Les 6 – Gemiddelde, Modus en Mediaan Deel 1

Les 6
-
Gemiddelde, Modus en Mediaan Deel 1
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
HandelMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 25 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Les 6
-
Gemiddelde, Modus en Mediaan Deel 1

Slide 1 - Tekstslide

Hoe haal je deze module?

Bij het behalen van een 5,5 of hoger van de
schriftelijke toets heb je deze module behaald.

Slide 2 - Tekstslide

Aan het einde van de les..
Na deze les kun je​;

  • Gemiddelde berekenen​;
  • Gewogen gemiddelde berekenen​;
  • Modus en mediaan bepalen.













Slide 3 - Tekstslide

Gemiddelde berekenen 
Het gemiddelde berekenen doe je zo:
Tel alle getallen bij elkaar op.
Deel de uitkomst door het aantal getallen.

Voorbeeld:
De getallen zijn 4, 6 en 10.
Stap 1: 4 + 6 + 10 = 20
Stap 2: 20 : 3 = 6,7

Het gemiddelde is 6,7.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Meer dan gemiddeldes​
Naast gemiddelde zijn er meer maten die ‘iets middens’ aangeven​.

Dat noemen we Centrummaten:​
 Modus​ > de meest voorkomende waarneming (denk aan most)
 Mediaan​ > de middelste waarneming
​



Slide 9 - Tekstslide

Modus (most)
  • Als dit je waarnemingen zijn: A, A, B, B, B, C, D, D, D, D, E, E, E​
  • Wat is dan de modus? (de meest voorkomende waarneming)​
  • Hier zie je dat zo, maar bij veel waarnemingen werk je in stappen.


Slide 10 - Tekstslide

Modus (most)
Dus:​

- Zet alle UNIEKE waarnemingen onder elkaar​;
- Turf hoe vaak ze voorkomen​;
- Maak een frequentietabel waarbij je het aantal unieke;
waarnemingen in cijfers noteert​
- Lees af welke waarneming het meest voorkomt.



Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Mediaan (middelste)​
  • Wat is de middelste stoel?​
  • Simpel: de tweede​
  • Berekend: (de eerste + de laatste) / 2​
  • (1 + 3) / 2 = 4 / 2 = 2 >> de tweede dus​




Slide 14 - Tekstslide

Mediaan (middelste)​
  • Wat is de middelste stoel?​
  • Simpel: de derde​
  • Berekend: (de eerste + de laatste) / 2​
  • (1 + 5) / 2 = 6 / 2 = 3 >> de derde dus​






Slide 15 - Tekstslide

Mediaan (middelste)​
Wat is de middelste stoel als er 859 stoelen op een rij staan?







  • (de eerste + de laatste) / 2​
  • (1 + 859) / 2 = 860 / 2 = 430 >> de 430e dus

Slide 16 - Tekstslide

Mediaan (middelste)​
Dus:​

  • De mediaan = (de eerste + de laatste) / 2​
  • Alleen bij een ONEVEN aantal waarnemingen heb je echt een middelste​
  • Maar wat bij een EVEN aantal? Wat is de middelste bij 4 waarnemingen?​
  • Dan kom je volgens de berekening op 2½ ​
  • Je neemt dan het gemiddelde van de 2e en de 3e waarneming​
  • Dus bij EVEN aantallen: het gemiddelde van de 2 middelste​
  • Overigens is dit op examens nog nooit voorgekomen…​
​








Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Cumulatieve tabel
- Als je in een tabel wilt weten in welk ‘vakje’ een waarneming 
valt, dan maak je de tabel cumulatief.​

- Dat is een moeilijk woord voor optellen.​
- Je telt voor elk ‘vakje’ hoeveel waarnemingen er tot en met 
dat ‘vakje’ zijn geweest.​
- We zochten de 8e waarneming, dat kun je nu simpel in de tabel 
opzoeken​
- De mediaan is dus 31,95​

Stel dat we de 12e waarneming zochten, in welk vakje valt die?​ 36,95​
​
​





Slide 20 - Tekstslide

?
Wat is de modus?​

​
Wat is de mediaan?​
​
Hoe bereken je de mediaan?​



Slide 21 - Tekstslide

?
Wat is de modus?​ >> De meest voorkomende waarneming

​
Wat is de mediaan?​ >> De middelste waarneming
​
Hoe bereken je de mediaan?​ >> (eerste + laatste) / 2



Slide 22 - Tekstslide

Samenvatting
 Gemiddelde en gewogen gemiddelde berekenen​



Modus en mediaan bepalen​
  • Modus = de meest voorkomende waarneming turftabel > frequentietabel > aflezen​
  • Mediaan = middelste = (eerste + laatste) / 2​
  • Cumulatief maken om te zien in welk vakje die valt​
Werken met turflijsten en verschillende frequentietabellen​
  • Unieke waarnemingen op volgorde zetten. Turflijst = turven hoe vaak waarneming voorkomt.​
  • Turftotaal in cijfers = (absolute) frequentie.​
  • Relatief = in percentages. ​
  • Cumulatieve frequentie = voor elk vakje alles optellen tot en met dat vakje (absoluut). ​
  • Cum. relatieve frequentie = cum. freq. als percentage van totaal aantal waarnemingen.​











Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide