Vreemd vermogen en eisen (Bedrijfseconomie vwo), les 3: Terugblik quiz

Kantoortoren The Rock op de Zuidas, Amsterdam. Foto: Fred Romero, CC BY 2.0

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · LENEN

Quiz

Terugblik: Vreemd vermogen en eisen

1 / 14
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblikquiz met 11 vragen over vreemd vermogen, obligaties, kort krediet en de eisen van verschaffers, met mcq, invul, volgorde en open vragen.

Onderdelen in deze les

Kantoortoren The Rock op de Zuidas, Amsterdam. Foto: Fred Romero, CC BY 2.0

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · LENEN

Quiz

Terugblik: Vreemd vermogen en eisen

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Fred Romero / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Wat is typisch voor een hypothecaire lening?

A

Beleggers verhandelen hem op de beurs

B

De bank heeft onroerend goed als onderpand

C

De houder mag omruilen voor aandelen

D

Hij loopt altijd korter dan een jaar

Syllabus 21.5. Verwachte fout: de obligatie (verhandelbaar) of de converteerbare obligatie (omruilen) kiezen.

Vul in

De emissiekoers bepaalt wat de organisatie bij uitgifte ontvangt, de beurskoers geldt tussen beleggers, en de interest berekent ze over de nominale waarde van de obligaties.

emissiekoers
beurskoers
nominale waarde
intrinsieke waarde
aflossingskoers

Syllabus 21.8. Verwachte fout: emissiekoers en beurskoers verwisselen.

Een obligatielening van € 3.000.000 nominaal levert bij uitgifte € 3.075.000 op. Wat is de emissiekoers?

A

2,5%

B

97,5%

C

107,5%

D

102,5%

Syllabus 21.9. 3.075.000 : 3.000.000 = 1,025, dus 102,5%, een agio van € 75.000. Verwachte fout: het agio in procenten (2,5%) als koers noemen.

De marktrente is 3% en een nieuwe obligatie biedt 5% vaste interest. Waarom ligt de emissiekoers waarschijnlijk boven 100%?

A

De organisatie wil minder ontvangen

B

De nominale waarde is te laag gekozen

C

Beleggers krijgen een hogere aflossing

D

Beleggers betalen extra voor de hogere vaste interest

Syllabus 21.9. Meer interest dan de markt biedt wordt in de koers verrekend, dus agio. Verwachte fout: denken dat de aflossing hoger wordt; die blijft de nominale waarde.

Een drukker ontvangt van een klant 40% vooruit voor een groot maatwerkorder. Welke vorm van kort vreemd vermogen is dit?

A

Ontvangen leverancierskrediet

B

Ontvangen afnemerskrediet

C

Rekening-courantkrediet

D

Een onderhandse lening

Syllabus 21.10. De klant (afnemer) betaalt vooraf. Verwachte fout: leverancierskrediet kiezen; dan zou de drukker bij een leverancier later betalen.

Zet op volgorde van laagste naar hoogste agio

1

€ 2.000.000 nominaal, emissiekoers 101%

2

€ 500.000 nominaal, emissiekoers 106%

3

€ 800.000 nominaal, emissiekoers 103%

4

€ 1.000.000 nominaal, emissiekoers 105%

Syllabus 21.9. Agio in euro's: € 20.000, € 24.000, € 30.000 en € 50.000. Verwachte fout: sorteren op koers in plaats van op bedrag.

Waarom wil een bank onderpand?

Syllabus 22.2. Goed antwoord: zekerheid; als de lener niet betaalt, kan de bank het onderpand verkopen. Verwachte fout: zeggen dat de bank dan meer interest krijgt.

Wat is voor bestaande aandeelhouders een voordeel van een gewone obligatielening boven een converteerbare?

A

De interest is lager

B

De lening hoeft nooit afgelost te worden

C

Er komen geen nieuwe aandeelhouders bij

D

De houder krijgt stemrecht

Syllabus 21.6. Bij omruilen komen er aandelen bij, waardoor zeggenschap en resultaat per aandeel verdunnen. Verwachte fout: denken dat gewoon goedkoper is; de converteerbare heeft juist lagere interest.

Waarom past kort vreemd vermogen slecht bij de bouw van een nieuwe fabriekshal?

A

De financiering loopt af voordat de hal opbrengt

B

De interest is altijd vast

C

De bank wordt eigenaar van de hal

D

Kort krediet bestaat niet voor bedrijfsmiddelen

Syllabus 21.7. Looptijd van de financiering moet bij de levensduur passen. Verwachte fout: denken dat kort geld altijd goedkoper en veilig is.

De bank van Studio Noord eist een quick ratio van minstens 1,0. Vlottende activa € 420.000 (waarvan voorraad € 180.000), kort vreemd vermogen € 300.000. Voldoet het?

A

Ja, de quick ratio is 1,4

B

Nee, de quick ratio is 0,8

C

Nee, de quick ratio is 0,6

D

Ja, de quick ratio is 1,0

Syllabus 22.2. Quick ratio = (420.000 min 180.000) : 300.000 = 0,8, onder de eis. Verwachte fout: de voorraad meetellen (current ratio 1,4) of alleen de voorraad delen (0,6).

Webshop Lente heeft een kredietlimiet van € 30.000 op de rekening-courant en staat € 12.000 rood. Hoeveel krediet kan ze nog opnemen?

A

€ 12.000

B

€ 30.000

C

€ 42.000

D

€ 18.000

Syllabus 21.10. € 30.000 min € 12.000 = € 18.000. Verwachte fout: het opgenomen bedrag of de limiet noemen.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · LENEN

Goed gedaan!

Je kunt nu vormen van vreemd vermogen vergelijken, het agio op obligaties berekenen en de voorwaarden van vermogensverschaffers toetsen.

Deze slide heeft geen instructies