ZELFREGULATIE · ECOSYSTEMEN
Examentraining
Dynamiek en successie van ecosystemen: zo pak je examenvragen aan
ZELFREGULATIE · ECOSYSTEMEN
Examentraining
Dynamiek en successie van ecosystemen: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Bj.schoenmakers / Wikimedia Commons, CC0
ZELFREGULATIE · ECOSYSTEMEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan een groeicurve, tolerantiecurve of successiegrafiek lezen en met begrippen uit de ecologie uitleggen wat er gebeurt.
Deze slide heeft geen instructies
ZELFREGULATIE · ECOSYSTEMEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat staat op de assen, in welke eenheden en welke lijnen of letters zijn er?
2. Zoek: waar stijgt, daalt of vlakt de lijn af, en welke waarden horen bij de gridlijnen?
3. Verklaar: koppel wat je ziet aan een begrip, zoals draagkracht, tolerantiegrens of successie.
4. Schrijf: noem oorzaak en gevolg, bijvoorbeeld met omdat en daardoor.
Deze slide heeft geen instructies
ZELFREGULATIE · ECOSYSTEMEN
Vraagtype 1: een groeicurve lezen en rekenen
Lees eerst de assen en de eenheden: wat staat waarop en in welke stappen?
Waar de curve het steilst loopt, groeit de populatie het snelst; waar hij vlak loopt, nauwelijks.
Lees waarden af bij de gridlijnen en reken met die getallen.
Verandering in procenten = (nieuw min oud) gedeeld door oud, maal 100%.
Deze slide heeft geen instructies
Bij welke letter groeit de populatie het snelst?
Bij P
Bij R
Bij Q
Bij S
De curve is bij Q (na 5 jaar, 400 dieren) het steilst. Bij P is het aantal nog klein en de groei traag, bij R vlakt de curve af en S is de lijn van de draagkracht. Verwachte fout: R kiezen omdat daar de meeste dieren zijn; dat zegt niets over de snelheid van groei. Image credit: Eigen grafiek, LessonUp
Met hoeveel procent groeit de populatie tussen jaar 5 en jaar 7?
43%
175%
75%
300%
Jaar 5: 400 dieren, jaar 7: 700 dieren. Toename 300, dus 300 gedeeld door 400 is 0,75, dus 75%. Fout 43%: delen door het nieuwe aantal (300 gedeeld door 700). Fout 175%: 700 gedeeld door 400. Fout 300%: de toename in dieren als percentage noteren. Image credit: Eigen grafiek, LessonUp
ZELFREGULATIE · ECOSYSTEMEN
Vraagtype 2: tolerantiecurven vergelijken
Lees eerst wat op de assen staat: de abiotische factor en de groei van de soort.
Een soort leeft alleen waar haar curve boven de as ligt: tussen de tolerantiegrenzen.
De top van de curve is het optimum van die soort.
Bij twee soorten: welke waarden delen ze, en bij welke waarde leeft maar één van beide?
Deze slide heeft geen instructies
Bij welke temperatuur komt alleen soort X voor?
10 °C
17 °C
20 °C
30 °C
Soort X heeft een curve tussen 5 en 25 °C, soort Y tussen 15 en 25 °C. Bij 10 °C is alleen X aanwezig. Bij 17 en 20 °C komen beide voor, bij 30 °C geen van beide. Verwachte fout: 30 °C kiezen zonder te kijken of de curve daar nog boven de as ligt. Image credit: Eigen grafiek, LessonUp
Het water warmt op tot 30 °C. Wat gebeurt er met beide soorten?
Alleen soort Y blijft: het optimum van Y is het hoogst
Alleen soort X blijft: het bereik van X is het breedst
Beide blijven bestaan, maar groeien minder
Beide verdwijnen: 30 °C ligt boven beide grenzen
Boven 25 °C ligt de curve van zowel X als Y op de as: 30 °C ligt boven de bovenste tolerantiegrens van beide soorten, dus ze verdwijnen. Verwachte fout: denken dat een hoger optimum of een breder bereik ook boven de grens helpt. Image credit: Eigen grafiek, LessonUp
Beukenbos bij Vierhouten op de Veluwe
ZELFREGULATIE · ECOSYSTEMEN
Vraagtype 3: successie in een grafiek
Lees de grafiek: wat staat op de verticale as en hoe verandert die in de tijd?
Een stijging betekent dat er soorten bijkomen; een vlak stuk betekent een stabiele soortensamenstelling.
Zoek bij elke verandering een oorzaak: pioniers veranderen de bodem, nieuwe soorten concurreren.
Gebruik in je antwoord begrippen als pioniersoort, concurrentie en climaxecosysteem.
Image credit: Wbaas123 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Welke letter hoort bij het climaxecosysteem?
Letter P
Letter S
Letter Q
Letter R
Bij S is de curve vlak: het aantal soorten verandert nauwelijks meer, dus de soortensamenstelling is stabiel. Bij R stijgt de curve nog. Verwachte fout: R kiezen omdat het aantal soorten daar al hoog is. Image credit: Eigen grafiek, LessonUp
Waarom komen er tussen P en Q soorten bij?
Pioniers verrijken de bodem voor nieuwe soorten
De bodem wordt armer, zodat meer soorten passen
Pioniers verdringen alle andere soorten
Het climaxstadium trekt nieuwe soorten aan
Pioniers maken de bodem rijker aan organische stof, waardoor soorten kunnen groeien die meer eisen stellen. Verwachte fout: denken dat een armere bodem meer soorten toelaat, of dat het climaxstadium al bereikt is. Image credit: Eigen grafiek, LessonUp
Konikpaarden begrazen een rietland
ZELFREGULATIE · ECOSYSTEMEN
Vraagtype 4: de mens en het ecosysteem
Bij beargumenteren geef je een maatregel of standpunt en onderbouw je dat met een biologische reden.
Zoek welke processen meespelen: successie, concurrentie, immigratie of een omslagpunt.
Noem het gevolg voor de soortensamenstelling of voor het evenwicht.
Open vragen vragen om een kort antwoord: noem één maatregel of één reden.
Image credit: caroline legg / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Twee natuurgebieden krijgen een verbindingszone. Wat is het doel?
Exoten kunnen zich minder snel verspreiden
De successie in beide gebieden stopt
Soorten kunnen migreren, dus er is meer immigratie
Het klimaat in beide gebieden wordt gelijk
Een verbindingszone koppelt gebieden die als eilanden liggen, zodat soorten kunnen migreren en uitgestorven soorten weer kunnen terugkeren (immigratie, eilandtheorie). Verwachte fout: denken dat een verbindingszone de abiotische omstandigheden verandert.
Noem een manier om heide open te houden.
Goede antwoorden: maaien, begrazen (bijvoorbeeld door schapen of Schotse hooglanders) of plaggen. Zonder beheer volgt successie en groeit de heide dicht met bos. Verwachte fout: bomen planten of niets doen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Een groeicurve lezen en rekenen
Tolerantiecurven vergelijken
Successie in een grafiek
De mens en het ecosysteem
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen kort na met een voorbeeld.
ZELFREGULATIE · ECOSYSTEMEN
Tips voor op het examen
Lees bij een grafiek eerst de assen en eenheden, en kijk dan pas naar de lijn.
Bij een groeicurve: het steilste stuk is de snelste groei, het vlakke stuk bij de draagkracht.
Rekenen met percentages: deel de verandering door de beginwaarde, niet door de eindwaarde.
Onderbouw een antwoord altijd met een begrip en een gevolg, bijvoorbeeld successie of concurrentie.
Deze slide heeft geen instructies