Hoofdstuk 3 Indexcijfers

REKONOMIE
H3 Indexcijfers
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

REKONOMIE
H3 Indexcijfers

Slide 1 - Tekstslide

REKONOMIE
  • Ik kan uitleggen wat een indexcijfer is.
  • Ik kan een indexcijfer bereken.

Slide 2 - Tekstslide

H3 INDEXCIJFERS
Berekening
Voorbeeld
jouw zakgeld per maand                     indexcijfer
jaar 1= €25 per maand                          100 (basisjaar)
jaar 2 = € 27,50 per maand                   ?




Dus:  (€ 27,50 : € 25) x 100 = 110
          getal        
getal basisjaar
x 100 = indexcijfer

Slide 3 - Tekstslide

In het basisjaar kost een paar schoenen € 95.
Nu kost het paar € 98.
Wat is het indexcijfer?

Slide 4 - Open vraag

H3 INDEXCIJFERS
Een indexcijfer

  • Het is een verhoudingsgetal (zonder € of %).
  • Je vergelijkt een reeks getallen met één getal (het basisgetal).
  • Het basisgetal is (bijna) altijd 100.
  • Het basisgetal heeft betrekking op een jaar (basisjaar) of een land (basisland)


Slide 5 - Tekstslide

Bereken het indexcijfer dat bij
het jaar 2024 hoort.
jaar
loon
indexcijfer
2023
€ 3.500
100
2024
€ 3.650
?
2025
?
109

Slide 6 - Open vraag

Bereken het loon dat bij
het jaar 2025 hoort.
jaar
loon
indexcijfer
2023
€ 3.500
100
2024
€ 3.650
?
2025
?
109

Slide 7 - Open vraag

ECB verlaagt belangrijkste rente opnieuw, mogelijk spaarrente ook lager
De belangrijkste rente in het eurogebied gaat met een kwart procentpunt omlaag, van ? naar 2 procent. De Europese Centrale Bank (ECB) probeert daarmee de economie te verstevigen nu die flinke klappen krijgt van de handelsoorlog met de Verenigde Staten.

Slide 8 - Tekstslide

ECB verlaagt belangrijkste rente opnieuw, mogelijk spaarrente ook lager
De belangrijkste rente in het eurogebied gaat met een kwart procentpunt omlaag, van ? naar 2 procent. De Europese Centrale Bank (ECB) probeert daarmee de economie te verstevigen nu die flinke klappen krijgt van de handelsoorlog met de Verenigde Staten.

Slide 9 - Woordweb

H3 INDEXCIJFERS
Basisjaar verleggen
Bij langere periodes, kan het indexcijfer extreem hoog worden.
  • Men kiest een nieuw, actueler, basisjaar.
  • Dit is 'het verleggen van het basisjaar'.
  • Je start dan opnieuw en hebt hiervoor de oorspronkelijke indexcijfers niet nodig.
          getal        
getal basisjaar
x 100 = indexcijfer

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

H3 INDEXCIJFERS
Huiswerk
  • Lezen lesbrief.
  • Bekijken presentatie.
  • Bestuderen fouten vorig huiswerk.
  • Maken opdracht 3.1 tot en met opdracht 3.5.

Slide 12 - Tekstslide

EVEN TESTEN
De gasprijs van Vattenfall in juli 2021 is de basisprijs.
Bereken het indexcijfer van de gasprijs in juli 2021 van
a. Greenchoice
b. Vandebron

Slide 13 - Open vraag

Weet je het nog?
Formule omzet?

Slide 14 - Open vraag

Weet je het nog?
Formule afzet?

Slide 15 - Open vraag

H3 INDEXCIJFERS
Prijzen, hoeveelheid en omzet
omzet = afzet x prijs 

Als een bedrijf omzetcijfers presenteert, wordt vaak gebruik gemaakt van indexcijfers.

indexcijfer omzet =

Opgelet! Je deelt door 100 omdat je met indexcijfers rekent.

indexcijfer afzet = 


indexcijfer afzet x indexcijfer prijs
100
indexcijfer omzet x 100
indexcijfer prijs

Slide 16 - Tekstslide

H3 INDEXCIJFERS
Huiswerk
  • Lezen lesbrief.
  • Bekijken presentatie.
  • Bestuderen fouten vorig huiswerk.
  • Maken opdracht 3.6 tot en met opdracht 3.12.

Slide 17 - Tekstslide

Wat is inflatie?
A
Stijging van de prijzen
B
Daling van de prijzen
C
Stijging van de koopkracht
D
Het geld wordt meer waard

Slide 18 - Quizvraag

Hoe zat dat ook al weer met inflatie? Door inflatie kan je...
A
meer besteden, daardoor wordt koopkracht meer
B
minder besteden, daardoor wordt koopkracht minder
C
Meer besteden, daardoor wordt koopkracht minder
D
Minder besteden, daardoor wordt koopkracht meer

Slide 19 - Quizvraag

H3 INDEXCIJFERS
Herhaling: Koopkracht en inflatie
  • Koopkracht is de hoeveelheid goederen en diensten die je met je inkomen kan kopen.
  • Inflatie is een algemene prijsstijging van goederen en diensten.
  • Deflatie is een algemene prijsdaling van goederen en diensten.

Bij inflatie kan ik met dezelfde hoeveelheid geld minder goederen en diensten kopen. Als mijn inkomen niet veranderd, daalt mijn koopkracht.

Slide 20 - Tekstslide

H3 INDEXCIJFERS
Nominaal en reëel inkomen
Bij het reëel inkomen hou je wel rekening met de gevolgen van inflatie voor je inkomen.

VUISTREGEL
verandering reëel inkomen = stijging in % nominaal inkomen - inflatie in %

voorbeeld
  • Je inkomen stijgt met 2,5%. De inflatie is 2%. De reëele stijging van je inkomen is 0,5%. 
  • Je inkomen stijgt met 1,8%. De inflatie is 2%. De reëele daling van je inkomen is - 0,2%.

Slide 21 - Tekstslide

H3 INDEXCIJFERS
Huiswerk
  • Lezen lesbrief.
  • Bekijken presentatie.
  • Bestuderen fouten vorig huiswerk.
  • Maken opdracht 3.9 tot en met opdracht 3.17.

Slide 22 - Tekstslide

H3 INDEXCIJFERS
Conclusie
Wanneer reken ik nu met indexcijfers?

In de opgave staan twee verschillende gegevens:
  • prijs en afzet
  • nominaal en reëel
  • arbeidsproductiviteit en werkgelegenheid

Slide 23 - Tekstslide

H3 INDEXCIJFERS
Huiswerk
  • Lezen lesbrief.
  • Bekijken presentatie.
  • Bestuderen fouten vorig huiswerk.
  • Maken opdracht 3.18 tot en met opdracht 3.24.

Slide 24 - Tekstslide

H3 INDEXCIJFERS
Nominaal en reëel inkomen
Bij het nominale inkomen kijk je alleen naar het bedrag dat iemand verdient.
Bij het reëel inkomen hou je wel rekening met de gevolgen van inflatie (prijsindex voor je inkomen.

reëel inkomen = (nominaal inkomen / prijsindexcijfer) x 100


RIC=​PIC​​NIC​​⋅100

Slide 25 - Tekstslide

H5 Statistisch materiaal bij economie
Huiswerk
  • Lezen lesbrief.
  • Bekijken presentatie.
  • Bestuderen fouten vorig huiswerk.
  • Maken opdracht 5.1 tot en met opdracht 5.5.

Slide 26 - Tekstslide