1.3 Wat bepaalt je welvaart?

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 1.3 blz. 18

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift, etui en rekenmachine.

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

1 / 23
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 1.3 blz. 18

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift, etui en rekenmachine.

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

Leerdoelen herhalen

  • Ik ken het verschil tussen bruto, netto en besteedbaar inkomen.

  • Ik ken het verschil tussen primair en secundair inkomen.

  • Ik kan oorzaken van inkomensverschillen noemen.

  • Ik kan een Lorenzcurve aflezen.

H1 Inkomen en welvaart

Paragraaf 1.3 Wat bepaalt je welvaart?

Voorkennis

Waar denk je aan bij het begrip welvaart?

Leerdoelen vandaag

  • Je weet waarom het belangrijk is om prioriteiten te stellen.

  • Je weet wat schaarste betekent.

  • Je weet wat het verschil is tussen welvaart en brede welvaart.

  • Je kunt een prijsverandering in procenten berekenen.

  • Je kunt indexcijfers berekenen.

Prioriteiten stellen

  • Om behoeften te vervullen heb je middelen nodig, zoals geld en tijd.

  • Deze zijn beperkt, dus je kunt niet altijd alles krijgen wat je wilt.

  • Daarom moet je prioriteiten stellen: kiezen wat voor jou het belangrijkst is.

  • Bij zelfvoorziening heb je vooral voldoende tijd nodig.

Voordoen

Slide tekst

Zelf oefenen

Slide tekst

Schaarste

  • Veel goederen kosten geld omdat ze schaars zijn.

  • Voor het maken van goederen zijn grondstoffen, arbeid en energie nodig.

  • Daarom hebben schaarse goederen een prijs.

  • Als iets schaarser wordt, stijgt vaak de prijs.

  • Schaarse middelen kun je maar voor één doel tegelijk gebruiken, dus je moet keuzes maken.

  • Sommige dingen uit de natuur zijn vrije goederen, zoals zonlicht, regenwater en wind. Daar hoef je niet voor te betalen.

Voordoen


Zelf oefenen


Welvaart

  • Welvaart is de mate waarin je in je behoeften kunt voorzien.

  • Welvaart wordt vaak gemeten aan de hand van inkomen en wat mensen kunnen kopen.

  • Kwaliteit van leven hangt niet alleen af van geld.

  • Gezondheid, vriendschap, vrije tijd, veiligheid en een schoon milieu zijn ook belangrijk voor je welzijn.

  • Als je deze zaken meetelt, spreek je van brede welvaart.

Voordoen


Zelf oefenen


Procentuele verandereing

  • Een verandering in euro's of aantallen noem je een absolute verandering.

  • Een verandering in procenten noem je een relatieve verandering.

  • Met een relatieve verandering kun je stijgingen en dalingen beter vergelijken.

  • Een procentuele stijging of daling bereken je met een formule.

Formule procentuele verandering

De prijs van een frikandelbroodje stijgt van €1,09 naar €1,19.

(€1,19 - €1,09) : €1,09 x 100 =

€0,10 : €1,09 x 100 = 9,2%

Formule procentuele verandering

Ook een relatieve verandering van percentages kun je in procenten weergeven.

De hypotheekrente stijgt van 4,0% naar 4,6%

(4,6 - 4) : 4 x 100 =

0,6 : 4 x 100 = 15%

Voordoen + zelf oefenen

Slide tekst

Indexcijfers

  • Het CBS verzamelt en onderzoekt cijfers over Nederland.

  • Het CBS berekent onder andere prijsindexcijfers van producten.

  • Een indexcijfer laat zien hoeveel iets is veranderd ten opzichte van een basisjaar.

  • Het indexcijfer van het basisjaar is altijd 100.

  • Met indexcijfers kun je veranderingen, zoals prijzen en lonen, makkelijk vergelijken.

Voordoen

Slide tekst

Zelf oefenen

Slide tekst

Aan het werk!

Maken opdrachten 1.3: 4 en 10

Maken rekenopdrachten: 6, 9, 11 en 12

Klaar?

Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.

Klaar?  Werk laten zien aan docent.

Veel fout? -> Maken herhalingsopdrachten 1.3

Veel goed? -> Maken plusopdrachten 1.3


 


5

m

00

s

Leerdoelen checken

  • Je weet waarom het belangrijk is om prioriteiten te stellen.

  • Je weet wat schaarste betekent.

  • Je weet wat het verschil is tussen welvaart en brede welvaart.

  • Je kunt een prijsverandering in procenten berekenen.

  • Je kunt indexcijfers berekenen.