In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Zinsdelen herhalen
doel van de les: Ik leer hoe ik een zin kan verdelen in zinsdelen.
Slide 1 - Tekstslide
1. zoek de persoonsvorm
2. maak met de woorden steeds een andere zin.
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Video
1. zoek de persoonsvorm
Zijn broertje maakte die lastige sommen uit zijn hoofd
zijn broertje |maakte | die lastige sommen uit zijn hoofd.
Slide 4 - Tekstslide
2. maak met de woorden steeds een andere zin
Zijn broertje | maakte | die lastige sommen uit zijn hoofd.
Die lastige sommen | maakte | zijn broertje uit zijn hoofd.
Uit zijn hoofd | maakte | zijn broertje die lastige sommen.
zinsdelen
Kijk nu eens naar welke stukjes van de zin <span style="font-weight: bold; text-decoration-line: underline">VOOR </span>de persoonsvorm komen. Dat zijn dus alle zinsdelen!
Slide 5 - Tekstslide
De zinsdelen
Zijn broertjemaakte die lastige sommen uit zijn hoofd.
Zijn broertje
maakte
die lastige sommen
uit zijn hoofd.
|Zijn broertje | maakte | die lastige sommen | uit zijn hoofd |.
Slide 6 - Tekstslide
1. zoek de persoonsvorm
In de klas zijn de kinderen aan het werk.
In de klas | zijn | de kinderen aan het werk.
Slide 7 - Tekstslide
2. maak met de woorden steeds een andere zin
In de klas | zijn | de kinderen aan het werk.
De kinderen | zijn| in de klas aan het werk.
Aan het werk | zijn | de kinderen in de klas.
zinsdelen
Kijk nu eens naar welke stukjes van de zin <span style="font-weight: bold; text-decoration-line: underline">VOOR </span>de persoonsvorm komen. Dat zijn dus alle zinsdelen!
Slide 8 - Tekstslide
De zinsdelen
In de klas zijn de kinderen aan het werk.
In de klas
zijn
de kinderen
aan het werk
|In de klas | zijn | de kinderen | aan het werk |.