Organisatie en MVO (Bedrijfseconomie havo), les 1: Uitleg

Zonnepanelen op een dak in Nederland

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · MAATSCHAPPIJ

Organisatie en MVO

Examenstof bedrijfseconomie havo

1 / 18
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Uitleg over de organisatie in de maatschappij voor het havo-examen bedrijfseconomie: bestaansrecht, maatschappelijke behoeften, de bijdragen aan de samenleving en MVO met people, planet en profit, met 4 checks.

Onderdelen in deze les

Zonnepanelen op een dak in Nederland

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · MAATSCHAPPIJ

Organisatie en MVO

Examenstof bedrijfseconomie havo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: B4 14.1.1-14.1.2. Image credit: Steven Lek / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · MAATSCHAPPIJ

Wat ga je kunnen?

Ik kan uitleggen waarom een organisatie bestaansrecht heeft en wat MVO met people, planet en profit voor haar betekent.

Deze slide heeft geen instructies

Waaraan merk je dat een bedrijf goed is voor de samenleving?

Syllabus 14.1: verwachte woorden zijn banen, belasting, duurzaam, milieu, eerlijk, klanten, nieuwe producten. Deel de woorden later in de les in: wat hoort bij bestaansrecht, wat bij bijdragen aan de samenleving en wat bij MVO.

Vrijwilligers pakken voedselpakketten in (VS)

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · MAATSCHAPPIJ

Het bestaansrecht

  • Het bestaansrecht is de reden waarom een organisatie er mag en kan zijn.

  • Dat ligt in maatschappelijke behoeften: wat mensen en de samenleving nodig hebben of willen.

  • Denk aan eten, wonen, zorg, vervoer en onderwijs. Een voedselbank voorziet in de behoefte aan voedsel.

  • Voorziet een organisatie niet meer in een behoefte, dan komt haar bestaansrecht in gevaar.

Syllabus 14.1.1: uitleggen in welke maatschappelijke behoeften de organisatie voorziet. De omschrijving van bestaansrecht is een uitleg in leerlingtaal, de syllabus geeft geen definitie. Commerciële en niet-commerciële organisaties hebben allebei bestaansrecht. Veelgemaakte fout: denken dat bestaansrecht alleen over resultaat maken gaat. Vraag bij de foto: welke behoefte vult een voedselbank in? Image credit: Petty Officer 3rd Class Robert Brazzell / Wikimedia Commons, publiek domein

Een fietsenmaker repareert een fiets

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · MAATSCHAPPIJ

Product of dienst

  • Een organisatie voorziet in een behoefte met een product of dienst.

  • Een product kun je vastpakken, zoals brood of een fiets. Een dienst is iets wat iemand voor je doet, zoals een reparatie.

  • Een fietsenmaker levert allebei: een nieuwe band is een product, het plaatsen ervan is een dienst.

  • Noem bij een vraag over bestaansrecht altijd de behoefte en het product of de dienst waarmee die wordt ingevuld.

Syllabus 14.1.1: product of dienst. Veelgemaakte fout: de behoefte en het product door elkaar halen. De behoefte is het 'waarom' (bijvoorbeeld vervoer), het product of de dienst is het 'wat' (een fiets, een reparatie). Een organisatie levert vaak een mengvorm. Image credit: Ibnebattutas / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Een bedrijf maakt telefoonhoesjes die niemand wil kopen. Wat ontbreekt het bedrijf?

A

Een rechtsvorm met beperkte aansprakelijkheid

B

Een groter aantal medewerkers

C

Een vergunning voor het milieu

D

Een maatschappelijke behoefte waarin het voorziet

Syllabus 14.1.1: zonder behoefte geen bestaansrecht. Verwachte fout: denken dat het aan het aantal medewerkers of aan de organisatievorm ligt.

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · MAATSCHAPPIJ

Wat levert een organisatie op?

  • Een organisatie levert de samenleving meer op dan alleen een product of dienst.

  • Werkgelegenheid: de banen die een organisatie biedt.

  • Inkomen: loon voor de medewerkers en resultaat voor de eigenaren.

  • Belastingopbrengsten: belasting die een organisatie betaalt, waarmee de overheid voorzieningen betaalt.

  • Innovatie: nieuwe producten of manieren van werken die iets beter, goedkoper of schoner maken.

Syllabus 14.1.1: werkgelegenheid, inkomen, belastingopbrengsten en innovatie. De vier begrippen zijn bijdragen van een organisatie aan de samenleving. Veelgemaakte fout: inkomen en belastingopbrengsten door elkaar halen. Inkomen gaat naar mensen (loon, resultaat), belastingopbrengsten gaan naar de overheid. Koppeling met F1 (24): werkgelegenheid is ook een voorbeeld van niet-financiële informatie; dat komt in een ander onderwerp.

Een bakker met een eigen winkel

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · MAATSCHAPPIJ

Voorbeeld: Bakkerij

  • Bakkerij De Korenaar voorziet in de behoefte aan vers brood: een product.

  • De bakkerij biedt banen aan bakkers en verkopers: werkgelegenheid.

  • De medewerkers krijgen loon en de bakkerij betaalt belasting aan de overheid.

  • Een nieuw glutenvrij broodje is innovatie: de behoefte verandert en de bakkerij beweegt mee.

Syllabus 14.1.1. Laat leerlingen bij elke bullet het begrip noemen en de verbanden leggen: het loon is inkomen voor de medewerkers, de belasting zijn belastingopbrengsten voor de overheid. Bakkerij De Korenaar is verzonnen. Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Vul in

Het loon is inkomen voor de medewerkers. De belasting die het bedrijf betaalt, zijn belastingopbrengsten voor de overheid.

inkomen
belastingopbrengsten
innovatie
werkgelegenheid

Syllabus 14.1.1. Verwachte fout: inkomen en belastingopbrengsten omwisselen, omdat het beide om geld gaat.

Een windmolen in het weiland tussen Zoetermeer en Leiden

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · MAATSCHAPPIJ

Wat is MVO?

  • MVO staat voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.

  • De organisatie let bij haar keuzes op de gevolgen voor mensen en voor het milieu.

  • Voorbeelden: afvalscheiding, energiebesparing en geen kinderarbeid.

  • Het gaat om het milieu en om sociale vraagstukken: problemen in de samenleving, zoals kinderarbeid.

Syllabus 14.1.2: de betekenis van MVO voor een organisatie. De voorbeelden afvalscheiding, energiebesparing en geen kinderarbeid staan in de toelichting bij de syllabus. Veelgemaakte fout: denken dat MVO betekent dat een organisatie geen resultaat meer mag maken. Dat klopt niet: ook resultaat hoort erbij, zie de volgende dia. Image credit: FaceMePLS / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Zonnepanelen op een dak in Nederland

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · MAATSCHAPPIJ

People, planet, profit

  • People: mensen, zoals medewerkers, klanten en omwonenden. Denk aan eerlijk loon en een veilige werkplek.

  • Planet: het milieu. Denk aan energiebesparing, afvalscheiding en zonnepanelen.

  • Profit: het financiële resultaat (winst). Zonder resultaat komt het voortbestaan op den duur in gevaar.

  • Een maatregel kost soms geld, maar kan later resultaat opleveren, bijvoorbeeld door een beter imago.

Syllabus 14.1.2: people, planet, profit. Profit is bij MVO geen bijzaak. De syllabustoelichting koppelt continuïteit aan waarde creëren op lange termijn in alle drie de P's, niet aan winst alleen. Imago is een voorbeeld van niet-financiële informatie (F1, 24). Veelgemaakte fout: profit als 'alleen geld voor de eigenaar' zien. Image credit: Steven Lek / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Een glasbak voor afvalscheiding, Rotterdam, 2021

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · MAATSCHAPPIJ

MVO in een casus

  • Lees wat de organisatie doet en voor wie.

  • Zoek de maatregel voor mensen of milieu.

  • Koppel de maatregel aan people, planet of profit.

  • Beoordeel wat het oplevert voor de organisatie en de samenleving.

Syllabus 14.1.2: MVO herkennen in een casus. Voorbeeld: een bakkerij zet zonnepanelen op het dak. Dat is planet, en lagere energiekosten kunnen ook profit opleveren. Een maatregel kan bij meer dan één P horen: kies de P waar de casus naar vraagt. Image credit: Donald Trung / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Kledingbedrijf Zomer betaalt de naaisters in de fabriek een eerlijk loon. Bij welke P hoort dit?

A

People

B

Planet

C

Profit

D

Product

Syllabus 14.1.2: eerlijk loon gaat over mensen. Verwachte fout: profit, omdat loon een kostenpost is.

Zet de stappen voor een MVO-casus op volgorde

1

Lees wat de organisatie doet en voor wie

2

Beoordeel wat het oplevert voor de organisatie en de samenleving

3

Zoek de maatregel voor mensen of milieu

4

Koppel de maatregel aan people, planet of profit

Syllabus 14.1.2: de stappen van de uitlegdia. Verwachte fout: beoordelen voor koppelen.

Wat vond je het lastigst in deze les?

1

Bestaansrecht en behoeften

2

Bijdragen aan de samenleving

3

People, planet, profit

4

MVO in een casus herkennen

Gebruik de uitslag om te bepalen welk blok je nog een keer doorloopt.

Welk bedrijf in jouw buurt levert veel op?

Een goed antwoord noemt een bedrijf en minstens één bijdrage, zoals werkgelegenheid, belastingopbrengsten of een behoefte waarin het voorziet.

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · MAATSCHAPPIJ

Begrippen (1/2)

  • maatschappelijke behoeften: Wat mensen en de samenleving nodig hebben of willen.

  • bestaansrecht: De reden waarom een organisatie er mag en kan zijn.

  • product of dienst: Wat een organisatie levert om een behoefte in te vullen.

  • werkgelegenheid: De banen die een organisatie biedt.

  • inkomen: Loon voor medewerkers en resultaat voor eigenaren.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF · PERSPECTIEF · MAATSCHAPPIJ

Begrippen (2/2)

  • belastingopbrengsten: De belasting die een organisatie aan de overheid betaalt.

  • innovatie: Nieuwe producten of manieren van werken.

  • milieu en sociale vraagstukken: De natuur en problemen in de samenleving waar MVO aandacht aan geeft.

  • MVO: Maatschappelijk verantwoord ondernemen: letten op mensen en milieu.

  • people, planet, profit: Mensen, milieu en financieel resultaat.

Deze slide heeft geen instructies