERING
Veel oppervlak, snelle opname
Darmvlokken vergroten het oppervlak van de dunne darm sterk: er kan veel tegelijk worden opgenomen.
De wand is dun en het bloed voert de opgenomen stoffen meteen af: dat versnelt de opname.
Veel oppervlak en een dunne wand passen bij opname: vorm-functiedenken.
Syllabus O1.4 specificatie 2 en 4: relatie tussen bouw en functie, resorptie. De foto toont darmvlokken in dwarsdoorsnede. Bij een aandoening waarbij darmvlokken beschadigd zijn is er minder oppervlak en dus minder opname. Veelgemaakte fout: denken dat darmvlokken het voedsel verder vermalen. Image credit: Mikael Häggström / Wikimedia Commons, CC0
Lactobacillus, een staafvormige bacterie die ook in de darm leeft (elektronenmicroscoop)
ORGANISME · VERTERING
Dikke darm en darmbacteriën
De dikke darm neemt water op; de rest gaat naar de endeldarm en verlaat je lichaam.
In de darmen leven heel veel darmbacteriën.
Darmbacteriën breken sommige vezels af en maken onder andere vitamine K.
Na een antibioticakuur gaan er darmbacteriën dood: de vertering en opname kunnen dan gestoord raken.
Syllabus O1.4 specificatie 4: darmbacterie, factoren die opname beïnvloeden. Darmbacteriën beïnvloeden de vertering en de opname: ze breken voor de mens onverteerbare stoffen af en maken vitamine K. Een antibioticakuur kan darmbacteriën doden, waardoor bijvoorbeeld diarree kan ontstaan. Veelgemaakte fout: denken dat alle bacteriën in de darm schadelijk zijn. Image credit: Mogana Das Murtey en Patchamuthu Ramasamy / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Waarom heeft de dunne darm darmvlokken?
Ze vergroten het oppervlak voor resorptie
Ze malen het voedsel fijner
Ze maken verteringssap voor eiwitvertering
Ze duwen het voedsel door darmperistaltiek voort
Darmvlokken vergroten het oppervlak, zodat veel verteringsproducten tegelijk worden geresorbeerd. Verwachte fout: darmvlokken met mechanische vertering verwarren.
Noem één taak van darmbacteriën.
Bijvoorbeeld: vezels afbreken of vitamine K maken. Verwachte fout: alleen ziek maken noemen.
Wat vond je vandaag het lastigst?
De weg van het voedsel en de spieren
Enzymen, verteringssappen en gal
Resorptie en darmvlokken
Darmbacteriën
Gebruik de uitslag om een onderdeel nog eens met een voorbeeld te doorlopen.
Beschrijf de weg van een stuk brood.
Een goed antwoord: mond (kauwen, speeksel met amylase), slokdarm, maag, dunne darm (enzymen, gal, resorptie), dikke darm (water), endeldarm. Verwachte fout: de resorptie vergeten of in de maag laten plaatsvinden.
ORGANISME · VERTERING
Begrippen (1/2)
kringspier en lengtespier: Spieren om de darmbuis heen en langs de darmbuis; samen zorgen ze voor het voortduwen van het voedsel.
darmperistaltiek: Golfbeweging van de darmwand die het voedsel voortduwt.
mechanische vertering: Het voedsel wordt kleiner gemaakt zonder dat de stoffen veranderen, bijvoorbeeld door kauwen.
chemische vertering: Enzymen breken voedingsstoffen af tot kleine verteringsproducten.
verteringssap: Vloeistof met enzymen, zoals speeksel, maagsap, alvleessap en darmsap.
Deze slide heeft geen instructies
ORGANISME · VERTERING
Begrippen (2/2)
verteringsproduct: Kleine stof die overblijft na vertering, zoals glucose, aminozuren, glycerol en vetzuren.
gal en emulgeren: Gal komt uit de lever en emulgeert vet: grote vetdruppels worden veel kleine.
resorptie: Opname van verteringsproducten uit de darm in het bloed of de lymfe.
darmvlok: Uitstulping van de darmwand met haarvaten en een lymfevat; vergroot het oppervlak.
darmbacterie: Bacterie in de darm die de vertering en opname beïnvloedt.
Deze slide heeft geen instructies